Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Niet te hard lachen nu

In zijn nieuwste film `Grimm' breekt Alex van Warmerdam met zijn typische, kernachtige stijl. Een Spaanse chirurg heet gewoon Diego en niet Plagge of Brand.

Er is een scène die Alex van Warmerdam in bijna al zijn films heeft geprobeerd te krijgen. Die scène ziet er ongeveer zo uit. Iemand valt in het water, een vennetje of een kanaal, en zinkt naar beneden. Op de bodem staat een huisje, gordijntjes voor de ramen, voortuintje, er kan een bromfiets tegen het hek leunen. Door het zolderraam ziet de drenkeling een bed en op dat bed ligt iemand te slapen. In de huiskamer deint alles zachtjes op de stroming. In de open haard zwemmen vissen. De tafel is gedekt met een wuivend kleed en in de keuken, op het fornuis, staat een koekenpan op het vuur en boven die koekenpan zweeft een gebakken eitje.

Deze scène heeft nooit de bioscoop gehaald. In het scenario van De Noorderlingen (1992) zat-ie voor het eerst. En opnieuw in het scenario voor Van Warmerdams nieuwste film, Grimm, die volgende week uitkomt. En weer glipte de scène tussen zijn vingers door. Te duur.

Het is de precisie van zijn dromen die Alex van Warmerdam wil filmen. Hij zegt: ,,Ik zou mijn films liefst helemaal zelf bouwen. Ik zie alle afmetingen van de decors voor me. Ik wilde het boerderijtje uit Kleine Teun ook zelf bouwen. De mensen bij het Filmfonds snapten daar niets van: heel Nederland staat vól boerderijen, meneer Van Warmerdam. Ja, maar niet met deze. Ik had echt gezocht, hoor. Alleen, dan stond er weer bomen omheen en ik erger me aan bomen. Fellini liet álles bouwen. Dat is, zou ik zeggen, mijn plícht als filmer.''

Voor De Jurk (1996) zocht hij een lampenwinkel die vrij in het platteland stond. Hij trok met een vliegtuigje kriskras over Nederland omdat hij zeker wist dat hij zo'n winkel had gezien. Nooit meer teruggevonden.

Hij streeft de herkenbare, precieze stijl na van Hergé, van de Kuifje-albums die hij wel herleest. Zijn eerste vier films hebben die herkenbaarheid, in beeld en in toon van de dialogen. In Grimm breekt hij er hard mee.

Het eerste half uur van Grimm zijn we in de wereld van de dunne boompjes, de dijken, de kanalen, het brommertje, het viaduct. Het is dat kernachtige Holland dat de regisseur in zijn eerste films heeft geformuleerd en waarin zijn publiek sindsdien `de typische Van Warmerdam-film' herkent. Maar ineens, aan het eind van een polderweggetje, onder het viaduct door, staan broer en zus met hun brommer stil en zien ze de oranje bergen van Spanje liggen. Marie, zegt Jacob. Wow, zegt Marie. Ze zullen Holland niet meer terugzien.

Dat moment heeft Alex van Warmerdam bewust onderstreept met een dikke filmviltstift. ,,Ik ga het land uit, ik ga mijn wereld uit.''

Somber

We praten twee keer samen, in zijn huis in Amsterdam. Na het eerste gesprek vraagt hij zich hardop af of hij niet te somber is geweest. Heeft hij niet alleen maar gesproken over het gedoe rond Grimm? Over de onbetrouwbare coproducenten, de mislukte poging er een cv-film van te maken met belastingvoordeel en de hulp van Filmfonds en Fine bv die toen extra geld gaven. Vijf jaar heeft het geduurd, veel langer dan hij van plan was. En doordat het zo lang was, lijkt het net alsof dit het meesterwerk van Van Warmerdam moet wezen. ,,Het had gewoon mijn vijfde film moeten zijn, op weg naar de zesde. Door de toestanden met Grimm loop ik een paar jaar achter.''

Continuïteit in zijn filmwerk, dat is volgens hem een kwestie van mentaliteit. ,,Hier in Nederland is filmfinanciering verdelen van de armoe. `Jij ben net aan de beurt geweest, nu wacht je maar even.' Dat kreeg ik bij een vorig project letterlijk te horen bij een van de subsidiefondsen. Om te mogen filmen in Nederland moet je een calvinistische kruisweg gaan naar het geld. `Eerst lijden, meneer Van Warmerdam!'''

