`Het is oorlog'

Op het platteland woedt een stille oorlog van dierenactivisten tegen de bio-industrie en proefdierlabs. De methoden verharden en de politie krijgt geen greep op de daders. Deskundigen voorzien dodelijke slachtoffers. Hoe kon het zo escaleren? Reconstructie van 25 jaar Dierenbevrijdingsfront: de dubbelrol van de officiële organisaties, het eerste geweld en een Haagse volksjongen die de zaak op scherp zette.

Het kan nu wel gezegd worden. Henny Velthorst is een van de grondleggers van het Dierenbevrijdingsfront. Ze is 50 jaar inmiddels, en nog steeds vol vuur over haar ondergrondse jaren. Bijna tien jaar reisde ze 's nachts, bivakmuts bij de hand, door het land om dieren te bevrijden, diefstal te plegen, de vleessector te ontregelen. Toen ze moeder werd, in 1987, moest ze ophouden. Bij haar laatste actie, een inbraak in een veilinghuis van pelsdierhouders, was ze zeven maanden zwanger. Maar nu de opvoeding van haar kind vrijwel is voltooid, wil ze terug naar het front. ,,Doorgaan waar ik gebleven ben'', zegt ze. ,,Het is nog steeds oorlog.''

Henny Velthorst is mild gestemd over haar opvolgers. Het is verkeerd om nadruk te leggen op politieke idealen, zoals het Dierenbevrijdingsfront de laatste tijd doet met het anarchisme. Dieren hebben daar niks aan. ,,We moeten uitleggen waarom we in oorlog zijn: omdat de beesten worden mishandeld en gemarteld, en we vrede voor ze willen.''

Daarom wil Henny Velthorst, opnieuw, ,,klappen uitdelen. Aan McDonald's – omdat ze met dieren omgaan als industriegoederen en door de schandalige boskap. Aan de minister van Landbouw – omdat hij het honden- en kattenbesluit wilde intrekken. Wie dat doet, is voor mij de vijand. Die verdient het een klap te worden toegebracht.'' Een medegrondlegger van het Dierenbevrijdingsfront, die het gesprek bijwoont – hij wil niet in de krant omdat anders zijn baan in gevaar komt – zegt een paar keer dat Henny Velthorst op haar woorden moet passen. ,,Ik begrijp dat ik met deze uitspraken problemen kan krijgen'', zegt ze. ,,Dat moet dan maar.''

De houding van Henny Velthorst is typerend voor de verharding van radicale dierenbeschermers. Het proces heeft zich sluimerend voltrokken, steeds wordt een nieuw taboe doorbroken. Wat eind jaren '70 als ludieke acties begon werd algauw illegaal, daarna werd de maatschappij ontregeld, vervolgens waren er, al in de jaren '80, de eerste geweldsdelicten. En sinds eind jaren '90 woedt een stille oorlog op het platteland, met diepe loopgraven en aanvalsgolven van weerskanten. Op internet wordt geld geboden voor privé-adressen van dierenbeschermers. Nertsfokkers hebben een paar jaar terug met de vuist hun woede gekoeld op actievoerders in Nijmegen.

Het zijn reacties op de steeds venijnigere methoden waarmee dierenactivisten het privé-leven binnendringen van, in hun jargon, `dierkwellers'. Ronald Bontrop, directeur van het primatencentrum BPRC in Rijswijk, waar apen als proefdier worden gebruikt, maakt het al sinds 1998 mee: zijn autosloten zijn dichtgelijmd, zijn banden lek gestoken, zijn deur ingetrapt. ,,Vorig jaar is thuis met een katapult een ruit kapotgeschoten.'' Zes à zeven van zijn medewerkers, zegt Bontrop, leven met de angst in hun lijf. Bij een van hen werd een leuze achtergelaten: There's no justice. Just us. Ook pelsdierhouders en gebruikers van bont worden steeds frequenter en harder belaagd. Een medewerker van couturier Frans Molenaar – die bont in een nieuw ontwerp had verwerkt – kreeg vorig jaar te horen: ,,Je nek zal met een kapotte fles worden doorkliefd, en je keel dichtgeknepen.''

