Angst, onkunde en stigma's

Franky is een van de zeven mensen die aidsremmers ontvangen in Papoea. Versterking van de gezondheidszorg is cruciaal.

Hij is broodmager, zijn donkere huid staat strak over zijn jukbeenderen, maar zijn ogen zijn helder. Franky (29) is de zoon van een politieman uit Biak en is geboren en getogen in Jayapura. Hij werd voor het eerst ziek in Sarmi, aan de beboste noordkust van Papoea, waar hij werkte in een triplexfabriekje. Hij werd beter, maar kreeg niet lang daarna herpes. Ook die werd met succes behandeld. Vervolgens kreeg hij een schimmelinfectie aan zijn mond en de arts in het Provinciale Ziekenhuis van Jayapura (RSUD) vertrouwde het niet. Een test wees het uit: Franky heeft aids.

Franky: ,,Toen het bloedonderzoek positief uitviel, vroeg de zuster of ik dat kon accepteren. `Ja', zei ik, want ik wist hoe ik geleefd had. Toen ik negen was, deed ik het met een banci (homoseksueel). Ik had voor het eerst seks met een meisje toen ik vijftien was. Ik ben nooit getrouwd, maar ging met de ene vrouw na de andere naar bed, zowel vriendinnen als hoertjes.''

Franky is één van de vele ODHA's – `mensen met hiv/aids' – in Papoea. Deze grootste provincie van Indonesië heeft 2.284.600 inwoners – één procent van de landelijke bevolking – en telt 30 procent van de bekende aidsgevallen. Eind augustus bedroeg het officiële aantal hiv/aids-gevallen in Papoea 1.081 en waren, voor zover bekend, 161 mensen aan de ziekte gestorven. Het reële aantal gevallen is niet bekend, maar moet vele malen hoger liggen.

Onderzoek wijst uit dat in Papoea het hiv-virus in 94 procent van de gevallen seksueel wordt overgedragen. Papoea's, ook politieke en religieuze leiders, hebben lang volgehouden dat `Indonesiërs' de ziekte naar hun land brengen en dat zij de autochtone bevolking uitroeien. Anderen schrijven de hoge cijfers toe aan `promiscuïteit onder Papoea's'.

Dr. Nafsiah Mboi is consultant van de Nationale Commissie Aidsbestrijding (KPA) en leidt een ad hoc-team dat de campagne in Papoea moet aansturen. ,,Dat de epidemie in Papoea deze vormen heeft aangenomen, ligt niet aan sociaal-culturele factoren, want het huidige seksuele gedrag gehoorzaamt nauwelijks aan traditionele normen. Papoea's worden tegenwoordig heel jong seksueel actief. Van de jongeren, zowel jongens als meisjes, heeft 30 procent al vóór zijn vijftiende en 67 procent vóór zijn twintigste seks gehad. Verder zijn jongeren mobieler dan ooit en hebben ze vaak meerdere partners. Tachtig procent van de straathoertjes zijn Papoea's. Dan is er het seksuele geweld tegen vrouwen. Dwang en overslaan van het voorspel zijn niet ongewoon en verhogen het risico van hiv-overdracht. Tenslotte is er het probleem van dronkenschap en drugsgebruik. Dat gedrag is niet bepaald door tradities, maar door ontworteling, gebrek aan onderwijs en werk, kortom: uitzichtloosheid.''

Gezien de razendsnelle opmars van de epidemie bepleit het ad hoc-team van dr. Nafsiah een campagne gericht op sekswerkers en op de groep met riskant gedrag: van seks met meer dan één partner tot en met seks met zowel echtgenote, bijvrouwen als sekswerkers. Voor hen propageert het team condooms. Het team heeft het provinciebestuur van de sinds vorig jaar autonome provincie Papoea intussen aan zijn kant. Vice-gouverneur Constant Karma heeft de dagelijkse leiding van de provinciale commissie (KPAD) en hij laat geen gelegenheid voorbijgaan om aan de bel te trekken. De KPAD bestaat uit vertegenwoordigers van Volksgezondheid en andere provinciale diensten, en uit niet-gouvernementele organisaties (ngo's). Volksgezondheid heeft in Jayapura grote waarschuwingsborden neergezet, maar laat het verder afweten.

Dr. Nafsiah: ,,De campagne draait voor mankracht en financiering van internationale en lokale ngo's, niet op de overheid. De kwaliteit van Volksgezondheid, van provincie tot lokale medische centra, is te laag. Men beperkt zich tot niet erg effectieve voorlichting. Dat valt in de eerste plaats te verwijten aan het ministerie in Jakarta. Daar zegt men: er is toch regionale autonomie? Het vermogen tot bewustmaking, diagnose, testen op basis van vrijwilligheid, counseling en therapie, dat alles is beperkt. Waar het in Papoea vooral op aankomt is versterking van de gezondheidszorg.''

De bevolking van Papoea is voor 80 procent protestants en katholiek. Dr. Nafsiah en haar team hebben zich het afgelopen jaar dan ook ingespannen om de kerken aan boord te krijgen. Dat lijkt te lukken, zij het dat de bisschoppen in Papoea niet verder willen gaan dan het dulden van condoomgebruik door echtelieden van wie er één besmet is.

Dr. Nafsiah: ,,Ook van protestantse voorgangers hoor ik vaak: `Mevrouw, we kunnen kondomisasi niet toestaan, want dan zetten we de deur open voor vrije seks.' `Heren', zeg ik dan, `niemand wordt gemotiveerd tot overspel door condoomgebruik. Zelfs als ze gratis worden uitgedeeld, worden ze vaak niet gebruikt'.''

Niet alleen de preventie schiet tekort. Van zorg – verpleging, medicatie en begeleiding – is nauwelijks sprake. De belangrijkste obstakels zijn angst, onkunde en stigmatisering, ook onder medisch personeel. Toch is er iets gaande, zij het op kleine schaal.

Franky kwam tijdens zijn opname in contact met de verpleegster Siti Nurdjaja (33). Zij vertelt: ,,Toen ik vijf jaar geleden in het RSUD mijn eerste aidsgeval onder ogen kreeg, was ik even bang als mijn collega's.'' In 2001 vormde ze samen met een bevriende leraar de Jayapura Support Group (JSG). Sindsdien hebben ze 68 ODHA's thuis begeleid, 52 van hen tot de dood. Franky, in de steek gelaten door het thuisfront, woont nu in bij zr. Siti. Hij behoort tot de eerste zeven ODHA in Papoea die van de provincie (met buitenlands geld) antiretrovirale middelen (ARV) krijgen. De aidsremmers hebben hem zichtbaar goed gedaan.

Dr. Nafsiah waarschuwt voor te hoge verwachtingen: ,,Het is geen kwestie van snoepjes uitdelen. Gegarandeerd moet worden dat de patiënt deze medicijnen regelmatig inneemt. Een juiste diagnose vereist een goede medische infrastructuur en daaraan ontbreekt het niet alleen in Papoea, maar in heel Indonesië.''

Achtste verhaal in een serie over aids. Eerdere afleveringen verschenen op 18, 24 en 31 oktober, 7, 14, 22 en 28 november en zijn na te lezen op www.nrc.nl