Een echt eigen huis

Heel wat mensen wonen, net als hun buren, in het droomhuis van een architect. Een echt eigen huis realiseer je door zelf een kavel te bebouwen. Uit een boekje of van een architect.

De eenvoudigste ideeën zijn vaak de beste. Wie een woning wil hebben verwerft gewoon een stuk grond en zet er een huis op, zo deden we dat al in het Neolithicum. Alleen waren er toen geen bouwbesluiten en welstandscommissies. Beide leiden ertoe dat gemeentelijke overheden veel bemoeienis hebben met wat de burgers bouwen. Op al dat controleren, overleggen en bijsturen valt drastisch te besparen als nieuw te bouwen huizen er met tientallen of zelfs honderden hetzelfde uitzien. Vandaar het verzet bij zo ongeveer elke Nederlandse gemeente tegen vrije kavelbouw.

In 2002 kwamen 9.800 vrije bouwkavels beschikbaar op een totaal van 60.000 nieuwbouwwoningen. Vooral in de Randstad zijn er voor één kavel vaak tientallen gegadigden. Een loting bepaalt dan wie het mag kopen, maar vrijemarktwerking rukt op als selectiemechanisme. In de Randstad zijn prijzen van 700 tot 900 euro per vierkante meter bijna gewoon. Een huis van tien bij tien meter is al heel wat, maar met carport en tuin erbij gaat de kavelomvang gauw naar duizend meter. En dan het pand nog.

,,We krijgen hier soms mensen die voor een miljoen een kavel hebben gekocht en dan nog twee ton over hebben voor het huis'', zegt Remco Neerhof van bouwbedrijf Goldewijk, specialist in vrije kavelbouw en met ruim 150 woningen per jaar een van de grotere. ,,Het probleem zit bij de gemeenten. Ze kunnen het niet aan, want het is veel meer werk om met dertig particulieren om de tafel te zitten dan met één projectontwikkelaar.'' Massa's aspirant-opdrachtgevers voor een nieuwbouwhuis op maat komen nooit verder dan een optie op een kavel en worden dan uitgeloot. ,,Ze komen hier met honderden'', zegt Rob van de Berg van ScanaBouw houtbouwsystemen, producent van vele tientallen huizen in houtstapelbouw en houtskeletbouw. ,,Wij zouden veel meer omzet kunnen maken als er meer kavels waren.''

Het goede nieuws is het regeringsstreven dat in 2005 eenderde van alle nieuwbouw vrije kavelbouw moet zijn; in 2002 was dat 15 procent. Vorig jaar verscheen bij VROM en de Vereniging Eigen Huis een uitvoerig, helder en vooral pragmatisch Handboek – Bouw uw eigen huis. In september gaf minister Dekker van VROM het startsein voor een InfoCentrum EigenBouw (ICEB) met een consumentendesk en een website.

Vrije kavelbouw betekent doorgaans vrijstaand, maar niet altijd. Vooral bij nieuwbouw in stedelijke kernen zijn de huizen vaak geschakeld. Dat beperkt de vrijheid bij het bouwen, anders wordt het net België. In die gevallen, en ook vaak bij vrijstaande nieuwbouw op een aantal aanpalende kavels, maken gemeenten een plan met marges waarbinnen de opdrachtgevers zich mogen uitleven.

Een interessant alternatief voor gemeentelijke planvorming is groepsvorming onder aanstaande kopers, het collectief particulier opdrachtgeverschap. Anne Weike Noorman, programmabegeleider bij de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, maakte mee dat mensen elkaar via advertenties in de plaatselijke pers vonden. ,,Of ze begonnen als een kleine groep gelijkgestemde zielen die via mond-tot-mondreclame groter werd.'' Collectief kopen ze een blok bouwgrond, maken een plan – alle woningen gelijk of toch met veel variatie – en stappen daarmee naar gemeente, architect en aannemer. Besparingen van zeker 15 procent per woning zijn volgens Noorman mogelijk, de gemeente is blij met de stroomlijning, maar de opdrachtgevers verliezen wel een stuk bouwvrijheid.

Op de meeste vrije kavels verrijst een vrijstaand huis, of beter: droomhuis. Een stapel catalogussen vol modellen en mogelijkheden is voor iedereen gratis en snel te verwerven, zie de advertenties in een periodiek als Kavel & Huis. Nederland telt meer dan honderd aannemers of associaties, vaak met eigen timmerfabriek, die kant-en-klare huizen aanbieden: de catalogusbouwers, die met elkaar gemeen hebben dat ze die benaming verfoeien – ten dele terecht, want de trend gaat naar meer flexibiliteit en aanpassing van modelhuizen aan individuele wensen. De catalogusbouwers delen verder een hardnekkige hang naar zadeldaken met dakpannen, gevels van baksteen en een nostalgische jaren-dertigstijl. Dat ruwweg 60 procent van alle vrije kavelbouw catalogusbouw is, komt door een paar grote voordelen: snelle levering, relatief lage prijzen, een onwrikbare prijsopgaaf vooraf en slechts één partij die het hele proces van eerste schets tot sleuteloverdracht beheerst.