Deskundigen in het opsporingsapparaat tekenen een piramide om aan te geven hoe het dierenrechtactivisme in elkaar zit: een onderbouw van tienduizenden actievoerders strijdt met legale middelen – van collectebus tot protestmars – voor een betere dierenwereld. Daarboven een groep van 500 à 600 die bereid is de wet te breken, van burgerlijke ongehoorzaamheid (een lab bezetten) tot en met economische oorlogsvoering (nertsen bevrijden). In de top van de piramide een kleine groep, hooguit enige tientallen mensen die, in cellen van twee of drie personen, extremistische acties uitvoert: brandstichtingen, intimidatie en geweld tegen diergebruikers en hun kinderen. Het is de politie de laatste tien jaar niet gelukt zo'n cel binnen te dringen. Volgens interne misdaadprofielen worden de cellen bemand door bovengemiddeld intelligente mensen met vaak normaal werk die zo sober leven dat ze met klassiek recherchewerk nauwelijks zijn te traceren (voor een vraaggesprek met twee vrouwen die onderdeel van zo'n cel zijn: zie pag. 24). De Tweede Kamer wil de radicalisering intussen met straffe hand aanpakken, ook de PvdA en GroenLinks. Een meerderheid wil dierenactivisten voortaan als terrorist vervolgen.

Klassieke agitprop

De vraag is hoe het zover heeft kunnen komen. Dierenbelangenorganisaties en radicalen zelf wijzen naar de overheid: vooral het ministerie van Landbouw zou slonzig met dierenbelangen omspringen, en het groeiende ongenoegen hierover in de maatschappij negeren. Gedupeerden bekritiseren daarentegen vooral de officiële clubs. Zij hebben, door hun milde houding tegenover radicalen, de escalatie in de hand gewerkt, aldus mensen als Bontrop van het primatencentrum BPRC en Wim Verhagen van de federatie van pelsdierhouders NFE. De belaagde organisaties wijzen die kritiek af. Ze zeggen stuk voor stuk met stelligheid (zie www.nrc.nl) dat ze radicale acties altijd hebben afgekeurd.

De werkelijkheid is anders.

Henny Velthorst werkt op het secretariaat van Lekker Dier als het Dierenbevrijdingsfront (DBF) ontstaat. Velthorst is vanaf haar vroege jeugd begaan met dieren. Ze kan het niet bevatten dat mensen zo ruw voor ze zijn. Ze collecteert als kind voor de Dierenbescherming, werkt voor de huisdierenopvang en is vanaf haar vijftiende vegetariër. Lekker Dier is opgericht als protest tegen de Dierenbescherming: vooral het matige verweer tegen de bio-industrie wekt wrevel.

Als Henny Velthorst najaar 1979 's avonds in de trein naar Utrecht zit na een teleurstellende vergadering, besluit ze met een collega te gaan kijken bij TNO in Zeist, waar proefdieren zitten. De deur staat open. Ze blijven een halve nacht en komen ook bij de proefdieren binnen. Haar hart gaat open: de maanden erna werkt ze het plan uit om twaalf honden te bevrijden. De uiteindelijke actie geeft ,,een enorme kick'', zeker als media het persbericht van het DBF overnemen. De naam is naar Engels voorbeeld gekozen. ,,We wilden niet militant overkomen.'' Het Dierenbevrijdingsfront heeft stijl: het laat zelfs visitekaartjes achter.

Henny Velthorst is door haar werk op het secretariaat een spin in het web van Lekker Dier – en het Dierenbevrijdingsfront. Zes mensen uit Lekker Dier, zegt ze, nemen de eerste jaren deel aan de acties van het DBF. De informele leiding van de acties is in handen van vier man – allemaal Lekker Dier-mensen. Toenmalig bestuurslid Wim de Kok van Lekker Dier steunt het Dierenbevrijdingsfront en denkt mee over mogelijke actiedoelen, zegt hij. De strategische waarde van het DBF voor Lekker Dier is groot, beaamt De Kok. Het is klassieke agitprop: ,,In eerste instantie werd Lekker Dier gezien als het extreme broertje van de Dierenbescherming. Door het DBF kregen we een middenpositie, en nam onze invloed in gesprekken met de overheid toe.''

