Bestelde allochtonen

In Scandinavië ziet men Nederlandse immigranten graag komen. Ze passen zich snel en eenvoudig aan. Een geëmigreerde Nederlander bemiddelt tussen Noorse gemeenten en Nederlanders.

`Het is hier hartstikke licht!', zegt Gert Rietman vanuit het Noorse Stordal. Het is halftwee 's middags. Het is zacht weer voor de tijd van het jaar, het uitzicht over het Storefjord is onbelemmerd.

Rietman bemiddelt tussen Noorse gemeenten en Nederlanders die naar Noorwegen willen emigreren. In zijn kantoor staat Herman van Dijken. Hij tekent juist met zijn zwager het overnamecontract voor een camping in Stordal. Al jarenlang werkt hij als houtkapper bij Staatsbosbeheer. Maar het idee om te verhuizen ,,kriebelde al langer''. Want ook in Apeldoorn is het allang niet meer zo rustig.

En nu is het dan zo ver. De planning ligt al vast. ,,In maart verhuizen we met onze gezinnen. Die maand gebruiken we om de faciliteiten in orde te brengen. In april leggen we de contacten met de leveranciers, en vanaf mei zijn we open.'' Hoeveel hij voor de camping heeft betaald, laat hij liever ,,in het midden''. Maar het is aanzienlijk minder dan een miljoen euro, het bedrag dat een goedlopende camping van dit formaat in Nederland zou moeten kosten. En inderdaad, de dagen zijn `s winters kort in Noorwegen. ,,Tegen drie uur begint het al te schemeren'', zegt Van Dijken. ,,Om vier uur is het donker. Tja, dat is een van de nadelen van Noorwegen. Maar daar staan meer voordelen tegenover.''

Van Dijken is een van de ongeveer tweeduizend Nederlanders die jaarlijks emigreren naar Scandinavië. Hun achtergrond is zeer divers: van verpleegsters tot slagers, van orgelbouwers tot campingexploitanten. Maar één ding hebben ze gemeen: ze vinden Nederland te druk en ook vaak, zo valt te beluisteren, te crimineel geworden. Ze zoeken rust en ruimte, en hopen die in Scandinavië te vinden.

Het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI, de voormalige arbeidsbureaus) hield op 1 november in haar vestiging in Amersfoort een open dag voor mensen die overwegen te emigreren naar Scandinavië. Het CWI zit in het Eures-netwerk van de Europese Unie, dat werken in een andere EU-lidstaat moet vergemakkelijken, en waarbij ook Noorwegen en IJsland zijn aangesloten. Het CWI krijgt zo vacatures in Noorwegen, Zweden en Finland binnen, waarvoor Nederlanders gezocht worden.

Maar waarom hebben de Scandinaviërs Nederlanders nodig voor de vervulling van vacatures? Omdat ze zelf niet genoeg geschikte mensen kunnen vinden, zegt Rob Floris, arbeidsconsulent in Kalmar, een stad van 30.000 inwoners aan de Oostzee. Volgens het Zweedse bureau voor de statistiek heeft het land in 2012 een tekort van 300.000 mensen op de arbeidsmarkt van Zweden. ,,Niet aan kantoorpersoneel, daar hebben we er genoeg van. Maar aan autospuiters, elektriciens, verpleegkundigen, leraren. Technische vaklui hebben hier direct een baan. En het onderwijs heeft veel mensen nodig. Ik heb hier een vacature op mijn bureau voor een leraar Frans op een engelstalige school in Stockholm. Zie die hier maar eens te vinden.'' De vacatures zijn voornamelijk in de steden, op het platteland is minder werk. In Noorwegen is het precies andersom: jongeren trekken weg uit het platteland, waardoor er in verschillende regio's sprake is van een sluipende ontvolking. Allerlei voorzieningen, zoals een slager en een bakker verdwijnen, waardoor het risico bestaat dat de gemeenschappen op het Noorse platteland langzaam afsterven.

Rietman (42) verhuisde in 1997 met zijn vrouw naar Noorwegen. De reden was dezelfde als die van de meeste andere Nederlanders: behoefte aan ruimte, rust en `kwaliteit van leven'. Ze streken neer in Ålesund, een kustplaatsje gelegen aan de uitlopers van een fjord, waar Rietmans vrouw een baan kreeg als verpleegkundige in een ziekenhuis. Hij werd, vanwege zijn opleiding als arbeidsbemiddelaar, consulent op het arbeidsbureau van Ålesund. Hun nieuwe bestaan beviel hen goed.

