Sociale patrouille

Terug uit New York trof ik de natie aan in de nasleep van de vreugderoes over de overwinning op de Schotten en in bezorgde afwachting van wat de toekomst ging brengen nadat we tegen erfvijand Duitsland, de Mannschaft, hadden geloot. Daarna de Rotterdamse crisis, de radicale maatregelen en het politieke Nederlands waarin dit alles door veel autoriteiten en woordvoerders werd toegelicht. Ten slotte de toespraak van onze premier bij de opening van de OVSE-conferentie in Maastricht. Ik bepaal me tot een paar hoogtepunten: voetbal, mislukte integratie en het uitzonderlijk soort Engels dat alleen door belangrijke Nederlandse politici wordt gesproken. Ik zeg niet dat het bij elkaar een cultuurshock was, maar wel was ik deze vaderlandse vorm van tijdloosheid ontwend. Het gaat alweer beter.

Het Amerikaanse nieuws wordt beheerst door Irak. Wat de presidentskandidaten ervan zeggen, wat van dag tot dag de toestand in Bagdad is, hoe het bliksembezoek van de president moet worden opgevat, de mening van the Europeans (met wie meestal Chirac en Schröder worden bedoeld), programma's met discussianten die op het punt staan elkaar aan te vliegen. Eerst de oorlog en daarna Michael Jackson. Amerikaanse televisie is drama, of het is geen televisie. Het mag zijn nadelen hebben, want het is ook een methode om onbenulligheid tot wereldbelang op te blazen. Maar de verdienste is dat de oorlog krijgt wat hij verdient, namelijk tot de zaak van de natie wordt, en dit voor iedereen, van de onvoorwaardelijkste Bush-getrouwen tot de felste tegenstanders.

Maar gelukkig heeft het NOS Journaal Gerrie Eickhof naar het gebied gestuurd waar het Nederlandse bataljon de orde bewaart. Eickhof heeft in Belgrado, tijdens de oorlog om Kosovo, al de beste Nederlandse reportages gemaakt maar viel toen kennelijk in ongenade wegens gebrek aan objectiviteit. Ik vind dat, als je in een gebied bent dat doel is van bombardementen, alle objectiviteit je vergaat zodra je de eerste explosies hebt meegemaakt. Maar omdat dit probleem tussen de NOS en haar verslaggever inmiddels is opgelost, hebben we het er verder niet over. Deze keer is hij in een vreedzame streek.

De gebruikelijke beelden, de horizon van de woestijn, vierkante witte gebouwen, een straat als een stoffig karrenspoor, een paar autowrakken en de bevolking. Ze zijn daar vriendelijk jegens de vreemdelingen, deze onmiskenbaar Hollandse jongens. ,,We zijn op onze hoede, natuurlijk, maar we helpen ze hier met klussen. We dragen geen helmen maar hoeden. En als we op patrouille zijn, rijden we niet te hard.'' Een sociale patrouille, noemde de militaire zegsman het. Die twee uitdrukkingen verdienen het in de vaderlandse geschiedenis te worden opgenomen. Helpen met klussen en sociale patrouille. Ik ken verder niets dat de Nederlandse versie van de moderniteit in onze buitenlandse politiek zo goed weergeeft. De oprechte goedwillendheid, met een vleugje zelftevredenheid, en de onschuld, of de naïviteit, althans een houding waaruit niets blijkt van besef dat men hier deelneemt aan het grootste waagstuk dat het Westen sinds de Koude Oorlog heeft ondernomen. En in Nederland niets waaruit het besef blijkt dat dit in een hachelijke fase is aangeland.

Nederland is, door de uitzending van een detachement naar Irak en de aanwezigheid van manschappen en vliegtuigen in Afghanistan, deelgenoot in twee oorlogen over de voering waarvan het niets te zeggen heeft. Toen onlangs in Irak onenigheid ontstond over de bereidheid van de Britten om inlichtingen met de Nederlanders te delen, heeft minister Kamp gedreigd met het sturen van Orions die onze eigen luchtverkenningen konden uitvoeren. Een goed besluit dat kennelijk het bedoelde resultaat heeft gehad. Maar het feit blijft bestaan: dat de Nederlandse regering geen noemenswaardige invloed heeft op het grote beleid over de lange termijn.

Over de manier waarop het nu gaat en over het perspectief heerst een diep verschil van mening. Volgens proconsul Paul Bremer en minister Rumsfeld vordert het met de dag. Scholen weer open, elektrisch licht, enz. Ex-generaal Wesley Clark, de overwinnaar van Kosovo en presidentskandidaat, verklaart dat de regering het volstrekt verkeerd heeft aangepakt, dat nog doet en zo verder gaat. Verslaggevers als Walter Rodgers van CNN geven een realistisch beeld van het voortdurend geweld. De steden blijven frontgebied. En wat voor onze aanwezigheid het belangrijkst is: het verzet ontwikkelt zijn eigen buitenlandse politiek. Door aanvallen op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties, het Rode Kruis, Italianen, Japanners, Zuid-Koreanen en Spanjaarden toont het dat het de Amerikanen en Britten wil isoleren en de coalitie uit elkaar spelen.

Intussen is men het binnen de Amerikaanse regering niet eens. Een bespoediging van de overdracht aan de Iraakse regeringsraad? Deugt die raad wel? Moet Irak een eenheidsstaat worden of uit drie deelstaten bestaan? Nu het aantal troepen al verminderen, of eerst meer erheen? Nu al meer invloed van de Verenigde Naties? Kofi Annan heeft een conferentie tussen de buurlanden van Irak en tien leden van de Veiligheidsraad belegd. Bush is boos.

In deze fase vliegen de opties je om de oren. De beste zou waarschijnlijk de terugkeer van de VN zijn, maar wie bewaart in de overgangsperiode de orde? In Irak mag het nog een chaos zijn, daarbuiten op een andere manier niet minder.

Hebben wij, terwijl Nederlandse soldaten op sociale patrouille zijn, een standpunt dat gepropageerd en op de bestemde plaatsen verdedigd wordt? De laatste tijd niets van gehoord. Voor de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken is het een goede gelegenheid om, bij zijn aantreden, daarover iets duidelijks te laten horen. Als het publiek het dan maar begrijpt, want onze populaire media zijn tot de kleinste dorpsheid gekrompen.