Hoe groot de rol van Lekker Dier in het Dierenbevrijdingsfront is, merkt ook fotograaf Fred Hess. Tien jaar lang legt hij DBF-acties vast, maar neemt nooit deel. De eerste jaren bestaat het Dierenbevrijdingsfront uit een man of tien. ,,De helft zat bij Lekker Dier, de anderen kwamen van het Anti-Bont Comité en de Nederlandse Bond ter Bestrijding van Vivisectie (NBBV).''

De dierenbevrijders zijn in die tijd in de wolken. In 1984 brengen ze een krant uit waarin bekende Nederlanders hun sympathie voor het Dierenbevrijdingsfront uitspreken, onder wie Pistolen Paultje (,,Niet lullen, gewoon erop slaan'') en de voormalige president van de Amsterdamse rechtbank, Borgerhoff-Mulder (,,hoewel de acties meestal strafbaar zijn, kunnen ze vaak effect hebben'').

Toch worden de acties dan al grimmiger. In 1983 zijn er geruchten dat het Dierenbevrijdingsfront een bomaanslag beraamt. Rond kerst 1983 bluft het DBF in een brief dat supermarktvlees is geïnjecteerd met rattengif (bewindslieden houden met de kerst de wacht op hun ministerie), een jaar later bestaat het plan om bij restaurants met wild op de kaart stinkbommen van boterzuur naar binnen te gooien. De politie begint een onderzoek, medio 1985 worden op diverse plaatsen in het land een kleine twintig arrestaties verricht.

Als later in de media doorschemert dat veel van de arrestanten Lekker Dier-mensen zijn, reageert de club formeel: het bestuur was niet op de hoogte, het is Lekker Dier niet aan te rekenen dat medewerkers de illegaliteit zijn ingestapt. Een trucje. Tot de arrestanten behoren ook bestuursleden, onder wie de penningmeester (die een bekentenis aflegt). ,,Een deel van het bestuur wist natuurlijk wel wat er gebeurde. Ik ook'', zegt De Kok nu. Tekenend is dat medewerkers bij Lekker Dier niet worden ontslagen als hun DBF-werk bekend wordt. ,,Zoals de hele maatschappij had ons bestuur ook een zekere waardering voor het DBF.''

Ook mensen uit de Dierenbescherming doen in het Dierenbevrijdingsfront mee. Volgens Fred Hess gaat het om bestuurders van lokale afdelingen. ,,Twee van hen zijn in de jaren '90 in het landelijk bestuur van de Dierenbescherming gekomen.'' Formeel is de landelijke Dierenbescherming destijds, net als nu, tegen elke wetsovertreding: ze keurt het DBF ondubbelzinnig af. ,,De Dierenbescherming zei dat de achterban onze acties onwenselijk vond, maar dat was niet waar'', zegt Henny Velthorst. Ze legt uit dat de DBF-acties elk jaar 20.000 tot 30.000 gulden kostten. Dat geld wordt vooral door lokale afdelingen van dezelfde Dierenbescherming betaald. ,,Ik denk dat lokale afdelingen van de Dierenbescherming 60 tot 70 procent van ons jaarbudget in de jaren '80 financierden.'' De rest van het geld komt van ,,de andere dierenbelangenorganisaties'', meestal via een schuilnaam. ,,Dan was er 2.000 gulden van ene Van Dam en wist ik: de penningmeester van de Anti-Vivisectie Stichting.'' En later, als een deel van de eerste DBF'ers is veroordeeld, springt de Dierenbescherming ook bij als gedupeerde bedrijven met civiele claims komen. De hoogste, 18.000 gulden, wordt ,,door afdelingen van de Dierenbescherming en andere dierenclubs bijeengebracht'', zegt Velthorst. De medegrondlegger van het DBF, die het gesprek met Velthorst bijwoont, bevestigt deze gegevens. De huidige directeur van de landelijke Dierenbescherming, Wijnand van de Giessen, is verbaasd. ,,Ik kan mij dit niet voorstellen. Maar als het waar is, zou ik dat niet goed vinden.''

De nertsenfokkerij en de bonthandel zijn vanaf het begin belangrijke actiedoelen van het Dierenbevrijdingsfront. De Dierenbescherming heeft er nooit aandacht voor gehad. Maar in 1982 is de Dierenbescherming met Lekker Dier en andere grondlegger van het Anti-Bont Comité (ABC). De acties van het ABC lopen zo goed dat snel wordt besloten een eigen kantoor te openen.

