Irakezen zien niet veel in troepen VS

Volgens een Britse opiniepeiling in Irak heeft de bevolking bijzonder weinig vertrouwen in de Amerikaanse en Britse troepen in het land.

Wat vinden de Irakezen nu van hun situatie en wat willen ze? Niet de aanhangers van Saddam Hussein of andere extremisten die zich via aanslagen of aanvallen op Amerika en zijn bondgenoten laten horen, maar de doorsnee-burger? Welnu: hij heeft geen of nauwelijks vertrouwen in de Amerikaanse en Britse bezettingstroepen of in de Iraakse politieke partijen. Hij heeft daarentegen een heleboel vertrouwen in Iraks religieuze leiders – maar vindt dat religie geen zaak voor de overheid is. En hij vindt dat Irak een democratisch systeem nodig heeft – maar een sterke leider is óók een belangrijke optie.

Dit blijkt uit een peiling die in oktober en begin november is gehouden onder supervisie van Oxford Research International in samenwerking met de faculteit sociologie van de Universiteit van Oxford, waarvan de eerste resultaten gisteren zijn bekendgemaakt. Stafleden en studenten van de universiteiten van Bagdad en Dohuk voerden het onderzoek uit, soms met gevaar voor eigen leven gezien de onveiligheid. Zij ondervroegen 3.244 mensen verspreid over het hele land, van alle gezindten en verschillende etnische komaf. Oxford Research International noemt het onderzoek ,,de eerste werkelijk representatieve nationale studie in de recente geschiedenis'' van Irak. Eerder voerde het Amerikaanse onderzoeksinstituut Gallup een peiling uit, maar alleen in Bagdad. Een nieuw Iraaks onderzoekscentrum hield september/oktober een peiling onder 1.600 mensen in zeven Iraakse steden.

Van de ondervraagden heeft 20 procent veel of aardig wat vertrouwen in de Amerikaanse en Britse troepen in het land, maar 78 procent niet erg veel of helemaal geen. Dat heeft vermoedelijk te maken met de voortdurende onveiligheid, die, zo blijkt eveneens uit de peiling, de Irakezen de grootste zorgen baart. De Amerikaans-Britse troepenmacht doet het het slechtst van alle organisaties waarover de Irakezen werden gevraagd zich uit te spreken. Ook slecht, maar net iets beter, doet het Amerikaanse civiele bestuur van Paul Bremer het. Meer vertrouwen dan wantrouwen genieten alleen Iraks religieuze leiders (met 70 procent vertrouwen onbetwist bovenaan), lokale leiders (54 procent) en de politie (51). De door de VS opgezette Iraakse tv, het nieuwe Iraakse leger en opmerkelijk genoeg ook de Verenigde Naties zitten allemaal aan de verkeerde kant.

De Amerikanen en Britten kunnen hoe dan ook weinig goed doen. Op de vraag (één antwoord mogelijk): Wat was het beste dat de afgelopen 12 maanden gebeurde? antwoordt 42 procent: de val van Saddam Hussein. Slechts 0,2 procent noemt de komst van de Amerikanen en Britten, een fractie meer dan de 0,1 procent die Saddams overleven toejuicht.

Het onderzoek onderstreept hoe belangrijk godsdienst – voor 95 procent de islam – voor de Irakezen is. Toch vindt nog geen derde van de ondervraagden dat de regering religieuze leiding moet geven of over de moraliteit moet waken. Onderwijs, werk, huisvesting, misdaadbestrijding, dat zijn haar kerntaken, vinden zij.

Een regering van religieuze leiders staat dan ook niet op de eerste plaats als de Irakezen wordt gevraagd wat ze zien of niet zien in een reeks van negen mogelijke regeringssystemen. Ruim 90 procent kan zich vinden in een democratie; 60 procent is het eens dat Irak nu een regering van voornamelijk religieuze leiders nodig heeft. Als maar één antwoord mag worden gegeven op de vraag: wat heeft Irak nodig over 12 maanden? komt de religieuze regering met 12 procent op de derde plaats, ruim na de democratie op één met 35 procent. De enige die daarmee kan wedijveren is de sterke man, die door 29 procent wordt gewenst. Het zeer geringe vertrouwen in de huidige Iraakse politieke partijen zal daarbij zeker een rol spelen.