Doodvonnis door verkoop van bloed

Handel in bloed helpt de aidsepidemie in China verspreiden. De centrale autoriteitem treden niet op. Laatste aflevering in een serie.

,,O, woon je daar? Daar woont nog een oude studiegenote van me, ook een arts. Ik zoek haar tegenwoordig maar niet meer op. Ze is bang dat ze aids van me krijgt'', merkt de 77-jarige arts Gao Yaojie smalend over zoveel onwetendheid op.

Een paar dagen terug is ze stiekem vertrokken uit haar woonplaats Zhengzhou in de centraal-Chinese provincie Henan. Ze was uitgenodigd om in Peking op een belangrijke aids-conferentie te spreken over aidswezen, een onderwerp dat haar na aan het hart ligt. Ze laat een in eigen beheer gedrukte foldertje zien dat het verhaal vertelt van een familie waarvan alleen nog een 72-jarige oma en een kleinzoon van tien over zijn. De andere zeven familieleden zijn inmiddels aan aids overleden.

Misschien wordt Gao bij thuiskomst wel opgewacht door de geheime politie, zo schat ze in. ,,Ik ben niet bang, hoor. Ik zie wel hoe het loopt. En als ze me pakken, dan zorg ik dat er meteen naar het buitenland wordt gebeld. Dan kunnen ze daar om mijn vrijlating vragen'', zegt de rheumatische vrouw vanachter haar ouderwetse, donkere bril strijdlustig.

Gao geniet internationale bekendheid omdat ze in 1996 ontdekte wat de oorzaak was van de onbekende ziekteverschijnselen waarmee veel patiënten zich in het ziekenhuis meldden: hele dorpen in Henan bleken met het aidsvirus besmet te zijn. In sommige dorpen was zo'n tachtig procent van de bevolking geïnfecteerd.

Die besmetting vond op een unieke manier plaats: bloedbanken hadden met medewerking van lokale ambtenaren bloed van arme boeren gekocht, om er vervolgens plasma aan te onttrekken. Voor dat plasma wilden farmaceutische bedrijven goed geld betalen. Wat over was van het bloed, werd verrijkt met een zoutmengsel teruggebracht in de aderen van de donoren, om zo bloedarmoede te voorkomen. De boeren kregen echter niet hun eigen bloed terug, want al het bloed van dezelfde bloedgroep was voor het gemak gemengd. Gao had de moed om haar bevindingen aan de grote klok te hangen, een actie die de Chinese overheid ook internationaal in grote verlegenheid bracht.

Voor haar pogingen om het taboe rond aids te doorbreken, kreeg ze een belangrijke onderscheiding van de Wereldgezondheidsraad toegekend. Toen ze van China geen uitreisvisum kreeg om haar prijs in de Verenigde Staten op te halen, ging secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties in haar plaats.

Ze ontkent dat het kopen van bloed inmiddels gestopt zou zijn, iets wat ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid in Peking over het algemeen wel beweren. ,,Het gebeurt nu niet meer door de overheid, maar het gebeurt nog wel. En op grote schaal ook: de mensen zijn nu eenmaal arm, en bloed is veel geld waard. Ik heb in drie dorpen in Henan met mijn eigen ogen kunnen constateren dat het nog gebeurt. De laatste keer was er een cameraploeg van de Chinese nationale televisie bij, toen heeft de politie die handelaar mooi kunnen oppakken'', zegt ze triomfantelijk.

Ze noemt de acht arme provincies in China waar de commerciële en onveilige handel in bloed volgens haar informatie nog steeds plaatsvindt. Weet de centrale overheid in Peking dat dan niet? ,,Ik ben maar een individu. Als ik dat weet, dan moet de overheid dat toch nog veel beter weten?'' Zou de overheid dan soms liegen? ,,Laten we maar zeggen dat ik iets anders heb vastgesteld dan wat de overheid constateert'', reageert ze diplomatiek.

,,De plaatselijke overheid wil het graag doen voorkomen dat de mensen hun ziekte aan zichzelf te wijten hebben. Ze zouden drugs gebruiken of promiscue zijn. De overheidsverantwoordelijkheid lijkt dan minder. Maar bij ons in Henan vinden vrijwel alle besmettingen plaats door de verkoop van bloed, door een gebrek aan hygiëne bij het afnemen van bloed en door bloedtransfusies met besmet bloed. Dat was vroeger zo, en dat is nog steeds zo'', zegt ze, terwijl ze een foto toont van een jongetje van vier dat onder de zwarte stippen zit, een bekend aidssymptoom.

De verhalen van Gao geven aan hoe moeilijk het is om juist op het platteland goede hulp te verlenen: ,,Ik zie steeds meer aidswezen. Sommige kinderen krijgen hulp, maar voor de meesten gebeurt helemaal niets. Ook aidspatiënten krijgen geen hulp. De fondsen zijn ontoereikend, en de lokale ambtenaren zijn niet geïnteresseerd.''

Voorlopig zullen de aidspatiënten in Henan zich dan ook nog wel tot dokter Gao blijven wenden om hulp. ,,Maar het is niet te doen. Ik krijg duizenden brieven, en die beantwoord ik allemaal persoonlijk. Maar waar moet ik het geld vandaan blijven halen om al die postzegels te betalen?''

Laatste verhaal in een serie over aids. Eerdere afleveringen verschenen op 18, 24 en 31 oktober, 7, 14, 22 en 28 november en 1 en 2 december. Ze zijn nog te lezen op www.nrc.nl

    • Garrie van Pinxteren