Jan van der Lee, medewerker van Lekker Dier, komt aan het hoofd van het Anti-Bont Comité te staan. Hij zal de succesvolste dierbeschermingscampagne ooit leiden: aan het eind van de jaren '80 wordt in Nederland bijna geen bont meer verkocht of gedragen. Maar Van der Lee speelt dubbelspel, zonodig liegt hij: hij is óók actief in het Dierenbevrijdingsfront. ,,Als campagneleider van het ABC moest ik soms reageren op DBF-acties'', vertelt hij. ,,Dan distantieerde ik me van mijn eigen actie. Het ABC, zei ik dan, opereert alleen strikt legaal.''

Van der Lee wordt medio 1985 opgepakt voor zijn DBF-werk. In zijn achtertuin in Leeuwarden graaft de politie boterzuur op. Hij en zijn medeverdachten in het noorden komen met de schrik vrij: justitie maakt vormfouten en treft een schikking. Het Anti-Bont Comité besluit hierop de feiten te verdonkeremanen. Als er vragen van de pers komen, geeft Van der Lee een ingestudeerd antwoord: ,,Er is een aantal mensen opgepakt maar de meesten zijn weggestuurd onder wie ikzelf''. Niet onjuist. ,,Maar het lag natuurlijk anders'', beaamt Van der Lee nu. ,,Ik wás actief geweest in het Dierenbevrijdingsfront, en het bestuur wist dat sinds mijn aanhouding ook.'' Talrijk zijn bovendien de aanwijzingen dat het bestuur van het ABC ook vóór de arrestaties al wist van de verwevenheid met het DBF. Feit is dat behalve een collega van Van der Lee ook de penningmeester van het ABC wordt opgepakt, aldus het toenmalige strafdossier. En een ander ABC-bestuurslid, voorzitter Wim de Kok, heeft bij Lekker Dier met Van der Lee plannen voor DBF-acties doorgesproken. ,,Ik wist dat Jan aan het DBF meedeed, ja'', zegt De Kok.

Van der Lee stapt na zijn arrestatie uit het Dierenbevrijdingsfront. Voor het Anti-Bont Comité blijft hij het gezicht naar buiten, en gaat op tv veelvuldig in debat met de pelsdierhouders. Het ABC-bestuur neemt zo het risico dat Van der Lee's verleden bekend wordt. In 1988 gaat het knagen. In een interne notitie schrijft de vertegenwoordiger van de Dierenbescherming in mei 1988 dat ,,het bijna onvermijdelijk [is] dat de acties van beide clubs (ABC en DBF, red.) door elkaar worden gehaald''. Later dat jaar besluit het bestuur tot een naamsverandering en ziet Bont voor Dieren het licht. ,,Een cosmetische operatie'', zegt Van der Lee. Werkwijze en imago veranderen, maar de organisatie blijft volgens hem gewoon intact.

Vernielzucht

Henny Velthorst en drie medeverdachten worden, anders dan Van der Lee, in 1985 wel voor de rechter gedaagd. Op de zitting in Utrecht (er vallen alleen voorwaardelijke celstraffen) wordt opnieuw duidelijk dat de Dierenbescherming een dubbelzinige houding inneemt. In een verklaring van september 1985 wijst het bestuur geweld af. Maar ook heeft men ,,begrip'' voor de ,,bewogen dierenbeschermers die op grond van hun geweten niet anders konden dan het uitvoeren van de handelingen waarvoor zij nu terechtstaan''.

Enthousiastelingen van het eerste uur beginnen zich intussen ongemakkelijk te voelen over het Dierenbevrijdingsfront. Er ontstaat midden jaren '80 een tendens naar vernielzucht, zegt Fred Hess. Volgens hem is de exponent van de nieuwe stijl Geoffrey Deckers, een Haagse volksjongen die naar eigen zeggen al in zijn puberteit aan acties van alle grote dierenclubs meedoet. Henny Velthorst heeft hem in haar armen gesloten, nadat hij al op zijn dertiende bij Lekker Dier aan de lijn hangt. ,,Hij wilde zo graag met ons meedoen, hij was bijna niet te houden. Een fantástische jongen'', zegt ze.

