De balans tussen geluk en vaardigheid

Spellenfabrikant Jumbo bestaat 150 jaar. Computer en televisie zorgen voor een nieuwe markt. In de slag met Sony en Nintendo worden overwinningen geboekt.

Bijna iedere werkdag wordt er spontaan een idee voor een nieuw spel ingeleverd op het adres Kromboomsloot 57 in Amsterdam. Daar is sinds 1853 de firma Hausemann & Hötte gevestigd, beter bekend onder de merknaam Jumbo. Op de stoffige zolder van het grachtenpand staan stellingen volgestouwd met spellen. Ieder jaar komen er dertig – nieuw uitgebrachte – spellen bij. De zolderruimte aan de Kromboomsloot wordt te klein, en een deel van het spelarchief is overgebracht naar het Amsterdams Historisch Museum en de fabriek in het Noord-Hollandse Wognum.

De gemiddelde omloopsnelheid van een spel is drie jaar, legt Jurriaan Pennink uit. Hij is marketing-directeur bij Jumbo. Pennink loopt langs de stellages en blaast af en toe een dekseldoos schoon. Maar er zijn, zegt hij, natuurlijk ook klassiekers zoals Stratego, Mens Erger Je Niet, Electro en Pim Pam Pet. En van een spel als Monopoly, dat sinds 1935 door Parker Brothers op de markt wordt gebracht, zijn meer dan tweehonderd miljoen exemplaren verkocht. Charles B. Darrow, de uitvinder van het spel, stierf in 1967 en was waarschijnlijk de eerste spelontwerper die miljonair is geworden.

,,Veel mensen die bij ons langskomen met een spel-idee wanen zich een tweede Darrow en horen de kassa al rinkelen'', zegt Pennink. Als een spel op de markt wordt gebracht, krijgt de uitvinder een percentage (tussen de 2 à 10 procent, afhankelijk van de uitwerking van het idee) per verkocht spel. Soms zit er tussen het aanbod ,,een toppertje'' zoals De Toren van Pisa, maar het aanbod is volgens Pennink ook erg voorspelbaar zoals ronde schaak- en damborden en gemiddeld tien suggesties per jaar voor een Elfstedentocht-spel.

Het succes van De Toren van Pisa – in 1986 gekozen tot spel van het jaar – komt door het ,,revolutionaire concept''. Een spelletjesuitvinder stapte bij Jumbo binnen met een plastic regenpijp gemonteerd op een beweegbaar voetje. Op de wiebelige pijp moesten vervolgens poppetjes worden geplaatst en wie het lukte om ze allemaal te plaatsten had gewonnen. ,,Een van onze productontwikkelaars zag er direct de toren van Pisa in'', vertelt Pennink.

Ongeveer tegelijkertijd werd Jumbo door medewerkers van Joop van den Ende benaderd. Voor een nieuw programma, de Honeymoonshow, zocht de tv-producent nog een spannend spel. Jumbo-medewerkers maakten een spel waarbij de deelnemers aan de quiz om de beurt een bruidje en een bruidegom op de toren moesten zetten. Wanneer de poppetjes op de toren staan, is de hoofdprijs gewonnen. Het televisieprogramma werd een succes, en ook het spelletje. ,,Er zijn honderdduizenden van verkocht'', zegt Pennink enthousiast.

Van de bijna driehonderd ideeën die jaarlijks bij de Kromboomsloot worden ingeleverd, blijft er vaak maar één over dat ook op de markt wordt gebracht. Daarnaast beschikt het bedrijf over eigen spelletjesbedenkers en er kan een beroep worden gedaan op professionele uitvinders. Deze mensen komen over het algemeen met heel bruikbare ideeën omdat ze de spellenmarkt goed kennen. Professionele uitvinders werken soms via een agent. Een agent vertegenwoordigt meestal een aantal uitvinders. Op de grote spelletjesbeurzen in Hongkong, New York, Londen, Neurenberg ontmoeten vraag en aanbod elkaar.

,,Vorig jaar werden we getipt dat er op Neurenberg een man stond in een klein standje ergens achteraf met een heel goed idee'', vertelt Pennink. ,,Toen hij mij het spel uitlegde, dacht ik: een knaller, en heb direct de rechten gekocht.''

Het spel moet een alternatief worden voor de computerspelletjes, legt marketingmanager Mariëlle van Jaarsveld uit. ,,De spanning van een computergame plus de lol van het spelen met meerdere mensen.'' Pennink en Jaarsveld vonden nog negen licentienemers en het concept werd geperfectioneerd. Het spel is in Duitsland een jaar lang getest door 7.500 consumenten. Het resultaat: een junglespel waarbij verloren kunstschatten moeten worden teruggevonden. Het spel – Squad Seven – bevat honderd speelkaarten, een dart-pistool en een cd. De muziek leidt de spelers door het spel heen dat exact zeventien minuten duurt, dan pikt de helikopter de spelers weer op en brengt ze terug naar de bewoonde wereld. Van Jaarsveld: ,,Wij gaan de strijd aan met Nintendo en Sony; dit spel haalt kinderen achter de computer vandaan''.

In de speelgoedbranche leefde lang de vrees dat het spel de concurrentieslag met de computer en de televisie zou verliezen, maar beide blijken een nieuwe markt te creëren. De Toren van Pisa is daar een voorbeeld van, maar ook naar aanleiding van tv-programma's als Weekendmiljonairs en Idols zijn zeer succesvolle spelletjes gemaakt.

,,Toen bleek dat Idols een succes zou worden zijn we met de producent en onze eigen mensen om de tafel gaan zitten'', vertelt Mariëlle van Jaarsveld. ,,Binnen een middag hadden we een spel bedacht en drie weken later lag Idols the Game in de winkel.'' De relatief snelle productietijd is mogelijk doordat Jumbo sinds 1967 een eigen fabriek heeft in Wognum.

Dit jaar bestaat Jumbo honderdvijftig jaar. De Duitser Engelbert Hausemann vestigde zich in 1853 in Amsterdam en begon een Agentuur en Commissiezaak in Kramerijen. Hij specialiseerde zich in blikken speelgoed en zeven jaar later sloot zijn zwager Wilhelm Hötte zich bij hem aan. ,,Hausemann en Hötte hebben Nederland aan het speelgoed gebracht'', zegt Pennink.

Hausemann en Hötte voeren als parlevinkers met hun koopwaar langs de schepen die in de haven afgemeerd lagen. Toen eind negentiende eeuw de havenactiviteiten in de stad afnamen, kwam de klad in hun handel. Ze besloten zich te specialiseren in speelgoed. Dat importeerden ze aanvankelijk uit Duitsland. In de jaren dertig van de vorige eeuw laten Hausemann en Hötte speelgoed maken bij de firma Mauritz en Ball uit Zeist. Ze kozen als merknaam Jumbo, speelgoed zo stevig dat een olifant erop kan staan.

Hausemann en Hötte werden in de loop van de jaren, naast producenten van bordspelen en puzzels, vertegenwoordigers van speelgoed geproduceerd in andere landen, zoals het bouwsysteem Meccano, autootjes van het merk Dinky Toys, en de treinenmerken Märklin en Trix. En na een enorm succes in de Verenigde Staten brengen ze de Barbiepop op de Nederlandse markt. Voor het pand aan de Kromboomsloot stonden in 1964 honderden meisjes ongeduldig te wachten op hun Barbie. Met de pop heeft het bedrijf zoveel geld verdiend dat een nieuw productiebedrijf wordt opgezet in Wognum.

Het 150-jarig jubileum was de aanleiding om een prijsvraag uit te schrijven onder scholieren. Het leverde honderden inzendingen op. De prijs werd gewonnen door de Amstelveense scholieren Steven Deenstra (11) en Stef Leliveld (12). En hun spel M'n Eerste Baantje ligt inmiddels in de winkel. De winnaar is degene die als eerste 150 euro bij elkaar heeft gespaard. Geld verdienen doe je met baantjes zoals pizza's bezorgen en zeilles geven. Afhankelijk van het baantje verdien je meer of minder geld. Soms kun je je geld ook weer kwijtraken, bijvoorbeeld op de kermis of door een bekeuring. Het spel is precies zo uitgevoerd als de twee jongens het hebben ingestuurd. De spelonderdelen bevatten het eigen handschrift van de jongens. Rijk worden de vrienden er niet van, de winst van het spel gaat naar de olifanten in Artis. De inzendingen waren ,,fantastisch'', zegt Mariëlle van Jaarsveld.

Wat is het geheim van een goed spel? Pennink: ,,Het spel moet technisch goed in elkaar zitten. Iedereen moet kans maken om te winnen, ook vanuit een schijnbaar hopeloze situatie.''

Van Jaarsveld: ,,De balans tussen geluk en vaardigheid moet goed zijn''.

Pennink: ,,De merkdimensie. Het kan gebeuren dat een slecht spelmechanisme toch nog goed verkoopt.''

Van Jaarsveld: ,,Maar bij Stratego zag je dat een spel dat technisch goed in elkaar zat, aanvankelijk helemaal geen merk was''.

Pratend over de jubileuminzendingen schuift Pennink naar het puntje van zijn stoel op zijn werkkamer. ,,Twee jongens hadden het spel Smokkelmania ingestuurd. Hartstikke leuk. We deden de doos open en het zag er zeer doordacht uit. Alleen die kleine knikkertjes, wat moest je daarmee doen? Nog een keer goed kijken en toen bleek dat het bolletjes cocaïne moesten voorstellen die gesmokkeld moesten worden.'' Pennink buldert van het lachen. ,,Wat een vondst. Zo'n spel zullen we nooit uitbrengen, want echt educatief is het niet. Maar wat een leuk idee.'' En het levert ook nog een marketingles op: ,,Onderschat je doelgroep niet: kinderen weten al heel jong precies hoe de wereld eruitziet''.

    • Cees Banning