Betogingen in Moldavië steeds groter

In het centrum van de Moldavische hoofdstad Chisinau hebben gisteren tussen 25.000 (volgens de politie) en 50.000 mensen (volgens de organisatoren) het aftreden van de communistische regering en de beëindiging van de afscheiding van Transnistrië geëist.

In Chisinau is vorige week elke dag betoogd naar aanleiding van een Russisch vredesplan, dat bedoelde een eind te maken aan de afscheiding van Transnistrië. De menigte was echter nog niet zo groot als bij de betoging van gisteravond, die was georganiseerd door de gezamenlijke oppositie. De demonstranten droegen borden mee met teksten als ,,Transnistrië hoort bij Moldavië''. De bijeenkomst eindigde met de aanvaarding van een oproep aan de OVSE – de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, die vandaag in Maastricht een grote conferentie houdt – om ,,Transnistrië niet te legitimeren''. De OVSE heeft onder leiding van voorzitter Jaap de Hoop Scheffer dit jaar zonder succes getracht het probleem-Transnistrië op te lossen.

Rusland probeerde vorige week het conflict op te lossen met een vredesplan dat voorziet in de federalisering en demilitarisering van Moldavië, maximale autonomie voor het afgescheiden Transnistrië, opwaardering van het Russisch tot tweede officiële taal (Russisch is de belangrijkste taal in Transnistrië) en de legering van een Russische vredesmacht tot 2020. Vooral dat laatste aspect wekte grote woede bij de nationalistische oppositie, die direct begon met dagelijkse betogingen tegen het bewind van de communistische president Voronin. De president stemde aanvankelijk in met het Russische plan, maar slikte die instemming de dag daarop in, met het argument dat de OVSE er tegen is. De Russische president Poetin annuleerde daarop een voorgenomen bezoek aan Moldavië. Moskou verwijt Moldavië sindsdien voor het Westen te zijn gezwicht.

Het door de communisten beheerste Moldavische parlement eiste dit weekeinde ,,drastische maatregelen'' van de politie om een eind te maken aan de dagelijkse demonstraties.

De oppositieparlementariër Vlad Cubreacov, die eind vorige week gewond raakte tijdens een botsing tussen betogers en de politie, is inmiddels onderwerp van een onderzoek van de Moldavische justitie. Hij zou bij de demonstratie een Russische vlag en een portret van Poetin hebben verbrand, een delict waar zes jaar cel op staat. Vanuit het ziekenhuis ontkende Cubreacov de vlag en het portret te hebben verbrand.