Af en toe, zegt hij, smeden de filmmakers wilde plannen voor een revolutie, maar het komt er nooit van. ,,Eddy Terstall belde laatst op. We moeten in opstand komen, zei hij. Nou, vandaag komt het een beetje ongelukkig uit, Eddy, we willen net gaan draaien.''

Gedoe met geld, daar had hij helemaal niet over willen praten. Maar het is altijd gedoe met geld.

Van Warmerdam wilde in Spanje de decors net zo stileren als hij in Nederland gewend is. De villa waar zich het middendeel van de film afspeelt is speciaal omheind en opnieuw geverfd, oranje van buiten, groen van binnen, het zwembad groen betegeld. Helemaal volgens de Van Warmerdam kleurstalen. Maar doordat Spanje veel duurder is dan Nederland kwamen de grenzen van de verbeelding eerder in zicht. ,,Als Jacob en Marie voor het eerst een Spaans stadje binnenrijden, is het doodstil, siësta, en moeten ze wachten voor een zinloos stoplicht. Dat straatje had ik zestien jaar geleden gezien in de buurt van Alicante. Zo'n hoge pijpenla waar de zon alleen op de derde verdieping schijnt en waar het licht dus kaatsend naar beneden komt. Perfect. Maar het lag te ver van Almería waar we de rest van de film opnamen, zei de uitvoerend producent. Dus toen hebben we maar een straatje in Almería genomen.''

De volgende keer praten we helemaal niet meer over geld, zegt hij. De volgende keer wordt het een vrolijk gesprek over filmen.

Een week later komt hij zelf iets te laat zijn huis binnen. Hij heeft met distributeur A-Film de lijst samengesteld van genodigden voor de première. Blijkt dat A-Film daar bestanden voor heeft. De regisseur mag per naam aangeven `Ja Graag', `Hoeft Voor Mij Niet' of `Absoluut Niet'. Een heleboel namen kende Van Warmerdam niet eens. ,,Soapies'', zegt hij ernstig tegen zijn vrouw, actrice Annet Malherbe. ,,Als je er minder dan dertig van op je première hebt, komen de bladen niet.'' ,,Wat nou, de bladen'', zegt zij. ,,Ik heb mijn leven lang zorgvuldig mijn best gedaan om daar niét in te komen.''

In zijn werkkamer staan her en der staan schilderijen in verschillende stadia van gereedheid. Aan de muur de poster die hij voor Grimm heeft geschilderd. Broertje trekt zusje mee uit het bos. Een typische Van Warmerdam, dat vindt hijzelf ook. Hij heeft er nog een beetje strijd voor moeten leveren met de distributeur, A-Film, daar vonden ze het een nogal somber affiche. Kon dat niet wat kleuriger? Nou, had broer en producent Marc van Warmerdam gezegd, er zit een puntje geel in de letters, hoor. `We zitten hier niet op de kunstacademie', was de reactie.

Alex van Warmerdam gaat op een krukje naast het drumstel van zijn zoon Mees zitten. De telefoon rinkelt, hij verontschuldigt zich en neemt op. ,,Hallo. (...) Van wie heb je dat gehoord? (...) Maar die overdrijft altijd. Ik ben niet depressief.''

Hij is gaar, dat wel, zegt hij als hij heeft opgehangen. Gaar van het gedoe om Grimm te maken en van het lange wachten op de première. Maakt hij zich zorgen over de ontvangst? Altijd, zegt hij, maar nu nog wat meer dan anders. ,,Het zit me niet lekker dat de film al zolang klaar is en een heleboel mensen hem al hebben gezien, maar dat hij nog niet is uitgebracht. Daar gaat-ie van gisten.''

Grimm was in september te zien op het festival van San Sebastian, Spanje. De Spaanse hoofdrolspeler Carmelo Gomez hield op de openingsavond een hele tirade tegen de vervlakking van de Spaanse film. En stak vervolgens de loftrompet over de Nederlandse regisseur van Grimm. Van Warmerdam: ,,De volgende dag werd de film over de hele linie neergesabeld in de Spaanse pers. Het was natuurlijk de saaiste, de slechtste, de vervelendste film van het festival.'' Geen Spaanse distributeur die hem zal uitbrengen.