Door zijn werk als internationaal arbeidsconsulent merkte Rietman dat er in Nederland veel belangstelling was voor emigratie naar Noorwegen. Omgekeerd merkte hij dat veel Noorse plattelandsdorpjes te kampen hadden met een sluipende leegloop, waardoor steeds meer voorzieningen daar verdwenen. Toen kreeg Rietman het idee ,,om die zaken aan elkaar te koppelen''. Hij zette in zijn vrije tijd een onderzoekje op met gegevens van het Noorse bureau voor de statistiek, en onderzocht welke gemeenten of regio's met een structurele achteruitgang in bevolkingsgrootte te kampen hadden. Rietman stuurde brieven aan de bestuurders van die gemeenten, en bood hen aan om in Nederland op zoek te gaan naar arbeidskrachten.

De gemeente Fyresdal, in het zuiden van Noorwegen, reageerde direct. Er staat een slagerij leeg, kun je voor ons een slager vinden, was de vraag. Rietman had zijn eerste opdracht binnenen ging aan de slag. Hij zegde zijn baan op als arbeidsconsulent, en vestigde zich dit voorjaar definitief als zelfstandig ondernemer in Stordal. Inmiddels lopen er projecten met zes verschillende regio's. Het gaat uitstekend, zegt Rietman. ,,Zo goed dat ik tot augustus vol zit''. De 25 mensen die Fyresdal nodig had, waaronder een organist, een bakker en een autoschadehersteller, hebben zich inmiddels aangemeld. Dit jaar zijn er veertig Nederlanders naar Fyresdal verhuisd. Op een totale bevolking van 1.350 zielen is daarmaa het quotum aan Nederlanders wel bereikt. ,,De gemeente vindt het nu wel even voldoende'', zegt Rietman. ,,De Nederlanders moeten natuurlijk wel opgaan in de bestaande gemeenschap, en niet een gemeenschap van expats gaan vormen.'

Van het zuidelijke Fyresdal tot het boven de poolcirkel gelegen Vengsøya: allemaal hebben ze behoefte aan buitenlanders. En dan vooral aan Nederlanders, heeft Rietman gemerkt. ,,Nederlanders doen het goed in Noorwegen'', zegt hij. ,,De cultuurverschillen met de Noren zijn klein, en Nederlanders leren de taal makkelijk. Ze integreren snel in de gemeenschap.'' Noren geven aan Nederlanders de voorkeur boven Duitsers, zegt Rietman. ,,Wij zijn niet zo formeel als Duitsers, dat zijn Noren ook niet. Er zijn ook wel verschillen, maar die zijn overkomelijk.'' Welke verschillen? ,,Nederlanders zijn wat harder in zaken, en minder geduldig. Als een Nederlander 's morgens een e-mail stuurt, en hij heeft tegen het middaguur nog geen antwoord ontvangen, gaat hij bellen. Dan kijkt een Noor toch vreemd op. Daar zullen de Nederlanders aan moeten wennen.''

Zweden lijken over het algemeen niet zo veel van Noren te verschillen. ,,Het is een introvert volk'', zegt Floris. ,,Ze praten niet zo gauw met vreemden.'' En vreemd, dat is iedereen die niet uit de eigen streek komt. Waarmee niet gezegd is dat het opbouwen van persoonlijke relaties onmogelijk is, maar ,,het gaat niet vanzelf''. ,,Zweden houden over het algemeen wat afstand. Het duurt minstens een jaar voordat je bij iemand thuis wordt uitgenodigd. Veel Nederlanders klagen daar wel eens over. ,,Allemachtig, het duurt hier wel erg lang!'', zeggen ze.

Floris raadt iedereen aan zo snel mogelijk Zweeds te leren. ,,Zonder dat redt je het niet. Folders in twee talen kennen ze hier niet. Mensen die denken zich met Engels te kunnen redden, vergissen zich. De Zweden spreken het wel, maar alleen tegen toeristen.'' De mogelijkheden om de taal snel machtig te worden, zijn echter vrijwel onbeperkt. ,,Ieder dorp heeft een school waar je Zweeds kunt leren. `Svenska för Invandere', heet het en het is gratis, je kunt les nemen zo veel als je wilt. Vier uur, twintig uur, veertig uur: het maakt niet uit. Nieuwkomers worden geacht Zweeds te spreken, maar ze krijgen er ook alle gelegenheid toe.''