Geoffrey Deckers is anders. Hij heeft niets met de progressieve ideeën van de meeste dierenbeschermers: Deckers is rechts. Zonodig schaft hij voor acties dure spullen aan. Fred Hess weet nog dat hij in de jaren '80 voor een actie een auto met telefoon huurde, in die tijd uiterst kostbaar.

[Vervolg op pagina 24]

'HET IS OORLOG'

[Vervolg van pagina 23]

Belangrijkste is echter, zegt Hess, dat Deckers de strijd met een verkeerde mentaliteit voert. ,,Geoffrey Deckers voelt wraakzucht. Een dierenkweller mag je kwellen, dat vindt hij.''

Typerend is volgens Hess een DBF- actie in 1987, de eerste in de geschiedenis waarbij het Front overgaat tot geweld. Het draait om een veilinghuis van de pelsdierhouders, Hudson's Bay, in Nederasselt. Het Dierenbevrijdingsfront wil daar de administratie weghalen, zodat de bonthandel wordt ontregeld. Als 's avonds rond zevenen nog één man op kantoor is, rijdt een busje met tien man, onder wie Henny Velthorst en Geoffrey Deckers, het terrein op. Deckers, pas 18 jaar, belt aan en vertelt de administrateur dat hij een pakje komt afleveren. Deckers loopt terug naar de bus en slaat op de schuifdeur, waarna negen man met bivakmuts het pand binnenstormen. De administrateur wordt overmeesterd, krijgt een zak over zijn hoofd, handboeien om, ze slepen hem op de trap naar boven, en zetten hem onder bewaking in een aparte kamer, terwijl de actievoerders de administratie in zakken doen en computers vernielen. De administrateur, Sepp Kors, loopt geen letsel op maar leeft na de actie nog jaren in angst ,,Ik heb vele, vele nachten wakker gelegen.''

Het geweld bij deze actie wordt ook binnen het DBF afgekeurd. Henny Velthorst zegt dat de uitvoerders ,,elkaar niet meer tot de orde konden roepen''. Ook Geoffrey Deckers vindt dat actie ,,achteraf dom''. ,,Ik zou dat geweld nu niet meer gebruiken.''

Compromisloos

Velthorst, Deckers en de acht andere verdachten worden veroordeeld voor diefstal met geweld. (De in eerste aanleg aan Deckers opgelegde celstraf wordt in hoger beroep omgezet in een taakstraf.) De eerste berechting creëert een moment van grote symboliek: Velthorst haakt nu echt af (ze moet als jonge moeder nog wel celstraf uitzitten), maar dezelfde actie zet Geoffrey Deckers onder radicale dierenbevrijders op de troon. Hij is hun nieuwe voorbeeld.

Dat wordt versterkt doordat hij kort erna tweemaal opnieuw wordt gearresteerd bij DBF-acties. Deckers toont zich een compromisloos krijger voor een betere dierenwereld. Hij werkt in die tijd als regiocoördinator bij de NBBV, maar dat werk verliest hij door zijn aanhoudende rol bij radicale acties, aldus Marja Zuidgeest, destijds bestuurslid van de NBBV, nu directeur van Proefdiervrij. Het zegt iets over de afstand die de organisatie altijd van radicalen heeft gehouden, vindt ze. ,,De kwestie met Deckers is de enige waarin expliciet is gebleken dat onze mensen betrokken waren bij radicale acties. Een pijnlijke maar eenmalige zaak.'' Deckers zegt dat dit niet klopt. Hij is pas na zijn eerste veroordeling in dienst getreden van de NBBV.

En ruim twee jaar na de actie in Nederasselt, het is dan 1989, treedt bovendien Johan V. toe tot het NBBV-bestuur. Uit het persoonlijk archief van een betrokkene bij de actie in Nederasselt blijkt wat de rol van V. was: hij had de handboeien gekocht, en moest de administrateur overmeesteren.

Bij het Dierenbevrijdingsfront is de wisseling van de wacht na 1987 een feit: een nieuwe groep, de tweede generatie, neemt het over. Er zijn overeenkomsten met de eerste groep, zegt Fred Hess, die tot 1990 acties blijft vastleggen. ,,Ook deze generatie had verwevenheid met de legale dierenorganisaties: Lekker Dier, NBBV, Dierenbescherming. Vaak waren het studenten die als vrijwilliger op kantoor van een van die clubs werkten.'' Als hij ermee stopt, bestaat de harde kern van het Front uit tien à vijftien man. Hess ziet het niet meer zitten. ,,Het werd steeds harder en vernielzuchtiger.''

