`Armoede, niet kleur is probleem'

De toekomst van Rotterdam vervat in 99 pagina's. Vanmorgen presenteerden burgemeester en wethouders hun beleidsplan. ,,We willen geen beleid op beleid stapelen.''

Rotterdam zet door. Op weg naar een stad in balans, dat het Rotterdamse college (Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD) vanmorgen heeft gepresenteerd, is het dikste beleidsplan sinds de installatie van het college. Indachtig de woorden van Pim Fortuyn (,,Een soort regeerakkoord van iets meer dan een A4'tje'') telde het collegeakkoord zeven kantjes. De uitwerking van dat akkoord in maatregelen als hot spots en zero tolerance, het eigenlijke collegeprogram, kwam op bijna vijftig bladzijden uit.

En nu liggen er dan 99 pagina's Rotterdam zet door. Op weg naar een stad in balans. Met al die pagina's ligt óók een oud probleem van de stad weer op de loer. Voorgaande colleges stapelden beleid op beleid, met als gevolg een ondoorzichtige bureaucratie van niet samenwerkende `programmamanagers', `pijlercoördinatoren', `gebiedscoördinatoren' of `projectleiders stedelijke visie'. De afgelopen jaren verzandden talloze goedbedoelde initatieven in deze cultuur van meer-woorden-dan-daden, zoals het vorige college achteraf ook toegaf.

Geen wonder dus dat al in de inleiding van Rotterdam zet door staat dat ,,we er nadrukkelijk niet voor kiezen om beleid op beleid te stapelen, want het is een klassieke fout om te vaak en te snel met nieuwe beleidsinitiatieven een ingezette beleidsrichting weer te verlaten''. Niet dat er in het actieprogramma géén nieuw beleid staat. Maar dat beleid moet nu vooral van het rijk komen.

In een speciale bijlage van vijf pagina's, getiteld De agenda voor de rijksoverheid, staan de wensen opgesomd. Die gaan over asielzoekers (alleen een permanente verblijfsvergunning voor ingeburgerde asielzoekers, die zich pas vrij mogen vestigen als ze de taal spreken, maar de komende vier jaar liever niet in deze stad), Antillianen (jonge kansarmen opvangen in asielzoekerscentra) en illegalen (illegaliteit strafbaar stellen). Ze gaan over een andere verdeling van het geld voor grote steden, noodwetgeving voor achterstandswijken en `inkomen uit werk', dat een toelatingscriterium moet worden in de Huisvestingswet. Ook wil Rotterdam een leegkomend asielzoekerscentrum voor de opvang van overlastgevende verslaafden, `fiscale kansenzones' voor oude wijken en, voor vroegtijdige schoolverlaters, een leer-/werkplicht tot 23 jaar.

Geen geringe wensen dus, maar het college meent dan ook aanspraak te kunnen maken op een ,,nieuwe aanpak'' van ,,unieke problemen''. ,,Het college vindt dat medeoverheden de buitenmaatsheid van de problemen in deze stad nu eindelijk moeten erkennen. Dat betekent dat Rotterdam de problemen niet alléén kan oplossen'', valt te lezen in een aan deze `buitenmaatsheid' gewijd hoofdstuk.

Net als veel andere hoofdstukken bestaat ook dit hoofdstuk vooral uit een beschrijving van de problemen in de stad. Samengevat komen die neer op de constatering: ,,Het absorptievermogen van bepaalde wijken wordt overschreden door een blijvende instroom van kansarmen en het vertrek van kansrijken die het zich kunnen veroorloven elders te gaan wonen. Samen met de overlast, illegaliteit en criminaliteit is dat voor ons de kern van het probleem.''

Dat de problemen groot zijn en ook zo worden gevoeld, bleek de afgelopen maanden al uit noodkreten als `allochtonenstop', `hek rond de stad', `asielzoekersstop' en `minarettenstop'. Wie kwaad wil, vindt in Rotterdam zet door dit soort noodkreten als niet-racistische maar de facto misschien wel zo uitpakkende maatregelen terug. Het college is zich van deze beeldvorming bewust. Het schrijft dat het de stad niet gaat ,,om etniciteit of komaf'' maar om (het gebrek aan) ,,welvaart en sociaal-economische positie van nieuwkomers en de (on)mogelijkheden om in de stad een zelfstandig bestaan op te bouwen''. ,,Kortom, de kleur is niet het probleem, maar het probleem heeft wel een kleur.''

Behalve een `agenda voor de rijksoverheid' bevat Rotterdam zet door ook maatregelen die het college zelf wil nemen. Die borduren voort op de acties uit het collegeprogram, compleet met de van dat program bekende targets. Inclusief de van het rijk gevraagde maatregelen gaat het om 48 ,,nieuwe acties''. Die variëren van een aanpak van asociale huurders (,,1e kwartaal 2004. Complex'') en het tegengaan van illegale verhuur en onderhuur (,,2004. Eenvoudig. Omvangrijk'') tot zaken als `meer regie op tienermoederprojecten' (,,1e kwartaal 2004. Eenvoudig. Einde aan versnippering'') en `op basis van monitoring scenario's ontwikkelen en de feitelijke ontwikkeling van de stad bijhouden' (,,2004. Complex. Eerder kunnen ingrijpen. Problemen voorkomen'').

Tot slot is er ook nog een (kort) hoofdstuk `Kansen voor de stad'. Reden daarvoor is dat de afgelopen tijd ,,de discussies soms een beeldvorming kregen die schadelijk is voor het beleid dat juist gericht moet zijn op het voorkomen van een allochtonenprobleem, omdat autochtonen en allochtonen met de rug naar elkaar toe gaan staan''. Deze ,,negatieve wederzijdse beeldvorming'' wil het college bestrijden door ,,meer aandacht voor de constructieve rol die succesrijke allochtonen in onze samenleving kunnen spelen''.

Ook de gemeenteraad, vindt het college, heeft ,,een belangrijke rol'' in het handhaven van deze balans ,,tussen communicatie over de problemen in de stad en over de dingen die wel goed gaan''. ,,We mogen niet vergeten te benadrukken dat deze stad voor talloze werkgevers, huizenkopers, winkeliers en studenten een aantrekkelijke stad is. (...) In dat verband is het belangrijk om te vermelden dat wij besloten hebben tot het opzetten en uitvoeren van een imagocampagne voor de periode 2003-2006 die de beeldvorming rond Rotterdam in de gewenste richting kan bijsturen.''