`Nieuwe' overheid moet openstaan voor actieve burger

Tien jaar nadat GroenLinks-Kamerlid Wilbert Willems de overheid opriep te vernieuwen, debatteerden Kamerleden en experts daarover.

Meedoen, meedenken, meepraten, meebeslissen, mee uitvoeren. Het derde deel van het motto van Balkenende II (meer werk, minder regels, meedoen) stond gisteren centraal bij een debat over de motie-Willems. Tien jaar geleden, op 22 december 1993, nam de Tweede Kamer een motie aan van het Kamerlid Wilbert Willems (GroenLinks). Daarin wordt de regering opgeroepen ,,te experimenteren met het op diverse wijzen voorleggen van maatschappelijke problemen en beleidsvoornemens aan burgers''.

Gisteren debatteerden in de Oude Zaal van de Tweede Kamer volksvertegenwoordigers en deskundigen over de resultaten van de experimenten en over nieuwe vormen van interactief bestuur. Bestuurlijke vernieuwing begint, zo was ongeveer de mening van de aanwezigen, bij een actieve burger die met de overheid in debat gaat over grote maatschappelijke problemen en samen met die overheid oplossingen zoekt. De `nieuwe' overheid moet op haar beurt open staan voor burgerinitiatieven en `andersom' gaan werken.

De Kamerleden Spies (CDA) Van Beek (VVD), Dubbelboer (PvdA) en Tonkens (GroenLinks) traden op als vragenstellers. De parlementariërs voelden zich af en toe wat ongemakkelijk bij de antwoorden. Zij kregen van sommige experts de wind van voren. ,,De Kamer zou zich moeten laten inspireren door sommige gemeenten, die stellen met hun burgers tien-puntenplannen op en verbinden daar concrete doelen aan'', zei Eisse Kalk, oud-voorzitter van het Instituut voor Publiek en Politiek.

Volgens hoogleraar strategie en transformatiemanagement Annemieke Roobeek gebruikt de politiek interactie opportunistisch. ,,De integriteit is vaak ver te zoeken'', zei ze. De Tweede Kamer laat zich te vaak leiden door publicitair `sexy' onderwerpen en houdt zich niet bezig met onderwerpen waar het echt om gaat. Den Haag denkt volgens haar nog te veel in democratische en bureaucratische processen, terwijl echte resultaten bereikt worden als ,,de netwerksamenleving optimaal functioneert, non-liniair dus.''

De politiek zou slechts de kaders vast moeten stellen waarbinnen de interactieve beleidsvorming plaatsvindt, zo concludeerden alle aanwezige sprekers. En laat maatschappelijke organisaties en burgers er vervolgens met elkaar uitkomen. ,,Het teken- reken- en bedenk-werk'', aldus VNG-voorzitter Ralf Pans, voormalig secretaris-generaal op Verkeer en Waterstaat.

Meer invloed van de burger op belangrijke projecten als bijvoorbeeld een Betuwelijn of een Tweede Maasvlakte is niet hetzelfde als inspraak, betoogde Eisse Kalk. ,,Het is belangenbehartiging versus belangenafweging. De politiek moet het klimaat scheppen waarin die afwegingen gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld door te beginnen met een maatschappelijke verkenning'', zei Kalk.

Minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing) presenteerde op de bijeenkomst ook zijn Programma Modernisering Overheid. De nieuwe overheid moet richting geven, maar niet alles zelf regelen, ruimte geven zonder de paternalistisch te willen zijn. De Graaf sprak van een ,,maatschappelijk contract'' tussen burger en overheid. Hij wees in zijn speech ook op de risico's van de suggestie van interactiviteit. ,,Zonder politiek mandaat en zonder echte communicatie zal elk interactief proces grote afbreukrisico's kennen'', zei hij.

Pans had er uiteindelijk weinig vertrouwen in. ,,De motie Willems roept op te experimenteren, en dat kan de Kamer niet'', zei hij. ,,Een experiment kan namelijk fout gaan, en daar houden Kamerleden niet van.'' Risicoloos is de maat in politiek Den Haag, zei Pans. En zolang dat niet verandert, is het onmogelijk tot interactieve beleidsvorming te komen.

    • Egbert Kalse