Beperkte macht

Met de OVSE-top in Maastricht eindigde deze week niet alleen een jaar voorzitterschap door Nederland van een internationale organisatie, maar ook het ministerschap van Jaap de Hoop Scheffer, eerste man op Buitenlandse Zaken. De Hoop Scheffer wordt secretaris-generaal van de NAVO. Hij heeft zijn rol als voorzitter van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa naar behoren vervuld. Het voorzitterschap van deze organisatie met beperkte invloed kenmerkt zich door de smalle marges. De Hoop Scheffer heeft daarvan optimaal gebruikgemaakt. Het is wel sneu dat de Maastrichter top in onenigheid smoorde. Amerika en Rusland botsten over Georgië – hot spot in de Kaukasus en speerpunt van de OVSE. Het Russische staaltje machtsvertoon doet echter weinig af aan de Nederlandse inzet als preses van deze veelkoppige veiligheidsclub.

De onenigheid over Georgië tussen de twee voormalige aartsrivalen ging over de aanwezigheid van Russische troepen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Powell, eiste dat Rusland zijn militaire aanwezigheid in Georgië snel beëindigt. Moskou heeft daar geen haast mee, en maakte dat op de OVSE-top kenbaar. Powell wees er terecht op dat de Russen ook hun afspraken over het terugtrekken van troepen uit Moldavië niet zijn nagekomen. Het geschil eindigde in een verdeelde top. Het incident laat goed de betrekkelijke machteloosheid van de OVSE zien. Grootmachten maken in Georgië de dienst uit. Het land is voor Moskou en Washington van belang, strategisch en economisch. De OVSE, die niet beschikt over eigen (militaire) machtsmiddelen, heeft tegen kanonnen van dit kaliber weinig in te brengen.

Dat neemt niet weg dat de organisatie het afgelopen jaar onder Nederlandse leiding nuttig diplomatiek werk heeft verricht in onder meer een aantal voormalige sovjetrepublieken die de democratie slechts als theoretisch model kennen. De OVSE, voortgekomen uit de in 1975 in Helsinki opgerichte CVSE, houdt zich sinds 1994 bezig met het signaleren, beheersen en voorkomen van crises. Ook zaken als vrouwenhandel en mensenrechten behoren tot haar domein. De kracht van de OVSE is haar aanwezigheid – met eigen waarnemers – in gebieden van politieke instabiliteit. Met humanitaire- en vredesmissies in onder meer de Balkan heeft de OVSE het nodige gezag opgebouwd. Dat het ook anders kan bewijst het fiasco in Tsjetsjenië, waar de OVSE na Russische interventie geen voet meer aan de grond kreeg. In Georgië was en is de organisatie echter met eigen mensen ter plaatse om de verkiezingen te begeleiden. Na de Georgische gang naar de stembus, op 2 november, luidde de OVSE de alarmbel: er was sprake van verkiezingsfraude. Het vervolg is bekend.

Het voorzitterschap van de OVSE is een vorm van diplomatiek corvee. Elk van de 55 landen komt een keer aan de beurt. Nederland draagt de hamer nu aan Bulgarije over. Ook ons land heeft de OVSE niet kunnen ontdoen van haar eeuwige `bestaansprobleem': heeft deze instelling zonder veel feitelijke macht wel nut naast de NAVO en andere multinationale organisaties? Nederland lost zo'n existentieel vraagstuk niet even op. Zolang niemand anders het werk van de OVSE beter doet, moet ze blijven bestaan. Haar waarde is te vinden in de Balkan en Georgië.