Onvergetelijke `Oom Vanja'

De houten vloer van het Russische landhuis van Oom Wanja en zijn verwanten golft gevaarlijk. Lopen of zelfs dansen moet heel behoedzaam. De vuilgroene gordijnen die de woonkamer omsluiten, hangen van rafels aan elkaar. Als het buiten regent, regent het binnen ook. Acht stoelen staat er in die kille kamer. Verder niets. Dit is het decor van Tsjechovs Oom Vanja (1897) geregisseerd door Luk Perceval voor Het Toneelhuis uit Antwerpen.

Zoveel leegte, banaliteit, anti-esthetiek en vulgaire domheid zagen we niet eerder in een Tsjechov. Het eerste half uur gebeurt er niets; en toch raak je als toeschouwer geboeid door acht intens verveelde, mopperende personages die in onverstaanbaar Vlaams af en toe stamelen en dan weer tot apathie vervallen. Dan nodigt een van de hoofdpersonen, een ijlhoofdige en charlataneske stripboekprofessor, zijn veel jongere vrouw Jelena ten dans uit. Met die trage dans, waar allen verlustigd naar kijken, begint het drama Oom Vanja. Dans symboliseert werveling, roes en liefde. Maar als de anderen in beweging komen, hoor je de jichtige botten kraken.

Het is aanvankelijk moeilijk Tsjechov te herkennen in dit bitter-duistere mausoleum. Geleidelijk komen de contouren in zicht: de professor die zichzelf wil verrijken door het landgoed te verkopen, oom Wanja en de treurige Sonja die hun leven voor hem hebben opgeofferd, dominante moeders, een uitgebluste min. Even flakkert de dadenloze Vanja op als hij richtingloos zijn pistool leegschiet en niemand raakt: de professor heeft hem tot het uiterste getergd. Zelfs de alles beredderende, liefdevolle maar o zo lelijke Sonja, die dus nooit met de dokter of wie dan ook zal trouwen, kan de gemoederen niet tot bedaren brengen. Het enige wat zij doet is eindeloos met een witpapieren zakdoekje andermans tranen deppen, het doekje minutieus opvouwen en opnieuw troosten. Daarbij vergeet ze zichzelf. In deze Tsjechov zag ik voor het eerst hoe destructief zijn toneelpersonen zijn. In gruwelijke woordenwisselingen doden ze elkaar zowat. In hun aankleding zijn de spelers karikaturaal. Dat klopt, de bij Tsjechov zo geroemde melancholie is hen vreemd. Het zijn diep-tragische personages die gevangen zitten in hun leven. Die beslotenheid symboliseert Perceval prachtig door de gordijnen als muren zo onneembaar te laten zijn. Bij het onvermijdelijke afscheid, lopen de spelers aan de voorzijde van het toneel af. Er staan nu lege stoelen. Sonja wil iets luchtigs zeggen, maar de woorden stokken in haar keel.

Perceval en zijn gezelschap met spelers als Vic De Wachter (Vanja), Tom de Wispelaere (dokter Astrov) en Gilda De Bal (Vanja's moeder) hebben een onweerstaanbare dramatische zeggingskracht aan Tsjechov gegeven. Zij hebben het anti-elan en de anti-melancholie tot een naakte en ontmaskerende Tsjechovstijl ontwikkeld en daarmee een onvergetelijke Oom Vanja gecreëerd. Een nieuwe toon is gezet.

Voorstelling: Oom Vanja van Tsjechov door Het Toneelhuis. Regie: Luk Perceval; decor: Annette Kurz. Gezien: 26/11 Stadsschouwburg, Utrecht. Tournee: 4/12 Toneelschuur Haarlem. e.v. Inl. 0032-3 224 8844 of www.toneelhuis.be