`De zaak is in onderzoek'

Is de zaak al onderzocht? Heb je ze al, Jelle? Of zijn jullie nog onderzoekende? Blijft de zaak eeuwig in onderzoek?

Het was jouw woordvoerder, Jelle Kuiper, hoofdcommissaris van politie te Amsterdam, die de toverwoorden uitsprak.

De zaak is in onderzoek. Gaat u rustig slapen. Het waren maar negentien mensvriendelijke kogels uit knusse automatische wapens. Uw wijkagent heeft de zaak onder controle.

Negentien kogelgaten in het kantoorraam van een tijdschrift dat iets lelijks over topcriminelen schreef en nog een kogel afgevuurd op de privé-woning van de eigenaar van het blad (`de kogel vloog door het raam van de kinderkamer'), dat maakt een totaal van twintig kogels uit automatische wapens bestemd voor, hoe je het ook keert of wendt, misdaadbestrijders – ik zou als commissaris, beste Jelle, of als korpsbeheerder, beste Job, geen oog dichtdoen voor ik de dader had. Met die arme donder die een verfbommetje naar de gouden koets gooide waren jullie een stuk sneller.

Ik zou meteen begrijpen dat hier werd geschud aan de fundamenten van een beschaafde democratie en ik zou met mijn tong uit de mond stad en land afrennen op blote voeten, mijn gezin verzakend en mezelf geen knip voor de neus waard achtend tot ik de godvergeten halvegare persoonlijk bij de lurven had.

Ik was het verplicht aan de rechtstaat, aan de vrijheid, aan mijn zelfrespect. Ik zou mijn ontslag indienen als ik de dader niet binnen vierentwintig uur had ingerekend.

Maar Jelle en Job hebben de zaak in onderzoek.

Enkele dagen na de aanslag constateerden twee surveillerende agenten dat voor de hoogwerker die de glaszetters in staat moest stellen nieuwe ruiten in het redactielokaal te plaatsen geen vergunning was verleend. De directeur van het glasbedrijf moest mee naar het bureau. Is dit om te lachen of om te huilen?

De hele onderwereld heeft zitten brullen. Je ziet het voor je.

Zijn er die dag geen bloemen of champagne bij jullie bezorgd, Jelle en Job?

Je maakt me in ieder geval niet wijs, Jelle, dat er géén verband bestond tussen jullie alom als lauw ervaren reactie op de intimiderende schietpartij en jullie grootscheepse controle, enkele dagen later, van de Amsterdamse fietslichten. Dat was duidelijk een statement, een reactie die er niet om loog.

Ga boeven vangen! riep mijn opa al naar de veldwachter, als die hem weer betrapte op fietsen zonder licht. Deze roep valt niet te verbeteren. Duidelijk demonstreerden jullie, Jelle en Job, dat jullie geen trek hebben in het vangen van boeven. Dat jullie fijn op straat willen spelen zonder je huiswerk te hebben gedaan. Dat jullie niet wakker liggen van geweld tegen misdaadbestrijders en journalisten. Dat jullie een beetje meegiechelen met de lachende onderwereld.

Nu je daar toch bent, Job, zijn je excuses al aangeboden aan Rudi Fuchs?