Bartoli verheft middelmaat tot top

Na de film Amadeus (1984), die Mozart toonde als het grootste muziekgenie aller tijden, werd zijn rivaal Salieri allerwegen bespot en verguisd als weerzinwekkend middelmatig. Maar zaterdagavond zat de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw stampvol voor een hele avond muziek van deze Antonio Salieri. Die werd met groot succes gezongen door de mezzosopraan Cecilia Bartoli, na Jessye Norman al jaren dé Amsterdamse publiekslieveling. Drie toegiften waren nog niet genoeg en na wat paniek – het muziekpapier vloog over het podium – herhaalde Bartoli maar het slotnummer van haar officiële optreden. Het concert was óók een triomf omdat Bartoli vaak fantastisch zong met fenomenale pianissmi, ondanks een net getrokken verstandskies.

De middelmaat van toen is nu top en de concertgangers, onder wie Ahold-topman Anders Moberg, hadden voor losse kaarten topprijzen over. Het kostte 120 euro om te kijken naar de voorkant van de gevierde diva, gehuld in een fraaie robe van bestorven rood en zwart. Anderen betaalden 105 euro om een hele avond haar achterkant te zien, terwijl Bartoli de andere kant opzong. Velen namen daar enthousiast genoegen mee, er waren op het podium tal van stoelen bijgezet. Aan het slot draaide Bartoli zich één keer om, zodat haar achterban toch nog een kwart van een toegift rechtstreeks uit haar keel hoorde.

Acht van de negen nummers van het programma staan ook op Bartoli's nieuwe Decca-cd met dertien aria's uit opera's van Salieri. Begeleid door het Freiburger Barockorchester, dat zonder dirigent speelde, kon het fenomeen Bartoli moeiteloos stralend in het middelpunt van de belangstelling staan, soms terzijde gestaan door begeleidende solisten op fluit en hobo.

De vraag is: hoe `middelmatig' is Salieri in de praktijk, wanneer een gunstige selectie van zijn muziek wordt gezongen door een meeslepende mezzo van wereldklasse? Het antwoord is: Salieri is wisselvallig, maar Bartoli weet er wel een zaal mee plat te krijgen. En het zeer levendige en gedreven Freiburger Barockorchester liet in de variaties op La folia di Spagna met onder andere castagnetten en tamboerijn horen dat Salieri in instrumentale brille, originaliteit en beeldende suggestiviteit wedijvert met Boccherini en Vivaldi.

Salieri's vocale nummers met overmatig spectaculaire coloraturen klinken vooral alléén maar virtuoos. Ook al is hier geen sprake van perfectie, Bartoli weet daaraan een opmerkelijk relativerende draai te geven: ze brengt de watervallen van noten als een verbluffende sportieve prestatie, waarvoor ze zich met veel beweging van armen en benen krachtig oppompt.

Soms kan Salieri ook heel geestig zijn, zeker wanneer Bartoli tegen het slot van het voortreffelijk opgebouwde optreden haar ontwapenende acteren de vrije loop laat. Zoals in een vrolijk nummer uit La cifra waarin, net als in Peter en de Wolf, de samenstelling van het orkest wordt doorgenomen mét voorbeelden. En écht prachtig en roerend is Salieri in de lange en langzame dromerige scène uit Armida. Het werd door Bartoli heerlijk zoetelijk en lieflijk gezongen en was al voor de pauze verreweg het mooiste nummer van het concert.

Concert: Cecilia Bartoli en Freiburger Barockorchester. Gehoord: 29/11 Concertgebouw Amsterdam.

    • Kasper Jansen