Plattelandsidylle

Lezing van het artikel over overschooldheid `Postbode met academische titel' (NRC Handelsblad, 26 november) mepte me even hardhandig als abrupt een jaar of twaalf terug in de tijd.

In de zomer van 1991 nam ik plaats tegenover een ambtenaar van een sociaal uitkeringsorgaan. Op grond van de Wet op de Arbeidsongeschiktheid zou de man mijn ongeschiktheid voor het beroep wielrenner bevestigen – o blessureleed – en behalve dat zou hij meedenken over een nieuwe arbeidzame toekomst. Het is dan de tijd dat beroepswielrenners allang niet meer als vogelvrije `slaven van de weg' door lepe ploegleiders en managers worden uitgezogen en desgewenst als grof vuil in de berm gesmeten. De renner is inmiddels een geëmancipeerde loonslaaf, in de rug gedekt door sociale verzekeringswetten.

Een kort gesprek, en ik was officieel arbeidsongeschikt. Voor één jaar. Zoals voor beroepssporters bij wet was bepaald. (Daarna wachtte eventueel de geruststelling van een WW, en nog verderop het perspectief van het zoete afglijden naar het sociale minimum voor de allerschrijnendste gevallen.) Ik dankte man en verzekeringswetten, en vertrok met de toegevoegde wetenschap dat een computer zich over mijn toekomst zou beraden nadat die een poosje op mijn arbeidsverleden had gekauwd. Een lijstje met passende `voorbeeldberoepen' kon ik binnen een paar dagen thuis verwachten.

Dat was geen loze belofte. Binnen een paar dagen was ik inderdaad in het bezit van een op maat gesneden, computergestuurde beroepen-top 5, inclusief de aanmerking dat een sollicitatieplicht van toepassing was. Ik herinner me dat ik niet verder kwam dan de topnotering. Eerst barstte ik in lachen uit. Toen volgde de ontploffing. Ik greep de telefoon.

Of die computer godverdomme door de ratten besnuffeld was? Had ik me elf jaar lang voor de eer van volk, vaderland, de perfectie en een bankrekening uit de naad gefietst om me door een computer tot in mijn ontstoken tandwortelkanalen te laten beledigen? Alleen het kankergezwel in het brein van een aan tyfus lijdende kutkakkerlak zou het bestaan om de truttenplicht op te leggen te solliciteren naar een risicoloos bestaan als `postbesteller op het platteland'.

In de gemoedstoestand zoals hierboven omschreven wachtte ik totdat mijn ambtenaar de telefoon op nam. Beheerst, maar ook weer niet te, vroeg ik hem of de computer mogelijkerwijs een HBO-diploma over het hoofd gezien had kunnen hebben. Het antwoord dwong me naar nog striktere zelfbeheersing en discipline: ,,De computer kijkt alleen naar de laatst uitgeoefende dienstbetrekking''.

Aha. Zo werden de hoogtepunten uit mijn leven dus digitaal samengevat. Ik was een bezorger geweest van belastingaanslagen, kerstkaarten en een verdwaalde liefdesbrief. En dat alles overschoold en op het platteland. Welkom in de molen.

Toen, beminde lezer, gebeurde er iets geks in mijn hoofd. Ik had veel zin een sarcastische bom af te werpen. Aan de andere kant raakte ik geroerd door de poëtische kwaliteiten van een WAO-computer. Voor de computer had ik deel uitgemaakt van een plattelandsidylle. Daar viel iets voor te zeggen.

    • Peter Winnen