Hoogzwanger (2)

Lest. Dit woord kennen we vrijwel alleen nog van de wandtegelspreuk lest best en uit de verbinding ten langen leste, maar er was een tijd dat men zei op het leste lopen voor `bijna moeten bevallen'. Gewoner is inmiddels zij loopt op haar (aller)laatste benen of zij loopt op het laatst.

Maand. In 1898 vermeldde Van Dale deze maand zal niet uitlopen met als verklaring `in deze maand zal zij wel bevallen'. De Vlamingen kennen zij is in de hoge maanden. De `laatste maanden van een zwangerschap' werden wel de hoge maanden genoemd. Het is nu nog heel gewoon om te vragen hoeveel maanden ben je? en om te zeggen zij is in de zoveelste maand.

Neusgaten. Zij is zwanger tot aan haar neusgaten. Deze plastische omschrijving van de hoogzwangere vrouw is in 1984 geboekstaafd in Vlaanderen.

Nippen. Nippen betekent niet alleen `met een klein teugje drinken' maar ook `erop aankomen'. En op het nippen staan wil zoveel zeggen als `op het punt staan iets te doen'. Vandaar de uitdrukking ze staat op het nippen voor `ze is hoogzwanger'.

Omvallen. Die vrouw is aan omvallen toe. In 1895 door de Friese volksschrijver en boekhandelaar Waling Dijkstra opgetekend in Friesland.

Onweer. Dijkstra, eindredacteur van het Friesch woordenboek (1900-1911) legde ook als eerste de uitdrukking zij krijgt het onweer onder de muts vast, voor `haar bevalling is in aantocht'. Muts kan tegenwoordig ook `vagina' betekenen, maar dat is hier niet het geval. In Noord-Holland kent men als vergelijkbare uitdrukkingen: het is harde wind bij ons thuis, het is storm en onweer en mijn vrouw staat op omwaaien. ,,Alle drie betekenen: m'n vrouw was in 't beginstadium van bevallen'', aldus een West-Friese dialectstudie.

Openbreken. Wat staat de hoogzwangere vrouw te wachten? Ze zal haast (gaan) openbreken. Zo zei men dat aan het begin van de 20ste eeuw in Aalst in Oost-Vlaanderen. En in Gent zei men indertijd ze zal binnenkort in tweeën vallen.

Raap. De hoogzwangere vrouw draagt een voldragen vrucht. Vandaar de uitdrukking (in 1897 gehoord in de Zaanstreek) de rapen zijn gaar voor `zij moet spoedig bevallen'. In Vlaanderen gesignaleerd in de vorm haar rapen zijn zacht. Inmiddels vooral gebruikt in de betekenis `nu zullen we het hebben'. Een raap is een knolvormig verdikte wortel.

Rekening. Er wordt, in de taal van de zwangerschap, een hoop (uit)gerekend en geteld. Dat zie je ook in de uitdrukkingen ze heeft bijna haar rekening en zij is op het einde van haar rekening voor `zij is hoogzwanger'. Van een vrouw die later bevalt dan ze had uitgerekend, zegt men schertsend zij mag gaan buiten haar rekening, maar niet buiten haar tijd.

Rok. Zwangere vrouwen dragen positiekleding, zoals dat tegenwoordig heet, maar zou je dat niet doen, dan zou een rok door de zwangere buik omhoog komen. Vandaar de uitdrukking haar rok wordt te kort voor `zij is hoogzwanger'. Een veel oudere variant, die al uit de 17de eeuw dateert, is de bouwen wordt te kort. Bouwen betekent hier `ruim geplooide bovenrok'.

Slag. Dat bevallen een zware klus kan zijn, wist men ook in de 19de eeuw. Vandaar de uitdrukking ze heeft de slag op de os te verwachten voor `zij is hoogzwanger'. Een os kreeg kennelijk nog hardere slagen dan andere lastdieren.

Springen. Ze staat op springen, in 1980 door Inez van Eijk opgetekend in haar verzameling dooddoeners en stoplappen. Je hoort ook wel ze staat op knallen of knappen.

Uiterst. ,,Ick souwt niet gedaan hebben'', schreef Bredero in 1612, ,,was myn wijf niet op `tuyterste swaar''. Op het uiterste zwaar zijn zei men in de 17de eeuw van een hoogzwangere vrouw, samen met zij gaat (of komt) op haar uiterste.

Wagen. Volgens de Vlaamse taalonderzoeker Henri Mullebrouck zei men in de tweede helft van de 20ste eeuw van een vrouw die op alledag liep haar wagen begint steeg te lopen. Waarom men dit zei, staat er niet bij, maar wellicht weet een lezer daar het antwoord op.

Aanvullingen en reacties naar sanders@nrc.nl

    • Ewoud Sanders