Geoffrey Deckers is in de jaren '90 een constante factor in de radicale dierenstrijd. Henny Velthorst blijft hem volgen, ze kent Deckers' zwakke plek.

,,Geoffrey zal dierkwellers nooit tegemoet komen, dat maakt hem soms lastig.'' Zijn energie en toewijding zijn daarentegen indrukwekkend. ,,Als ik zie wat hij voor elkaar brengt, de nieuwe methoden die hij heeft geïntroduceerd, hij heeft mijn vólle steun.''

De afgehaakte DBF'ers Jan van der Lee en Wim de Kok verdienen intussen hun brood met de opgedane expertise. De anti-bontcampagne trekt ook internationaal de aandacht: het mondiale equivalent van de Dierenbescherming, de World Society for the Protection of Animals (WSPA), trekt De Kok aan voor een internationale anti-bontcampagne. En Van der Lee begint een communicatie- en marketingbedrijf dat in de jaren '90 bijna alle grote dierenclubs, waaronder de Dierenbescherming, adviseert inzake campagnestrategie en communicatie. Nooit roept zijn verleden smetvrees op, zegt Van der Lee. ,,Bij al die clubs was bekend dat ik een verleden in het DBF heb. Vaak zeiden mensen dat ze het zulke goede acties vonden, dat ze graag mee zouden hebben gedaan.''

Deckers leidt na zijn veroordelingen ook geen geïsoleerd bestaan. Bernd Timmerman, tot voor twee maanden adjunct-directeur van de Dierenbescherming, is bijvoorbeeld een goede vriend. ,,Ik zie hem niet als radicaal'', zegt Timmerman. ,,Behalve een erg aardig persoon vind ik hem vooral een uitstekend activist voor de rechten van het dier.''

Deckers heeft begin jaren '90 geen relatie met een formele organisatie. Bont voor Dieren en Proefdiervrij willen niet meer de radicaliteit in de acties leggen die hij voorstaat. Deckers blijft trouw aan zijn verleden. ,,Ik sta nog steeds 100 procent achter de acties die ik voor het Dierenbevrijdingsfront heb gedaan, behalve het geweld dan'', zegt hij. ,,Ik kan alleen maar denken aan de lachende bekjes van de dieren die we bevrijd hebben. Ik ben daar redelijk eerlijk in. Ik denk dat meer mensen dat wel eens zouden mogen zijn.''

De omslag komt als een radicale Amerikaanse organisatie, People for the Ethical Treatment of Animals (PETA), zich in 1993 in Nederland vestigt. PETA heeft in de VS naam gemaakt door via infiltraties de werkelijkheid in proefdiercentra en andere dierenbedrijven bekend te maken. Deckers kent de oprichters uit het internationale circuit, zegt hij, dus is het logisch dat hij aan het hoofd van PETA Nederland komt te staan.

Opnieuw radicaliseert het dierenactivisme en heftiger dan tevoren. Het grote publiek blijft er lange tijd mee onbekend. Acties vinden veelal plaats op het platteland en worden vaak niet of laat geclaimd. Gedupeerden zitten zelden op aandacht te wachten: brandstichting wordt meestal door de verzekeringspolis gedekt, een aanslag bijna nooit. Deckers zegt in 1995 in Panorama dat het ,,oorlog'' is: ,,Soms moet je de wereld wakker schudden.''

De voedingsbodem voor verder radicalisme wordt mede door de overheid gelegd. Om de bio-industrie, toch al steen des aanstoots, in stand te houden worden bij steeds nieuwe ziektecrises (varkens- en vogelpest, MKZ) miljoenen dieren gedood. Het primatencentrum BPRC krijgt te weinig overheidsgeld en moet zijn apen onderwerpen aan proeven voor commerciële doelen, omdat het centrum anders failliet gaat. De Kamer besluit in 1999 de nertsenfokkerij wegens schendingen van het dierenwelzijn te verbieden, maar de sector vecht terug, en blijft in stand.

