AIVD-informatie niet bedoeld voor strafproces

Onder de suggestieve kop `AIVD schiet tekort in uitvoering van kerntaken' plaatste deze krant op 24 november een kritisch artikel van Louis Sévèke over de waarde van de informatie afkomstig van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Sévèke slaat de plank echter behoorlijk mis.

Volgens hem moeten vraagtekens worden geplaatst bij de ,,effectiviteit en juistheid van het verzamelen, analyseren en exploiteren van informatie door de AIVD''. Om deze stelling te onderbouwen meldt hij op basis van buitenlandse krantenartikelen dat het in landen als de VS en Groot-Brittannië droevig is gesteld met de kwaliteit van de informatie van de diensten. Als ze het daar niet kunnen, dan zal de AIVD er wel helemaal niets van terechtbrengen, is kennelijk zijn redenering.

Vervolgens onderstreept hij dat door de gebrekkige informatie van de AIVD enkele personen, die van betrokkenheid bij terrorisme werden verdacht, door de rechter zijn vrijgesproken. De vrijspraken zeggen echter niets over de inhoudelijke juistheid van de AIVD-informatie. De rechter heeft niets anders gezegd dan dat er te weinig bewijs was, mede omdat AIVD-informatie niet als bewijs mocht worden gebruikt.

Vreemd is dat op zich niet. Het verzamelen van informatie voor de strafrechtelijke opsporing is een taak van de politie, niet van de AIVD. De taak van de AIVD is een andere: waarschuwen voor bedreigingen van de democratische rechtsorde en de staatsveiligheid, oftewel als waakhond tijdig blaffen als de nationale veiligheid in het geding is. Daarop is het AIVD-onderzoek gericht. Natuurlijk komt het voor dat AIVD-informatie ook voor de opsporing van belang is. Zoals in het recente geval van de vijf radicale moslims. Deze waren naar het oordeel van de AIVD bezig met het voorbereiden of ondersteunen van een terroristische aanslag. Alles duidde erop dat deze rondom de ramadan zou plaatsvinden. We besloten geen risico's te nemen en de Landelijk Officier van Justitie voor Terrorismebestrijding erbij te betrekken, zodat kon worden ingegrepen.

Het gebruik van AIVD-materiaal bij een strafzaak kent evenwel zijn wettelijke beperkingen. De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 verplicht de AIVD tot bescherming van zijn bronnen en werkwijze. Deze geheimhoudingsplicht vormt de wettelijke waarborg dat de AIVD zijn veelal kwetsbare bronnen (zoals agenten in een terroristennetwerk), de gekozen wijze van informatieverzameling (bijvoorbeeld een inzet van een microfoon of een volg- en observatieactie) en zijn actuele kennisniveau (zoals informatie over ontmoetingsplaatsen en schuiladressen van leden van terroristische netwerken) kan beschermen. Zonder deze geheimhouding kan de AIVD niet effectief werken. Daarmee is ook de beperking in het gebruik van informatie van de AIVD in het strafproces gegeven. Toetsing door rechter en verdediging van de herkomst van bewijsinformatie is in het strafproces immers een elementaire waarborg.

Bijzondere waakzaamheid is volgens Sévèke geboden bij informatie afkomstig van menselijke bronnen: informanten en agenten. Nu wordt in brede kring onderkend dat een effectieve bestrijding van terrorisme slechts mogelijk is door de inzet van menselijke bronnen. Na de aanslagen van 11 september 2001 concludeerden bijvoorbeeld de Amerikaanse inlichtingen- en veiligheidsdiensten dat zij deze aanslagen niet hadden voorzien door het ontbreken van menselijke bronnen in het terroristennetwerk. Dat de informatie van menselijke bronnen vervolgens op juiste waarde moet worden geschat, spreekt vanzelf en behoort tot de professionaliteit van de AIVD. De bewering van Sévèke dat de AIVD criminele burgerinfiltranten zou hebben aangezet tot het plegen van misdrijven is onjuist, en acht ik misplaatst en tendentieus.

Sévèke betoogt ten slotte dat de AIVD-informatie controleerbaar moet zijn. Daarmee ben ik het helemaal eens. Het werk van de AIVD is dan ook omgeven met een uitgebreid stelsel van checks and balances, zoals dat hoort in een democratisch land. De AIVD legt elk jaar met een jaarverslag volledig verantwoording af aan de Tweede Kamer. Voor de geheime operationele aspecten van zijn werk doet de dienst dat ten overstaan van de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van de Tweede Kamer. Sinds kort is verder de onafhankelijke Commissie van Toezicht actief. Deze toetst de rechtmatigheid van het handelen van de AIVD in al zijn facetten en heeft daarvoor toegang tot alle medewerkers en alle dossiers en archieven van de dienst. Tot slot kent de wet controlemechanismen voor de inzet van alle bijzondere bevoegdheden van de dienst.

Discussie over de meest effectieve manier om het huidige internationale terrorisme te bestrijden is zeer gewenst, maar dan wel graag met deugdelijke argumenten.

J.W. Remkes is minister van Binnenlandse Zaken.

    • J.W. Remkes