Krijgsmacht werft 2.200 man te veel

De krijgsmacht heeft te traag gereageerd op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, waardoor er begin dit jaar ongeveer 2.200 militairen meer bleken aangesteld dan in de bedoeling lag.

Dat constateert de Algemene Rekenkamer in een vandaag verschenen rapport `Personeelsvoorziening krijgsmacht'. Staatssecretaris Van der Knaap (Defensie) onderschrijft in een reactie de voornaamste conclusies van het rapport. Hij had in de Tweede Kamer al eerder toegezegd dat Defensie, onder andere door een betere controle op de werving door de afzonderlijke krijgsmachtonderdelen, het ontstane overschot aan personeel geleidelijk zal wegwerken.

Defensie is al langer doende de werving van personeel (het P&O-systeem) van de verschillende krijgsmachtonderdelen te centraliseren, waardoor volgens de staatssecretaris een beter overzicht zal ontstaan.

De Rekenkamer verwacht echter dat dit nog wel tot 2006 zal duren, en pleit voor meer stringent toezicht op het personeelsbeleid van de krijgsmachtonderdelen tot op dat moment.

Het ontstane overschot is volgens de Algemene Rekenkamer vooral ontstaan omdat – door de verslechterde arbeidsmarkt – de uitstroom van personeel kleiner was dan was voorzien. Het aanstellingsbeleid van de krijgsmachtonderdelen in de afgelopen jaren was gebaseerd op de situatie van de jaren negentig, toen het na de afschaffing van de dienstplicht lastiger bleek om personeel in vast- en kort verband te vinden dan was voorzien. Het tij keerde in het jaar 2001.

Vooral bij de landmacht en luchtmacht is te veel personeel aangesteld, aldus de Rekenkamer. Bij de marechaussee waren begin 2003 bijvoorbeeld al meer kandidaten goedgekeurd dan er voor heel het jaar 2003 zouden kunnen worden aangesteld. Bij de krijgsmacht bestaan, volgens de begrotingen, ongeveer 66.400 volledige arbeidsplaatsen. Het streven is gericht op een verhouding van 40 procent vast- en 60 procent tijdelijk personeel.

Het terugdringen van het overschot dat de staatssecretaris heeft toegezegd, staat buiten de eerder door Defensie aangekondigde bezuinigingsmaatregelen. Vast personeel heeft daarbij voorrang bij bezetting van vacatures.

Staatssecretaris Van der Knaap wil overigens onverkort vasthouden aan het streven naar verjonging van de krijgsmacht, die vooral door het aantrekken van tijdelijk personeel zijn beslag zou moeten krijgen.