Duifkes vooraf en Duvel na afloop

Met landgenoot Sven Nys beheerst de Belgische wereldkampioen Bart Wellens het veldrijden. ,,Er zijn veel sporten waar er maar een paar de dienst uitmaken; daar zeurt niemand over.''

Twee Nederlandse toeschouwers lopen tegen het einde van de wedstrijd van een van de meest spectaculaire gedeelten van het parkoers richting finish. De Superprestige-veldrit net buiten Gieten zit er bijna op. Een onemanshow is het geworden van de Belg Bart Wellens. Diens landgenoot Tom Vannoppen rijdt bijna de hele race in tweede positie, op respectabele afstand, en tegen het einde nestelt een andere Belg, Sven Nys, zich op een onbedreigde derde plek. ,,De uitslag is alweer bekend'', zegt de ene Nederlander tegen de andere, terwijl er nog twee ronden gereden moeten worden. ,,En nummer vier en vijf zullen ook wel Belgen zijn.'' Die voorspelling komt uit. Er eindigt zelfs een Belg op de zesde plaats, voor de Nederlander Richard Groenendaal. ,,Wellens rijdt zo snel, de rest die voelt het wel'', zingt de harde kern van de supportersclub tegenover het podium als hun favoriet de laatste ronde ingaat.

Eenmaal als winnaar over de finish stuurt Wellens zijn fiets (met zadel in de kleuren van de regenboogtrui) met een scherpe bocht naar links een tent in waar hij zich kan opfrissen voor de huldiging. De wereldkampioen met het vlasbaardje ontdoet zich achter een behangtafel van zijn smerige regenboogtrui en een bezweet hemd en maakt van beide handen een kom waarmee hij water uit een afwasteiltje tegen z'n gezicht gooit. Tijdens zijn wasbeurt staat de 25-jarige triomfator de pers te woord, om zich even later met een schoon hemd en een smetteloze regenboogtrui naar het podium te begeven.

Er staan ons nog wat saaie maanden te wachten, houdt een Belgische verslaggever de winnaar voor. Op weg naar zijn elfde zege van het seizoen ontdeed Wellens zich weer zo gemakkelijk van z'n tegenstanders, dat de verwachting van nog veel meer overwinningen gerechtvaardigd lijkt. ,,Moeke, ik ga winnen'', zei Wellens vroeger altijd tegen zijn moeder voor een wedstrijd. Dat zegt hij nu niet meer, hij doet het gewoon. Wellens heeft zijn zinnen gezet op de Superprestige, een reeks van acht internationale wedstrijden. Halverwege die competitie heeft hij in Gieten zijn leiderspositie verstevigd.

Vrijwel elke veldrit, in binnen- en buitenland, loopt uit op een Belgisch onderonsje. Links en rechts van de smalle weg langs de weilanden die naar het zand-, modder- en asfaltparkoers in Gieten leidt, staan opvallend veel auto's met een Belgisch kenteken. De campers van de Belgische teams bijvoorbeeld. De tijd dat alle renners met eigen auto's of busjes naar de wedstrijd kwamen, is voorbij. Elke zichzelf respecterende ploeg of coureur beschikt over een `mobile home' met een aparte ruimte voor de fietsen, een plek voor gereedschap en de hogedrukspuit, het wapen waarmee de mecaniciens na de wedstrijd de smerige fietsen te lijf gaan.

Al voor de wedstrijd is er veel activiteit bij de camper van Wellens. De sfeer is uitgelaten door de overwinning van Barts vijf jaar jongere broer Geert, bij de beloften. De eerste magnumfles Duvel-bier is binnen. Terwijl Lucien Wellens met de reservefiets van zoon Bart over zijn schouder en twee reservewielen in zijn linkerhand op weg is naar de pitstraat, ontfermt moeder Wiske zich nog over Geert. Vroeger masseerde ze haar jongens zelf. ,,Nu mag ik er niet meer aankomen.'' Echte masseurs behandelen tegenwoordig de benen van de gebroeders Wellens.

Van blijvende aard zijn de culinaire kunsten van Wiske. Het is een vaak vertelde anekdote: tot voor kort maakte ze aan de vooravond van elke wedstrijd een duifje voor Bart klaar. Het eten van gebakken duif zou bijzondere krachten losmaken in de veldrijder. Sinds hij zijn ouderlijk huis verruilde voor een eigen woning in Vorselaar, is het wat minder geworden, maar nog regelmatig eet Bart Wellens moeders duif. Terwijl ze in een auto zoekt naar kleren van Geert, geeft ze het recept prijs. ,,Boter in de pan, duifkes erin, met peper en zout, look en een laurierblaadje. Met een lekkere boterham erbij of spaghetti.'' Vlak voor de wedstrijd in Gieten maakte ze pannenkoeken voor haar jongens.

Als Bart in navolging van zijn broer met overmacht de wedstrijd heeft gewonnen, gaan twee magnumflessen Duvel open. Terwijl de laatste fiets wordt schoongespoten en de camper volgeladen, worden de bekers bier rondgedeeld. Wanneer hun zoons voor het laatst op dezelfde dag een wedstrijd hebben gewonnen? Moeder Wiske kan het zich niet herinneren, vader Lucien komt met het antwoord: vijf jaar geleden, toen Bart in het Waalse Soumagne Belgisch kampioen bij de beloften werd en Geert de nationale titel bij de nieuwelingen voor zich opeiste.

Rond vijf uur begint de familie Wellens aan de lange reis naar huis. Lucien zal thuis de camper uitladen en vandaag nog beginnen aan de voorbereidingen op het volgende veldritweekend. ,,De fietsen kuisen, andere tubes erop leggen, de wagen weer laden; dat doe ik allemaal'', spreekt hij opgewekt. Hij maakt deze week nog wat uren als werknemer in een uitlatenfabriek en dan vertrekt hij met de camper van de wereldkampioen weer naar het buitenland. De Bart Wellens-show wordt vervolgd in het Zwitserse Wetzikon (zaterdag) en Milaan (zondag).

Vaak dezelfde winnaars, stuivertje wisselen met Nys; ook Wellens vindt het jammer dat er zo weinig concurrentie is. ,,Er zijn veel sporten waar er maar een paar de dienst uitmaken, daar zeurt niemand over. In tennis hebben de zusters Williams een tijd de dienst uitgemaakt, Schumacher wordt al jaren wereldkampioen Formule I en daar komen nog steeds tienduizenden kijken. Waarom zou dat dan ook in het veldrijden niet kunnen?'' Slecht nieuws voor de concurrentie: Wellens wil nog tien jaar doorgaan.

    • Ward op den Brouw