Door toeval weet de politie in 1996 één cel van twee man op te rollen die brandstichtingen beraamt. Een van de twee, Frank K., heeft eerder meegedaan aan acties van PETA waarbij hij is aangehouden. De politie observeert het PETA-hoofdkantoor maar vindt geen bewijs tegen Deckers. Na zijn berechting – hij krijgt 28 maanden onvoorwaardelijk – treedt Frank K. op als woordvoerder van de supportersgroep van het Dierenbevrijdingsfront. Als om onduidelijke redenen de Amerikaanse moederorganisatie in 1998 het PETA-kantoor in Nederland sluit, begint Deckers met vrijwel dezelfde mensen een nieuwe club, EDEV (Een Dier Een Vriend). Geen bekende organisatie, maar naar later blijkt zeer invloedrijk. EDEV, beaamt Deckers, positioneert zich door ,,van alle legale organisaties qua filosofie het dichtst bij de illegale acties te gaan staan''. Zelf overtreedt Deckers de wet niet meer, zegt hij. ,,Maar als iemand anders de administratie van de pelsdierhouders weghaalt, kan je van mij niet verwachten dat ik zeg: gôh, stout zeg, moet je niet doen. En als kippen worden weggehaald bij een legbatterij, dan denk ik: móói! Want als ik een van die kippen was, zou ik een gat in de lucht springen.'' Deckers verklaart zich formeel eveneens tegenstander van de moderne, uit Engeland overgewaaide intimidatiecampagnes gericht op gezinnen. Maar het ligt subtiel, want wel is het ,,gerechtvaardigd'' dat ,,je iemand benadert en op zijn werk aanspreekt'', zegt hij. Hoe? ,,Een bordje bij Bontrop (BPRC-directeur, red.) in de voortuin zetten waarop staat: `Hier woont een apenbeul', vind ik oké.''

Apenhel

Vrijwel meteen na de oprichting richt Een Dier Een Vriend bijna alle energie op het primatencentrum BPRC. Deckers zelf is eerder in ,,de apenhel'' geweest, ook krijgt EDEV via-via actuele informatie over de interne gang van zaken. De krappe behuizing van de apen is overigens ook bij het BPRC al jaren een punt van zorg. Maar er is geen geld.

De start van de EDEV-campagne tegen het BPRC gaat volgens Bontrop gelijk op met de illegale acties. Het doet sterk denken aan de Britse acties tegen Huntingdon Life Sciences (HLS), waar formeel protest ook is gecombineerd met een jarenlange intimidatie van medewerkers. ,,Een aantal dierenbeschermers heeft besloten: we pakken ze zoals Huntingdon is gepakt'', zegt Bontrop.

Het eerste signaal is een bezetting van het BPRC in 1998. Bontrop zegt dat ,,alles in het gebouw kort en klein wordt geslagen''. Actievoerders, die zeggen van een zekere Actiegroep Koen te zijn, hebben speciale aandacht voor lijsten van medewerkers, en proberen deze tijdens de actie te faxen. Het mislukt. EDEV zelf kopieert in 1999 voor de eigen website foto's van BPRC-medewerkers uit het jaarverslag en voegt er een overzicht van hun onderzoeken op proefdieren aan toe. Deckers verwijdert de foto's pas nadat hij door het BPRC is gemaand. Hoewel hij zegt de Britse intimidatietechnieken af te wijzen, kan je op de EDEV-website doorklikken naar Actiecampagne Koen, die de terroriserende praktijken tegen BPRC-personeel steeds claimt. ,,Misschien moeten we dat nog eens bekijken'', zegt Deckers nu. ,,Je kan hiermee de verkeerde indruk wekken.'' Een late bekering: de link bestaat volgens Bontrop al een jaar of vier, vijf. (Gisteren heeft Deckers besloten dat de link alsnog van de site wordt gehaald).

De acties van Een Dier Een Vriend tegen het BPRC krijgen in 2001 de wind in de rug. Wim de Kok, oud-DBF'er en ex-voorzitter van Lekker Dier, smeedt op Brits verzoek een coalitie van Nederlandse en Engelse clubs om de strijd tegen het BPRC te verhevigen. Het centrum moet dicht, is het doel, anders dient in ieder geval het proefdiergebruik van chimpansees te stoppen. De Kok slaagt erin radicale en gematigde Britse organisaties bijeen te brengen (PETA Engeland bijvoorbeeld), en doet hetzelfde in Nederland. Hier treden behalve EDEV ook de gematigde Dierenbescherming en Proefdiervrij toe. De Kok zegt nu de coalitie te hebben gevormd om alle partijen ,,tot matiging'' te brengen. Dat lukt met EDEV blijkbaar niet helemaal, beaamt hij: de link met Actiecampagne Koen blijft – althans tot gisteren op de website – bestaan, en Deckers vindt nog steeds dat Bontrop op een bord in zijn tuin `apenbeul' genoemd mag worden. Deckers laat overigens weten dat alle coalitiepartners altijd hebben geweten van de EDEV-acties waarvan zij nu afstand nemen.

