Auto verstoort stilte het meest

De stilte in natuur- en recreatiegebieden wordt vooral verstoord door auto's en brommers. Dit blijkt uit onderzoek door de Rijksuniversiteit Groningen en enquêtes door de Stichting Natuur en Milieu. Opvallend is, aldus de onderzoekers, dat bezoekers zich minder ergeren aan lawaai dat in hun ogen bij het gebied hoort, zoals landbouwmachines.

Onderzocht werden afgelopen zomer vier gebieden: de aan elkaar grenzende waterrijke en grotendeels open Weerribben en Wieden in Overijssel, het bosrijke en beschutte Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, en de open en grotendeels agrarische Zak van Zuid-Beveland in Zeeland. In elk gebied is ongeveer de helft van de tijd een motorisch geluid te horen. In De Zak van Zuid-Beveland is volgens het onderzoek ook de industrie een hinderlijke geluidsbron en in De Wieden en De Weerribben zijn dat de motorboten.

Uit enquêtes onder bewoners en bezoekers blijkt volgens Natuur en Milieu dat lawaai van auto's, motoren en brommers als meest storend wordt ervaren, en in mindere mate dat van vliegtuigen en treinen. In alle gebieden wordt lawaai van honden, recreanten, landbouwactiviteiten en muziek als minder storend ervaren dan wegverkeer. Als de meest geschikte maatregelen tegen het lawaai noemt Natuur en Milieu het autoluw maken van lokale wegen, beperking van maximumsnelheden op grote en kleinere wegen, aanpassing van vliegroutes en vlieghoogte, de aanleg van natuurtransferia (parkeerterreinen aan de rand van een gebied) en het stimuleren van fiets- en wandelrecreatie. Gedeelten van waterrijke gebieden zouden alleen toegankelijk moeten zijn voor stille boten (kano's en fluisterboten). De natuurorganisatie heeft over mogelijke maatregelen gesproken met bestuurders, bewoners, ondernemers en bezoekers. Op de stilste plek, een heideterreintje op de Utrechtse Heuvelrug, is gisteren een zogenoemd stiltebankje onthuld.