Overspel met een geit roept weinig medeleven op

Een succesrijke architect biecht op dat hij vreemd gaat. Met een geit. In New York werd de frappe van The Goat or Who is Sylvia? voor de première angstvallig geheim gehouden. Zodat het bizarre gegeven van Edward Albee's nieuwe komedie na een half uur insloeg als een bom. Bij de Nederlandse première is dat niet meer mogelijk, zodat bij de eerste hint (,,wat ruiken je handen vreemd'') veel mensen al beginnen te gniffelen. Ook goed, het gaat tenslotte om de uitwerking, al duurt de aanloop zo wel wat lang.

De Amerikaanse toneelschrijver Edward Albee bereikte begin jaren zestig meteen wereldfaam met Who's afraid of Virginia Woolf? Daarna werd het snel minder, in succes en kwaliteit. Maar de laatste jaren beleeft hij een opleving, en met The Goat won hij vorig jaar zelfs een Tony Award voor het beste toneelstuk. Producent Egmond, die vooral in films doet, haalde het stuk snel naar Nederland.

Knap van Albee is dat hij het bizarre uitgangspunt niet voor de hand liggend kluchtig, maar juist vrij serieus behandelt. Natuurlijk, de man wordt een paar keer `geitenneuker' genoemd en de leukste bestialiteitengrappen laat Albee niet liggen. Maar hij wil dat wij uiteindelijk meeleven met de geitenliefde.

Een opmerkelijk middel daartoe is dat hij een volkomen normale familie opvoert. Afgezien van die geit is er geen wolkje aan de lucht. De architect kruipt niet op de geit omdat hij allerlei andere problemen heeft. Albee laat juist zien dat de architect zeer succesrijk in zijn werk is, goede seks heeft met zijn leuke, boeiende echtgenote; hij heeft een mooie huis, een leuke zoon en een beste vriend. Als zijn vrouw die bij-geit maar zou accepteren, zou er niets aan de hand zijn.

De man houdt van de geit juist omdat zij buiten de kwaliteiten van dit leven staat. In haar ogen ziet hij de pure liefde, onschuld, het kinderlijke, de totale vrijheid. De man voelt dat hij met zijn buitengeit boven alle bekrompen normen en waarden uitstijgt. Daar gaat hij zo in op dat hij geen begrip meer heeft voor de `kleinzielige' bezwaren die zijn vrouw opwerpt. Het blijvend onbegrip tussen de echtelieden moet de motor van het stuk zijn. De rechtvaardiging van de man maakt de geitenliefde herkenbaar. Iedere vreemdganger vindt immers dat zijn bijslaap boven het dagelijkse leven staat en daarom geoorloofd is, als zijn vrouw het maar begreep.

In de geest van Albee is de regie van Gijs de Lange erop gericht om alles zo veel mogelijk op een doorsnee Brits/Amerikaanse overspel-komedie te laten lijken, zodat de geit daar aardig mee detoneert. Rik Launspach speelt met de juiste losheid de verwarde architect, met mooi wenkbrauwwerk en een wazige blik. Linda van Dyck heeft de lastige rol van bedrogen echtgenote. Zij krijgt van Albee geen echt vuurwerk als materiaal, en moet haar woede vooral tonen in het tamelijk beschaafd slopen van het interieur.

Albee is er niet uitgekomen. Vrij schools verdeelt hij de belangrijkste scène – confrontatie tussen man en vrouw – in blokjes tekst: eerst de bekentenis, dan de pijn van de vrouw, dan de uitwerking van de bekentenis. Alles wordt netjes uitgelegd, maar niet goed getoond. Het bloederige einde is te gemakkelijk. Bovendien wreekt zich het uitgangspunt van het gewone gezin zonder zorgen. Dat is te saai om naar te kijken. De intrige van de geit biedt niet genoeg. Bij nader inzien is een geit beminnen niet veel vreemder dan wat we doorgaans op het toneel zien; je eigen kinderen doden is bijvoorbeeld al een stuk gekker. Albee bereikt hoogstens een soort onverschillige tolerantie jegens de geitenliefde. Meevoelen is iets heel anders.

Voorstelling: The Goat of Wie is Sylvia? Van Edward Albee, door Egmond Theater. Regie: Gijs de Lange. Vertaling: Coot van Doesburgh. Gezien 29/11 De Flint, Amersfoort. Tournee t/m 20/3. Inl. (0900) 9203.

    • Wilfred Takken