Celstraffen voor daders van genocide

Een Rwandese rechtbank heeft gisteren achttien mensen veroordeeld voor hun rol bij een van de meest grootschalige en gruwelijke slachtingen tijdens de genocide in Rwanda van 1994.

Ze worden verantwoordelijk geacht voor de moord op zo'n 20.000 Tutsi's die zich in een kerk hadden verschanst.

Honderden kilometers verderop, in het Tanzaniaanse Arusha, doet het Rwanda-tribunaal vandaag uitspraak in een zaak tegen twee radiobazen en de directeur van een krant die met hun haatcampagnes een beslissende rol in de genocide zouden hebben gespeeld. In dit geruchtmakende proces staat de Rwandese pers in de beklaagdenbank. Volgens de verdedigers van de verdachten staat de vrijheid van meningsuiting op het spel.

Bij de rechtzaak in de Rwandese provincie Kibungo veroordeelde rechter Moise Ruzezwa de leider van een extremistische Hutu-militie, Gitera Rwamuhizi, tot 25 jaar gevangenisstraf. Andere verdachten kregen celstraffen variërend tussen 6 en 17 jaar. De rechter zei dat de straffen nog mild waren uitgevallen omdat de meesten schuld hadden bekend.

Nabestaanden van de slachtoffers reageerden ontevreden op de vonnissen. Ze hadden zeker enkele doodstraffen verwacht. ,,Het is oneerlijk dat deze moordenaars er zo makkelijk af komen'', zei een van hen, Daniel Murenzi. ,,Dit zal de verzoeningsbereidheid binnen de gemeenschap van overlevenden niet vergroten.''

Volgens de aanklagers waren de achttien lid van een militie die op 15 april 1994 jacht maakte op vluchtende Tutsi`s. Ze schoten iedereen dood die voor hun loop kwam, maar schrokken aanvankelijk terug toen duizenden een toevlucht hadden gezocht in de kerk van de kleine stad Nyarubuye. De volgende dag kwamen ze terug om iedereen in de kerk te vermoorden. Dat deden ze met sporen, kapmessen, stokken en handgranaten. Veel van de slachtoffers stierven niet meteen maar bloedden langzaam dood.

Tijdens de genocide werden in honderd dagen tijd naar schatting 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's vermoord. De hoofdschuldigen moeten zich verantwoorden voor een speciaal VN-tribunaal in het buurland Tanzania. De kleinere daders en de meelopers worden berecht in Rwanda, maar het zijn er zoveel dat het door de genocide uitgedunde justitieel apparaat eronder dreigt te bezwijken. Zo'n 6.500 mensen zijn inmiddels veroordeeld, van wie circa 700 tot de doodstraf. Meer dan 120.000 mensen zitten nog vast.

Veel slachtingen voltrokken zich in kerken waar Tutsi's veilig dachten te zijn. Een aantal van die kerken dient tegenwoordig als herdenkingsplaats. Stapels schedels en botten dienen als monumenten voor de nabestaanden.