Einde van Kyoto

TOEN ENKELE KAMERLEDEN van VVD en CDA onlangs opperden dat de maximumsnelheid op de Nederlandse wegen best verhoogd kon worden, maakte de minister van Verkeer daar direct korte metten mee. Harder rijden is slecht voor het milieu en Nederland heeft toch al de grootste moeite om de doelstellingen voor de uitstoot van broeikasgassen, zoals vastgelegd in het protocol van Kyoto, te halen. Eerder zou de maximumsnelheid naar beneden moeten – tachtig voor Kyoto. Deze week vergaderen milieuministers en ambtenaren in Milaan over de stand van zaken van het klimaatverdrag van Kyoto. Daar gaat het niet goed mee. Rusland zal het verdrag waarschijnlijk niet tekenen. President Poetin had dat al eerder laten doorschemeren. Gisteren bevestigde zijn hoogste economische adviseur dat ondertekening van `Kyoto' niet in het belang van de Russische economie is. Zonder Rusland treedt het verdrag niet in werking. De vereiste minimale hoeveelheid uitstoot van industrielanden wordt dan niet gehaald. Eerder lieten de Verenigde Staten weten `Kyoto' niet te zullen ondertekenen.

De Europese Unie wil de doelstellingen van het verdrag wél naleven, zelfs als het nooit in werking zou treden. Maar eurocommissaris Wallström (milieu) maakte gisteren bekend dat de meeste EU-lidstaten er niet in slagen de doelstellingen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te halen. Kyoto schrijft voor dat uiterlijk in 2012 de uitstoot 8 procent lager is dan het niveau van 1990. Maar 13 van de 15 EU-landen, waaronder Nederland, zitten flink boven hun Kyoto-doelstellingen.

OVER DE TELOORGANG van het klimaatverdrag hoeft niet al te rouwig te worden gedaan. Los van de voortgaande wetenschappelijke discussies over de omvang van het proces van klimaatverandering heeft het verdrag fundamentele tekortkomingen. Voldoen aan de eisen van Kyoto zal in toenemende mate beperkingen opleggen aan energieconsumptie. De kosten in termen van minder economische groei wegen niet op tegen de verwachte minimale matiging van de temperatuurstijging over een lange periode. Met de druk van bevolkingsgroei wordt geen rekening gehouden. En de opkomst van grote, volkrijke ontwikkelingslanden wordt buiten beschouwing gelaten, terwijl daar sprake is van de sterkste groei van de energieconsumptie. China en India bijvoorbeeld zijn uitgezonderd van de Kyoto-doelstellingen, hoewel China nu al meer olie per dag verbruikt dan Japan en India meer dan Frankrijk. De befaamde `Aziatische bruine wolk' van roetdeeltjes die boven Zuidoost-Azië en de Indische Oceaan hangt en die vooral wordt veroorzaakt door houtverbranding, wordt in het geheel niet betrokken bij de beperking van het broeikaseffect.

Het is beter om de nadruk te verleggen naar de speurtocht naar technologische alternatieven dan om vast te houden aan onrealistische doelstellingen en met morele verongelijktheid te blijven hameren op de betekenis van een verdrag dat niet in werking zal treden. De grote oliemaatschappijen en autofabrikanten zijn volop bezig met onderzoek en ontwikkeling van schone energie uit waterstof. Met energiebesparing valt veel meer te bereiken. Vermindering van subsidies op traditionele brandstoffen zoals steenkool helpt ook. Zo zijn meer praktische oplossingen denkbaar waar de moeizame naleving van de Kyoto-eisen niet voor nodig zijn. Als over enkele jaren blijkt dat de EU-landen met geen mogelijkheid kunnen voldoen aan de doelstellingen die ze zichzelf hebben gesteld, zullen ze president Bush en president Poetin nog dankbaar zijn dat die `Kyoto' hebben afgelegd.