Floris was ook aanwezig op de open dag in Amersfoort. Het belangrijkste verzoek van zijn collega bij het CWI was: zet die `roze bril' eens af bij die Nederlanders. ,,De meeste mensen hebben een zeer romantisch beeld van het leven in de Zweedse natuur. Maar hier wonen is echt iets anders, dan er een vakantie doorbrengen. De winters duren van oktober tot april, en al die tijd ligt er sneeuw. Tot de Kerst vinden de mensen het wel aardig, maar als het in maart nóg sneeuwt, worden ze het wel een beetje zat.'' En, opnieuw, de korte dagen. ,,Hier wordt het om drie uur al donker, en dit is Zuid-Zweden. In het noorden is het 's winters maar twee uurtjes per dag licht.''

De huizen op het Zweedse platteland kosten slechts een fractie van vergelijkbare Nederlandse huizen. Een vrijstaand huis met 6 hectaren grond is vaak al te koop voor 50.000 euro. De verleiding om te kopen is dan ook groot. Toch raadt Floris dit af. ,,Huur eerst een huis, en kijk eens of het na twee jaar nog steeds bevalt'', is zijn advies. Tot zijn stomme verbazing kopen veel Nederlanders eerst een huis en gaan ze daarna pas op zoek naar een baan. Die banen zijn voornamelijk te vinden in de steden, maar omdat het wonen in de natuur hun ideaal is, hebben ze de lange reistijd naar hun werk er voor over.

,,Realiseer je goed waaraan je begint'', zeg Floris. ,,Als je een pak melk bent vergeten, moet je veertig kilometer rijden. Voor een bezoekje aan de sportclub geldt hetzelfde.'' De romantiek kan omslaan in een gevoel van isolement. ,,Dit geldt des te sterker als de partner geen werk heeft. Dat loopt heel vaak mis. Daarbij zijn de Zweden nogal op zichzelf, en in de winter zit iedereen binnen. Na anderhalf jaar eenzaamheid kan iemand helemaal doordraaien. Dan zijn verhuizen of scheiden de enige mogelijkheden.'' Hij wil geen negatief beeld schetsen, maar Nederlanders met een `roze bril' voor een teleurstelling behoeden.

Van enige teleurstelling is bij Inge Koopman (28) en haar man Herman Pit (37) vooralsnog geen sprake. Ze waren altijd al ,,Zweeds georiënteerd'' en verliefd op de schoonheid van het land. Anderhalf jaar geleden verhuisden ze naar Torsås (spreek uit: Toersos), een klein dorpje van 15 huizen in Zuid-Zweden. Voor 38.000 euro kochten ze een huis met 2 hectaren grond. Het is een stationshuisje uit 1914, dat tot woonhuis is omgebouwd, en ligt midden in het bos. Er moet nog wel het een en ander aan worden verbouwd. ,,Maar voor de prijs van ons huis koop je in Nederland nog niet eens een zolderkamer'', zegt Koopman.

Ze kwamen aan in het voorjaar. Dat is het beste jaargetijde om te emigreren, zegt Koopman. ,,Dan maak je zo veel makkelijker contact met de andere bewoners.'' Zij en haar man zijn van oorsprong beide metaalbewerker. Hij had binnen een maand een baan, maar zij zat eerst een half jaar werkloos thuis. Ze heeft nu drie verschillende banen tegelijk. Op maandag werkt ze in een hondentrimsalon, en de rest van de week als dierenartsassistente. En één avond per week geeft ze aerobic-lessen in een naburig hotel. In hun vrije tijd experimenteren ze met de productie van aluminium bootjes, die ze op de markt willen brengen.

Succesvol emigreren vergt nog altijd een behoorlijke inzet en pioniersgeest. ,,We hebben nog geen seconde spijt gehad'', zegt Koopman. ,,Maar het gaat niet vanzelf hoor. Je zult er echt wat voor moeten doen om hier te aarden.''

Illustratie Dik Klut