Lawaai van boten `redt' potvissen

Lawaai, daar zijn ze bang voor. Drie uit de koers geraakte potvissen zijn maandagmiddag voor de kust van Ameland vermoedelijk gered doordat ze op de vlucht sloegen voor het harde geluid van drie speciaal voor hen ingezette boten. Door het lawaai van de motoren werden ze teruggejaagd naar dieper water.

Een visser had de dieren, die op 300 meter van het Amelander Noordzeestrand zwommen, ontdekt en de kustwacht gewaarschuwd. ,,Eén ongeveer zestien meter lange vis lag toen al redelijk vast in ondiep water'', vertelt directeur J. de Jong van het Natuurcentrum op Ameland. Twee reddingsboten van Ameland en een schip van een rederij op Terschelling werden gewaarschuwd en voeren urenlang tussen het strand en de dieren, om de dieren naar dieper water te jagen. Het geluid van de motoren van de boten (van 800 PK en 900 PK) werkte volgens De Jong ,,fantastisch''. ,,Je zou ook nog kunnen denken aan het laten ontploffen van onderwaterbommetjes, maar dat is veel moeilijker te realiseren.'' Nadat de drie boten enkele uren langs het strand hadden gevaren, bleken de dieren op drieënhalve kilometer ten noordoosten van Ameland te zwemmen. Strandjutter en dierenvriend H. Wiegman was aan boord van het schip uit Terschelling. ,,Je kunt met deze boten veel geluid produceren, terwijl je vrij langzaam vaart'', vertelt hij. ,,Je kunt de beesten nooit raken, omdat de vaartuigen schroeven hebben.''

Een geluk was, zegt De Jong, dat het vloed was en het zeewaterpeil daardoor anderhalf tot twee meter hoger was dan normaal. Als de potvissen waren blijven rondzwemmen, was dit hun dood geworden, weet hij. ,,Ze sterven door de grote druk op hun ingewanden en stikken.'' De potvissen, jonge mannetjes, waren vermoedelijk afkomstig van Noorwegen en op weg naar zuidelijker, warmer water. De Jong: ,,Ze moesten in westelijke richting langs Schotland, maar zwommen per ongeluk de Noordzee binnen. Waarom? Ach, wij rijden ook wel eens verkeerd.''

In ondiep water raken de potvissen gedesoriënteerd, omdat er ruis ontstaat op hun sonarsysteem, door zandbanken en de kustlijn. Normaal halen ze voedsel op enkele kilometers diepte. De Jong: ,,Hier zwommen ze op een diepte van vijf à zes meter.''

Eerder deze week strandden er twee dode potvissen op het Duitse waddeneiland Norderney, volgens De Jong vermoedelijk afkomstig van dezelfde kudde. Of de dieren ,,de fuik van de Noordzee'' echt weten uit te zwemmen, is niet zeker. Een goed teken is, zegt De Jong, dat ze tot dusver op de drukke vaarroute boven Ameland niet gesignaleerd zijn. ,,Maar als ze hier dagen rondzwemmen, verzwakken ze, omdat er geen voedsel is.''

    • Karin de Mik