`Ongelukjes horen bij mijn speltype'

Hockeyster Minke Booij ontbreekt bij het toernooi om de Champions Trophy in Sydney, nadat de 26-jarige verdedigster van Den Bosch vorige maand haar neus brak. ,,Ik zoek het gevaar zelf op.''

Dit wordt geen verhaal over de onderschatte gevaren of erger nog de ontoelaatbare risico's van het hockey. Daar werkt Minke Booij namelijk niet aan mee. ,,Hockey een gevaarlijke sport? Niet meer of minder dan welke andere sport dan ook. Autorijden is gevaarlijker.''

Ruim twee weken geleden, in het competitieduel tegen Push (0-5), kreeg de 26-jarige international van landskampioen Den Bosch een bal midden in haar gezicht. Behalve een op meerdere plaatsen gebroken neus liep Booij daarbij een beschadigde holte achter het jukbeen op en een diepe snijwond. Ter observatie bleef ze een nacht in het ziekenhuis van Breda.

Vijf dagen kon Booij amper ademen door twee tampons in haar neus, en oogde ze als een zwaargewonde soldaat die net was teruggekeerd van het front. Maar vandaag, anderhalve week na het ongeval en bevrijd van ,,het gevaarte'' op haar hoofd, blijkt de schade alleszins mee te vallen.

Van het voorval zelf herinnert Booij zich slechts de aanleiding: een door haar zelf veroorzaakte strafcorner. ,,We speelden geen goede wedstrijd, ook al was het eenrichtingsverkeer. Ik zat niet lekker in de wedstrijd en stond me achterin een beetje te vervelen. Na rust zou ik wat meer doorschuiven naar het middenveld. We waren nog geen minuut aan de gang in de tweede helft of ik maakte een domme fout, waardoor we een corner tegen kregen.''

Niet veel later ging Booij knock-out. ,,Ik weet nog dat ik ging rennen, en dat is het. Van wat er toen gebeurde, weet ik niets meer. Ik heb de bewuste videobeelden later gezien, maar het zei me weinig. Mijn (aanvoerster Donners, red.) heeft me later verteld dat ik nog wel wat gegild heb en ook wat gezegd, toen ik bloedend van het veld liep. Feit is dat ik die bal niet heb zien aankomen.''

Booij neemt de `zondaar' niets kwalijk. Sterker nog: ze wenst de naam van de Push-speelster (Carien Schuts) niet prijs te geven. ,,Waarom zou ik? Ze deed het niet met opzet. Ze raakte die bal niet helemaal niet goed, want ik liep niet in de baan van het schot, maar dat kan gebeuren. Bovendien kan je het haar moeilijk kwalijk nemen dat ik zo `laag' zat en met m'n stick naar voren dook, in de richting van de bal.''

In dertien jaar tophockey is Booij al zo vaak getroffen door een bal of een stick dat het onverzettelijke boegbeeld van Den Bosch niet meer opkijkt van een blessure meer of minder. ,,Het is het risico van het vak. Soms is het een sneetje vlak boven je wenkbrauw, dat redelijk makkelijk gehecht of `geplakt' kan worden. Dat is me al een keer of twintig overkomen. Maar het gaat ook wel eens mis: een gebroken pink of duim. Ditmaal is het m'n neus. Nou goed, het zij zo. Ongelukjes horen bij het hockey.''

Gevaren zitten bovendien opgesloten in haar gewaagde manier van spelen, en dus moet Booij vooral niet klagen, stelt ze. ,,Ik zoek het gevaar ook een beetje op. Als anderen denken: laat gaan die bal, die is voor de keeper, dan zet ik toch nog even m'n stick ervoor. Dat zit in me, maar schuilt een zeker gevaar in. Als het dan een keertje misgaat, dan moet ik ook niet zeuren.''

Toch lijkt stilaan sprake van een toename van het aantal ongevallen. Zeker nu het `laag verdedigen' het diep door de knieën gaan met de stick bijna plat op de grond ook in het vrouwenhockey terrein wint. Bondscoach Marc Lammers is een warm pleitbezorger van de verdedigende maar risicovolle techniek, en heeft mede daarom bij zijn speelsters aangedrongen op het dragen van handbeschermers. Dat kon niet voorkomen dat Booijs collega Janneke Schopman vorig jaar, tijdens de halve finale van het WK tegen China, een bal vol op haar wang kreeg.

Maar Booij bestrijdt die suggestie als zou het `laag zitten' borg staan voor ongelukken. ,,Wij zetten onze stick in de baan van het schot, nooit ons lichaam. Daar trainen we op. Dat maakt het een aanvaardbaar risico. Ik weet wat ik doe. Bovendien: ik kies ervoor om laag te gaan zitten, niemand ook Marc niet dwingt mij daartoe. Mijntje zal het niet doen, ik wel. Maar ik ben dan ook verdedigster, zij aanvalster. Natuurlijk doe ik ook wel eens m'n ogen dicht, zo van: op hoop van zegen. Maar ook dat hoort erbij.''

Maar heeft Booij stilgestaan bij de mogelijkheid dat de bal op haar slaap terecht had kunnen komen, net als Karel Klaver vorig jaar overkwam? ,,Ja, maar ik ben geen doemdenker. Het had ook minder ernstig kunnen zijn. Een blauwe plek op m'n schouder, meer niet. Ik moet niets hebben van extreme sporten als parachutespringen of bunjeejumpen. Maar op het hockeyveld ben ik niet zo snel bang. Bij Karel was sprake van een `verdwaalde bal', heel ongelukkig.''

In een masker voor de lijnstoppers ziet Booij niets. ,,Dat jeukt en dat doet, nee, daar moet ik niet aan denken. Ik draag ook geen bitje (gebitsbeschermer, red.), al zou ik dat eigenlijk wel moeten doen.''

Een dag na het ongeval verklaarde de 126-voudig international `gewoon' mee te zullen gaan met de Nederlandse selectie naar Sydney, waar zaterdag de strijd om de Champions Trophy begon. Dat bleek ijdele hoop. Artsen schreven haar rust voor. Het risico van blijvend letsel was te groot. ,,Bovendien had ik last kunnen krijgen van de druk in het vliegtuig.''

Natuurlijk baalt Booij van haar afwezigheid, maar: ,,Het biedt Marc de kans om te experimenteren. Hij weet wat ik kan, en heeft nu mooi de gelegenheid om te zien waartoe anderen in staat zijn. Een geluk bij een ongeluk, zullen we maar zeggen.''

    • Mark Hoogstad