Overleg over Europese grondwet zit in slop

Na twee dagen onderhandelen over een Europese grondwet is bij de belangrijkste geschilpunten geen vooruitgang geboekt. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, zei na afloop van de besprekingen met zijn collega's van de Europese Unie zaterdag in Napels dat hij pessimistischer vertrok dan hij gekomen was.

De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, stelde voor om een beslissing over de macht die landen bij stemmingen binnen de EU kunnen uitoefenen enkele jaren op te schorten. Hij steunde hiermee Polen en Spanje, die het voorgestelde nieuwe systeem van de zogenaamde dubbele meerderheid afwijzen. Volgens dit systeem wordt een gekwalificeerde meerderheid gevormd door tenminste de helft van de EU-lidstaten en tevens ten minste zestig procent van de Europese bevolking.

Polen en Spanje willen vasthouden aan het in 2000 in Nice overeengekomen systeem, waarbij beide landen bijna evenveel stemmen hebben als Duitsland, hoewel zij ieder nog niet de helft van de omvang van de Duitse bevolking hebben. Duitsland wil geen verdrag ondertekenen waarin aan de regeling van Nice wordt vastgehouden of waarin een besluit over een nieuwe regeling wordt uitgesteld.

Het Italiaanse EU-voorzitterschap wil de onderhandelingen over het grondwettelijk verdrag over twee weken tijdens een topbijeenkomst van de Europese regeringsleiders in Brussel afsluiten. De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Dominique de Villepin, waarschuwde dat een mislukking van de onderhandelingen de EU ,,blijvend zal verzwakken''.

De Europese Conventie heeft het nieuwe systeem voor stemmingen voorgesteld om de EU na de uitbreiding volgend jaar van 15 tot 25 lidstaten beter bestuurbaar te maken. In 1997 is bij de top van Amsterdam tevergeefs geprobeerd om de efficiency van de EU te verbeteren. Over het in 2000 in Nice bereikte akkoord zijn veel landen ontevreden.

Sinds `Amsterdam' wordt ook al gepraat over beperking van de omvang van de Europese Commissie. Maar de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Franco Frattini, die de onderhandelingen leidde, zei dat de meeste landen een eigen Eurocommissaris met volledig stemrecht willen houden. Minister Fischer herhaalde in Napels niet zijn eerder geuite dreigement dat wanneer alle landen een Eurocommissaris houden, de grote landen elk twee Eurocommissarissen moeten hebben, net als nu het geval is. Wanneer dat zou gebeuren zou de Commissie, die op het ogenblik twintig leden telt, uitgroeien tot een gezelschap van 31 Eurocommissarissen.

De Nederlandse staatssecretaris van Europese Zaken, Atzo Nicolaï, noemde als mogelijke oplossing dat alle landen voorlopig elk een Eurocommissaris houden en dat de samenstelling van de Commissie pas op langere termijn wordt aangepast. De Commissie zou in zo'n geval een sterke voorzitter moeten hebben en het Europees Parlement zou volgens Nederland een belangrijke stem bij zijn benoeming moeten krijgen.