Gezellig baren

Baren in Nederland is o zo gezellig. Er is duidelijk weinig veranderd sinds mijn eigen ervaringen in de jaren tachtig. Met het devies `Zwangerschap is geen ziekte' wordt iedereen de mond gesnoerd die het waagt te zeggen dat elke zwangere de beste zorg zou moeten krijgen die er is.

Een minuscule herinnering schiet mij altijd te binnen bij discussies over de Nederlandse baarcultuur. Ik belde de vroedvrouw om een controlebezoek te verzetten, zeggend dat mijn moeder op bezoek kwam. Zij antwoordde: ,,Dan neem je je moeder toch gezellig mee?'' Mijn moeder, met wie ik praat, lach, naar het museum ga – mijn moeder eerst eindeloos in die Ikeahouten wachtkamer, en dan soms naast de onderzoekstafel? Een bizarre gedachte. Maar de vroedvrouw kon zich niet voorstellen dat wij samen wel leukere tijdspasseringen wisten. Zij zag mij alleen als lid van de warme club van broedse vrouwen, waarin zij een sleutelrol speelde.

In een rijk land, waar het leven steeds veiliger en comfortabeler is geworden dank zij de techniek, is het verlangen naar natuurlijkheid blijven vastklonteren aan de bevalling. Omdat de thuisbevalling wordt geroemd als een `groot goed', worden jaarlijks duizenden barenden, met persweeën of hevig bloedend, door ambulances van slaapkamer naar ziekenhuis geracet. De thuisbevalling stamt uit de tijd dat de welgestelden helemaal nooit naar het ziekenhuis hoefden, omdat dat lugubere oorden waren waar de armen werden verpleegd. Het spook van de `medicalisering' is er later bij verzonnen, als een onlogische variant op de baas-in-eigen-buikgedachte.

En dan de pijn, die niemand zich kan voorstellen die het niet heeft meegemaakt: hij `hoort erbij', zo zalven de gezellig-baarders. Ja, net als bij een auto-ongeluk (dat is trouwens ook geen ziekte). Al minstens 150 jaar, sinds de uitvinding van chloroform, hebben vrouwen die rijk en mondig genoeg waren geprofiteerd van de zegeningen van pijnbestrijding, zelfs al waren er gevaren aan verbonden. Nu het eindelijk veilig kan, wordt het in Nederland nog steeds afgeschilderd als iets voor verwende nesten, ja, een teken van gebrek aan toewijding. Maar op de achtergrond spelen belangen mee, want het kan niet thuis, en vroedvrouwen zijn geen medici: allicht dat die alles ouderwets gezellig willen houden. Het contrast met de Duitse situatie, zoals Sylvia Witteman die beschreef in de Volkskrant (29/11/03) is verbijsterend.

Wat is dat toch in Nederland, die cultuur van kiezen op elkaar en doe maar gewoon? Van `jij wou toch niet een mongooltje doodmaken' als iemand wil weten of haar kind gezond is? Bevoogding is het. Jonge ouders zijn er kwetsbaar voor.

Na de bevalling gaat het door met de borstvoedingscultuur. Zelf vrij kiezen tussen fles of borst, op basis van nuchtere voorlichting? Ben je gek, dan is straks die mooie oude traditie uitgestorven. Al eeuwen hebben moeders om verschillende redenen ernaar verlangd om niet te hoeven zogen. De rijken namen een min, armen zagen handenwringend hun baby's verpieteren door verdunde melk en pap. Het is net als met de pijnbestrijding: nu is de wetenschap eindelijk zo ver dat het kan, moderne flesvoeding heeft geen aanwijsbare nadelen, maar van een vrije keuze is geen sprake. De zielenrust van jonge ouders wordt opgeofferd aan emotionele en politieke bezwaren.

Als ze niet een beetje voor hun baby moeten lijden, gooien ze hem straks weg, lijkt de gedachte te zijn. Bevoogding is het, een diep in de Nederlandse cultuur ingebakken verschijnsel, dat nog het beste kan worden omschreven als een gezellige combinatie van bekrompenheid en arrogantie.

    • Ileen Montijn