Maar de coalitie bereikt wél een van zijn doelen – dankzij EDEV. Deckers weet in 2001 SBS-crack Willibrord Frequin met camera het BPRC binnen te smokkelen. Op tv is te zien hoe Deckers Frequin per telefoon aanwijzingen geeft welke delen van het complex hij moet bezoeken. Er volgt een dramatische uitzending vol van apen met droevige ogen, en de toestand bij het BPRC is nationaal nieuws. De coalitie is nu meteen welkom op het ministerie van OC&W. Kort erna besluit het kabinet het chimpansee-onderzoek in het BPRC te stoppen.

Brandstichtingen verheerlijkt

Vraag is of gematigde organisaties als de Dierenbescherming en Proefdiervrij, door samen te werken met EDEV, niet opnieuw strijdmiddelen hebben vergoelijkt die zij zeggen te verwerpen. Ze zijn niet verantwoordelijk voor de werkwijze van EDEV, claimen ze. Maar inmiddels zitten ze in hun maag met de samenwerking met EDEV. ,,Misschien hadden we EDEV er achteraf uit moeten zetten'', zegt Wim de Kok. ,,Het doorklikken naar Koen is onaanvaardbaar.'' Dat is al jaren bekend. Is hier misschien gewerkt met de aloude strategie van het DBF: extreme acties inbouwen om de pressie op de overheid te vergroten? ,,Ik kan me voorstellen dat je dit denkt. Het heeft misschien ook zo uitgepakt. Maar het was niet zo bedoeld'', zegt Wim de Kok.

Inmiddels staan nieuwe mensen klaar om Geoffrey Deckers op te volgen. Tekenend is de gang van zaken bij een recent bezoek aan Nederland van de Amerikaanse dierenactivist Rod Coronado, die in de VS talrijke brandstichtingen claimt. In een kraakpand in Utrecht, zegt Deckers, hoorde hij het verhaal van deze nieuwe cultheld onder de dadergroep aan: Coronado verheerlijkt brandstichtingen. Volgens hem heeft een brand op het domein van een `dierkweller' niet alleen het voordeel van een economische slag, maar bovendien een ,,zuiverende werking'' op mens en maatschappij. Deckers zegt dat hij op de bijeenkomst Coronado heeft voorgelegd dat het publiek zich van de dierenstrijd afwendt als brandstichting een vast actiemiddel wordt. Het gehoor was niet onder de indruk, zegt Deckers: ,,Dan merk je – hoewel wij geen heilige boontjes zijn – dat wij geen aansluiting meer hebben bij de radicale activisten.''

Interne analyses van de politie maken duidelijk dat economische oorlogsvoering – vernielingen, brandstichtingen – steeds vaker ook worden toegepast door de `middengroep' van 500 à 600 activisten: het lijken doorsnee actiemiddelen te worden. Een verdere radicalisering ligt volgens alle betrokkenen in het verschiet. Potentiële gedupeerden worden daar ook voor gewaarschuwd door de politie en de AIVD. Socioloog en historicus Bernd Timmerman, ex-adjunct-directeur van de Dierenbescherming en bezig met een proefschrift over dierenactivisme, voorspelt al sinds 2001 dat er doden gaan vallen. Het komt mede, denkt hij, doordat de legale organisaties geen relatie met de radicalen meer hebben. ,,Het isolement van de radicalen en het groeiende dierenleed zijn een voldoende gevaarlijk mengsel om te verwachten dat bij mensen het knopje om zal gaan. Ik hou mijn hart vast.''

Dit is het eerste deel van een serie die wordt voortgezet op de binnenlandpagina's van de dagkrant. Wilt u reageren, stuur uw reactie dan naar dierenstrijd www.nrc.nl