Slapstick

De eerste kritieken zijn verschenen. Heel goed in Variety en Screen International. Lovend, bijna té lovend, vindt hij, in De Groene Amsterdammer. Negatief in een piepklein stukje in Skrien. Collegafilmer Jos Stelling zei: `Lees dat maar niet.' Maar hij weet natuurlijk toch wat erin staat.

Hij weet wel waar hij mee te kampen heeft. Met de verwachting. ,,Grimm is anders dan mensen van mij verwachten. Het eerste half uur is iedereen tevreden. Broertje moet van de boer met zijn vrouw naar bed. Hij en zusje slaan met een opgetakeld hakblok de boerin door de muur en rennen weg door de sneeuw, samen met een galopperende koe. En als later een hoerenloper zich aan zusje wil vergrijpen, slaan ze hem met een enorme balk voor zijn kop. Pure slapstick. Ha, denken de mensen in de zaal: daar is Van Warmerdam weer.''

Dat is ,,het gif van de lach'', zegt Van Warmerdam. Hij zat in de zaal bij een sneak preview van Grimm in Nederland. ,,De mensen jubelden al toen mijn naam op het scherm verscheen. Ze lachen harder dan verwacht bij grappen die ik heb bedoeld en ze lachen ook nog waar ik het helemaal niet had bedoeld. Tijdens het festival van San Sebastian lachte het publiek massaal op het moment dat twee leden van de Guardia Civil opduiken in het westernstadje waar broer en zus zich schuilhouden. Ik had het dreigend bedoeld. Kennelijk ben ik soms geestiger dan ik wil. Dan denk ik: nou nou, niet te hard lachen nu. Straks verandert de film van toon en dan moet je ook meegaan.

,,Mensen lachen graag. Ik lach zelf nog maar weinig om anderen. Nou ja: de Sinterklaas-sketch van Toon Hermans, die blijft perfect. De tóón waarop hij over Sinterklaas zanikt. Mijn vader haatte Toon Hermans. Hij was toneelmeester in Den Bosch en als Toon Hermans kwam, zei die mijn vader nooit gedag. Behalve als mijn moeder erbij was, dan slijmde hij altijd. Mijn vader knarste: `Als ik het licht uitdoe staat-ie voor lul.' Als Toon Hermans op tv kwam, zei mijn vader: `Daar heb je die hufter weer.' Maar hij ging altijd voor de bijl en dan vloekte hij. `Heeft die zak me toch weer aan het lachen gekregen!'''

Hij steekt een sigaret op. ,,Ja, ik hou op met roken, maar nu nog niet'', zegt hij.

In Grimm verdwijnt de lach der herkenning na dat eerste half uur. Daarna komen Broer Jacob (Jacob Derwig) en zus Marie (Halina Reijn) in Spanje en worden ze opgepikt door een knappe, rijke chirurg die hen meeneemt naar zijn villa. Je voelt meteen, hier is het niet pluis. De film heet niet voor niets Grimm: als je verdwaalt in een donker bos en je vindt een huisje, dan kun je er donder op zeggen dat je bij de heks bent beland.

In het villa-deel is Grimm een tamelijk `normale', dreigende film. De Spaanse chirurg heet gewoon Diego, niet Plagge of Brand vertaald. Ze eten er gewone maaltijden, geen spoor van niertjes of paardenworstjes. De dialogen zijn gewoon, geen zinnetjes als: `Heeft zo'n cowboy dan geen ouders?' Of: `Hou je verleidelijke praatjes maar voor je, ik word heus niet geil.'

Van Warmerdam: ,,Ik kreeg steeds vaker het gevoel: heb ik die zinnen niet al eens geschreven? Dat krijg je als je ouder wordt, dan heb je meer woorden opgemaakt. In Kaatje is verdronken laat ik een hele reeks zelfbedachte scheldwoorden horen. Die kan ik dus allemaal niet meer gebruiken. Woorden zijn belangrijk. Ik zeg liefje, geen schatje. Liefje is een goed woord. