VVD'ers: Hirsi Ali voert een hetze

Zeven VVD-leden, onder wie oud-staatssecretaris van Onderwijs N. Ginjaar-Maas en voorzitter S. Steen van de Vereniging voor Bijzondere Scholen op algemene grondslag (VBS), hebben in een brief afstand genomen van het standpunt van de Tweede Kamerfractie van de VVD over islamitische scholen.

Volgens de critici is het VVD-standpunt in strijd met de basisprincipes van de liberale partij. Vrijheid van onderwijs is volgens de auteurs een belangrijk liberaal uitgangspunt, en geldt onverkort voor het islamitisch onderwijs.

De Tweede-Kamerfractie van de VVD wordt in de brief beticht van ,,partij-politiek opportunisme''. Kamerlid Hirsi Ali (VVD) heeft volgens de auteurs ,,een hetze tegen de Islamitische medeburgers ontketend''.

Hirsi Ali wil de stichting van nieuwe islamitische scholen tegengaan, omdat ze niet zouden bijdragen aan de integratie van allochtonen. Zij wil dat de overheid strengere eisen stelt aan deze scholen, wat volgens haar mogelijk is zonder artikel 23 van de Grondwet aan te passen. In artikel 23 zijn de vrijheid van onderwijs en de gelijke rechten voor openbaar en bijzonder onderwijs vastgelegd. Een motie van de VVD kreeg bij de begrotingsbehandeling uiteindelijk niet voldoende steun in de Kamer.

Behalve door Ginjaar-Maas en S. Steen is de brief ook ondertekend door vier leden van de VVD-partijcommissie onderwijs: T. Brok, W. Buijs-Glaudemans, S. Dijkstra en A. Ditewig. Ook partijraadslid J. Kersten heeft getekend.

In de brief keren de zeven VVD'ers zich in scherpe bewoordingen tegen de fractie. ,,De laatste tijd lijkt de Tweede-Kamerfractie geen argument te dol om een van de pijlers van de burgerlijke vrijheden in de Nederlandse samenleving te ondermijnen.''