Pianist Cecil Taylor blijft zichzelf

Wie kan een bijna donker BIMhuis een uur laten wachten zonder irritatie op te wekken? Wie kan vervolgens zonder boe of bah te zeggen een stuk spelen dat drie kwartier duurt zonder te verwijzen naar ook maar iets bekends?

Dat kan alleen Cecil Taylor en Cecil Taylor alleen. De inmiddels minstens 70-jarige pianist – over zijn geboortedatum wordt getwist – bleek zaterdag zowel verbazend vitaal als trouw aan zijn bekende uitgangspunten. Voor hem geen popliedjes of standards uit de jazzcultuur, geen blues, geen bebop, niks van dat al. Taylor speelt uitsluitend Taylor. Als instrumentalist is hij zo sterk dat bijna iedereen bij hem verbleekt, net als destijds bij Art Tatum, die andere klavierleeuw uit de jazz. En als iemand de ambitie mocht hebben om langere tijd met hem samen te spelen, dan zit er voor hem maar één ding op: net zo te denken als hij, de meester. Men denke aan saxofonist Charlie Rouse, die in de jaren zestig helemaal één werd met zijn baas Thelonious Monk.

De rol die Rouse bij Monk vervulde, die van de oertrouwe schaduw, wordt bij Cecil Taylor gespeeld door de Britse slagwerker Tony Oxley. Hij speelt ongelooflijk alert, precies en melodieus. Maar hij piekert er net als Rouse niet over om een keer het initiatief te nemen. Volslagen anders dus dan onze Han Bennink in zijn duo met Misha Mengelberg.

Het verschil tussen deze beide duo's blijkt ook uit de podiumopstelling. Eist Bennink een grote ruimte om zich heen om te onderstrepen dat hij anders is dan Mengelberg, bij Oxley ziet men het omgekeerde. Zijn uitgebreide slagwerk, rijk voorzien van klinkend hout, en de Steinway van Taylor staan zo strak tegen elkaar dat ze samen één instrument lijken te vormen.

Speelde Taylor zacht dan deed Oxley dat ook, speelde Taylor meer noten dan antwoordde hij met meer accenten, en zo voort bij elke beweging. Zo werd extra duidelijk dat Taylors expressie, ooit gekenmerkt door Sturm und Drang, gaandeweg geëvolueerd is naar een soort bedaarde minimal music. De duizenden nootjes die Taylor speelt en de duizenden accenten die Oxley eraan toevoegt veroorzaken een zodanige leegte dat je er prima bij zou kunnen liggen.

Omdat dat in het stampvolle BIMhuis onmogelijk is, en alle ideeën in je hoofd zijn vervlogen, rest alleen nog een beetje kijken. Naar de devoot ogende eerste rij van het publiek en die hardwerkende kleine pianist die van het podium zijn huiskamer maakt. Hij is daarop ook gekleed met zijn zijn hoofddeksel dat op een haarnetje lijkt, zijn beenwarmers met kleurige breedtestrepen en zijn lichtblauwe wollen sokken die zo ruim zijn dat zijn broekspijpen er gemakkelijk in verdwijnen.

Wat extra intrigeert is dat Taylor aan het begin van zijn concert een stuk papier voor zich heeft neergezet. Wat? Een Cecil Taylor die van bladmuziek speelt? Een fotograaf met moderne spullen zoomt geduldig in en constateert dat wat er staat nog het meest lijkt op een Chinese tekst. Dat past prachtig bij Taylors improvisaties: het gaat niet om wat er letterlijk staat, maar om de geest die eruit spreekt.

Concert: pianist Cecil Taylor met Tony Oxley (slagwerk). Gehoord: 28/11 BIMhuis, Amsterdam.

    • Frans van Leeuwen