In 2002 gingen zo'n 2.500 opdrachtgevers naar een architect en daarna met de bouwtekening naar een aannemer. Dat aantal is nog vrij hoog, gelet althans op de bevindingen van architect Jan Oostveen in Breda. In 1996 was hij supervisor voor vijftig vrije kavels op een Vinex-locatie. Om te voorkomen dat de wijk een zootje werd, moest Oostveen de bouwplannen toetsen aan de architectonische eisen die de gemeente stelde. Oostveen: ,,De meeste kaveleigenaars wilden op hun kavel het boerderijtje van hun dromen neerzetten en hadden dan zo'n bladzij uit een catalogus bij zich. Een kleine groep ging naar een architect. En daartussen zat 20, 30 procent die catalogusbouw slecht vond, maar die per se niet naar een architect wilde. Ik hoorde toen wat voor imago de architect bij gemiddelde mensen heeft. Rampzalig! Te duur. Moeilijk. Obstinaat. Levert hij wel wat ik wil?''

Voor Oostveen was dat een les en in 2000 kwam zijn bureau met een antwoord: het `Mooiste huis van Nederland'. Die merknaam was expres ,,een beetje cynisch naar de catalogusbouwers toe'' want, zegt Oostveen, ,,ik verfoei hun architectuur''. Het Oostveen-huis bestaat uit een gemetseld blok met daarin de keuken en alle andere natte ruimtes. Rondom liggen de woon- en slaapkamers, en daaromheen terrassen en balkons. Het blok is definitief, ook in verband met alle leidingen, maar de ruimtes rondom laten zich vrij simpel veranderen en uitbreiden. Na drie jaar huiswerk heeft bureau Oostveen honderden bouwcomponenten op moduleniveau in de computer, en nu is ontwerpen en tekenen ,,een kwestie van klik klik''. Voor 2.000 euro krijgt de klant vrijblijvend een bouwtekening plus driedimensionale schets.

Oostveens kantoor is behangen met voorbeelden, maquettes flankeren de bureaus: trapsgewijs tegen een heuvel; lang, smal en hoog; compact en bescheiden; twee woningen met de natte blokken geschakeld. Kubusvormige bouw met platte of lessenaardaken zet steeds de toon.

Oostveen: ,,Van de catalogusbouwers hebben we drie dingen geleerd: een vaste prijs, duidelijkheid vooraf over alle materialen, en dat we de woning van de klant moeten bouwen''. Dat laatste lijkt een open deur, maar heel wat particuliere opdrachtgevers bivakkeren in het droomhuis van hun architect.

Min of meer tegelijk met Oostveen zag zijn collega Robert Winkel het hiaat tussen catalogusbouw en architectuur. ,,De particuliere opdrachtgever heeft steeds drie problemen: de bouwtijd loopt altijd uit, het kost altijd meer, en de kwaliteit valt vaak tegen. Ik dacht: wat gek dat wij dat als architecten niet onder controle hebben en meneer Goldewijk wel.'' Winkels bureau, Mei Architecten en Stedenbouwers, is gevestigd in een van de wonderen van Nederlandse architectuur, de voormalige Van Nelle-fabriek in Rotterdam. In een hoek staat een soort stalen plastiek, met grote rechthoekige buizen die haaks op elkaar in vier richtingen wijzen. Het is de knoop van het door Winkel ontworpen Smarthouse. De knopen verbinden holle stalen balken van wisselende wanddikte, afhankelijk van wat ze moeten dragen. Tussen de knopen en de balken zitten wanden, gevels en vloeren, allemaal kubusvormig. Een gemiddeld huis weegt 125 ton, een even groot Smarthouse een vijfde daarvan. Anders dan bij veel systeembouwers is de eenheid bij de maatvoering de kleinst denkbare, de millimeter. Elk formaat kan, en anders dan bij betonbouw hoeven overstekende bovenverdiepingen niet te worden gestut .

Maar tot hoe ver? Winkel schetst wat en raadpleegt een toevallig passerende expert. Conclusie: tot vijf meter moet lukken, een langere oversteek vraagt om iets zwaars aan de andere kant van het huis, ,,bijvoorbeeld een zwembad''. Een Smarthouse begint met een betonnen fundering, waarop in één dag het staalskelet in elkaar wordt geschroefd. Daarna is het een kwestie van een paar maanden. De gevelbekleding kan mooi met hout, zoals bij de modelwoning in Rotterdam (Turfweg 91), geemailleerd glas, staal, of keramische tegels. De ruiten kunnen supergroot zijn want de gevel draagt toch niks. Winkel: ,,We hebben veel mogelijkheden. Maar als er baksteen wordt gevraagd of een zadeldak, zeggen we: ga maar naar iemand anders.''

WWW.NRC.NL : DOSSIER WONINGMARKT

Websites: www.goldewijk.nl (ook kavels), www.scanabouw.nl, www.iceb.nl (ook kavels), www.hetmooistehuisvannederland.nl, www.smarthouse.nl, www.sev.nl, www.bouwkavels.nl (alleen maar kavels), www.particulieropdrachtgeverschap.nl (ook kavels), www.zoekeenarchitect.nl

Kavels zijn soms ook te vinden op gemeentelijke websites.

    • Michiel Hegener