Schröder zet zich in voor China

Bondskanselier Gerhard Schröder wil zich in de Europese Unie sterk maken voor het opheffen van het wapenembargo tegen China. Ook is hij in principe bereid de Chinese regering een Duitse plutoniumfabriek te verkopen.

In een gesprek met de Chinese minister-president Wen Jiabao beloofde Schröder het embargo, ingesteld als reactie op het bloedig neerslaan van het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in juni 1989, aan de orde te stellen. Van Chinese zijde werd tijdens de gesprekken in Peking de aankoop van een Duitse plutoniumfabriek bepleit die in 1995 door Siemens is opgeleverd maar nooit in gebruik werd genomen. Schröder ziet op voorhand geen bezwaren tegen de levering: ,,Het ziet er niet naar uit dat er iets is dat er dwingend tegen spreekt.''

De mogelijke verkoop stuitte op verbijstering bij de Schröders coalitiepartner de Groenen. Joschka Fischer voorkwam destijds als Minister van Milieu in deelstaat Hessen dat de fabriek in Hanau operationeel werd. Als Minister van Buitenlandse zaken heeft Fischer nu een belangrijke stem in het al dan niet verlenen van een exportvergunning aan Siemens. ,,Wat in Hanau oud ijzer is, is dat ook in China'', zei een Groene politicus uit Hessen. ,,Als de verkoop bijdraagt aan de proliferatie van atoomwapens moet het verboden worden'', aldus de parlementariër Winfried Nachtwei.

Siemens is van mening dat de fabriek niet voor militaire doeleinden misbruikt kán worden. De Berliner Zeitung citeert vandaag echter uit een rapport van het Duitse ministerie van Milieu waarin het tegendeel wordt beweerd. ,,Met deze technologie kan op grote schaal plutonium geproduceerd worden, ook voor militaire doeleinden.''

China heeft vandaag in een ongebruikelijk gedetailleerd rapport uit de doeken gedaan hoe het land wil voorkomen dat technologie die gebruikt kan worden voor de productie van massavernietigingswapens in verkeerde handen valt. Met het 28 pagina's tellende rapport wil China aan de Verenigde Staten en de Europese Unie duidelijk maken dat Peking een betrouwbaar en verantwoordelijk lid van de wereldgemeenschap is. Vooral Amerika heeft daar in het verleden de nodige vraagtekens bij geplaatst. Washington verdenkt Chinese bedrijven van het leveren van wapens en militaire technologie aan landen als Iran, Pakistan en Libië.

China wilde daarbij nog wel eens aanvoeren dat de leveranties niet door de staat hadden plaatsgevonden, maar door bedrijven die men niet kon controleren. Daaraan lijkt met nieuwe regelgeving een einde te komen. Het rapport geeft aan welke instanties verantwoordelijk worden voor het toezicht op gevoelige technologie en bindt bedrijven aan een exportvergunning.