Uitleveringsrecht

In NRC Handelsblad van 24 november schrijven Lousewies van der Laan en Philip Tijsma een artikel over het nieuwe uitleveringsrecht binnen de EU-lidstaten. Het stuk bevat een aantal feitelijke onjuistheden.

Ten eerste, de schrijvers hebben het consequent over de nieuwe uitleveringswet. De huidige uitleveringswet blijft nagenoeg ongewijzigd. Er komt echter een geheel nieuwe overleveringswet die zal gelden ten aanzien van overlevering binnen de EU-lidstaten.

Ten tweede, Van der Laan en Tijsma schrijven: `Wij zijn voorstander van een soepele strafrechtelijke samenwerking in de Europese Unie, maar het huidige wetsvoorstel bedreigt [...] ons liberale euthanasie-, abortus- en softdrugsbeleid [...].' Dit is ten dele juist. Een Nederlandse arts die in Nederland een Italiaanse vrouw aborteert hoeft niet te worden overgeleverd. Pleegt hij abortus in Italië, dan moet hij wel worden overgeleverd, omdat abortus in Italië gelijk staat aan moord. Het eerste geval lijkt mij het meest waarschijnlijk, zodat het enigszins overdreven is te spreken over een bedreiging van ons liberale beleid.

Ten derde, Van der Laan en Tijsma schrijven: `En áls de rechter een uitlevering al weigert, dan rust op Nederland de plicht om de `verdachte' alsnog in eigen land te berechten.' Dit is ook niet waar. Er is in dit geval in het geheel geen sprake van een verplichting tot vervolging. Tot slot willen ze dat de rechter de overlevering toetst aan het EVRM omdat de mensenrechtensituatie in verschillende EU-staten te wensen over zou laten. Hierin wordt door de nieuwe wet reeds voorzien. De rechter kan volgens de Memorie van Toelichting op de overleveringswet geconfronteerd worden met situaties die moeten leiden tot een weigering van de overlevering, omdat reeds daardoor een schending zou plaatsvinden van rechtstreeks toepasselijke grondrechten zoals vervat in het EVRM.