Besmettingsgraad in China is laag

Volgens het Chinese ministerie van Volksgezondheid zijn er momenteel zo'n 840.000 mensen in China seropositief. Van hen hebben er zo'n 80.000 ook werkelijk de verschijnselen van aids. Volgens deze cijfers heeft China het laagste percentage hiv-besmetten van alle Aziatische landen, in absolute cijfers komt het land op de tweede plaats, na India.

Veel experts vermoeden dat het werkelijke aantal hiv-besmettingen in China hoger ligt. Zo schatte de VN-organisatie Unaids het aantal seropositieven in 2001 al tussen de 800.000 en de 1,5 miljoen, met de waarschuwing dat dit zonder verdere maatregelen in 2010 zal zijn opgelopen tot zeker 10 miljoen. Andere organisaties spreken van mogelijk 20 miljoen gevallen in 2010. Hu Jia, aids-activist en voormalig directeur van de Chinese non-gouvernementele organisatie Beijing Aizhixing, schat het aantal besmette mensen alleen al in de centraal-Chinese provincie Henan op zeker 1 miljoen. In Henan wonen rond 100 miljoen mensen. Vrijwel alle instanties zijn het erover eens dat China juist nu de besmettingsraad nog laag is zou moeten ingrijpen om te voorkomen dat er `Afrikaanse toestanden' in China ontstaan.

Internationale organisaties in Peking hebben de indruk dat de centrale overheid het belang van een effectieve aidsbestrijding inmiddels wel degelijk onder ogen ziet. Dat zou blijken uit een grotere openheid over aids, uit het beschikbaar stellen van meer geld en uit het toestaan van controversiële projecten waarbij hulp en voorlichting wordt gegeven aan `criminelen' als drugsverslaafden en prostituees. Volgens Henk Bekedam, vertegenwoordiger van de Wereldgezondheidsorganisatie in China, ligt de grootste uitdaging niet meer op centraal, maar op provinciaal en lokaal niveau. ,,Voor het ministerie van Volksgezondheid alleen is het vrijwel onmogelijk om de provincies te dwingen tot een goed aidsbeleid.''

Op Wereld Aids Dag verscheen de Chinese premier Wen Jiabao met een aids-lintje op zijn pak in een ziekenhuis in Peking, waar hij hiv-geïnfecteerden persoonlijk de hand schudde. Het was de eerste keer dat hij zich zo openlijk met de aids-problematiek bemoeide. Daarmee lijkt er een opvallende parallel met hoe China de sars-crisis eerder dit jaar heeft aangepakt: pas toen de premier en de president zich ermee gingen bemoeien kwamen de provincies en de andere ministeries eindelijk in actie. Dat de hoogste leiders zich wel snel persoonlijk met sars bemoeiden, komt vermoedelijk doordat China zonder doortastende aanpak in een internationaal isolement zou zijn geraakt. Dat is slecht voor de economie, en juist aan de economische groei ontleent de regering haar legitimiteit. Aids leek in eerste instantie minder bedreigend voor de groei.

Aids zal, ook nu de politieke wil groeiende is, toch veel moeilijker te bestrijden blijken dan sars. Dat komt doordat de ziekte juist in bepaalde delen van het arme platteland wijd verspreid is. Sars bleef vooral een stedelijke ziekte, tot grote opluchting van velen.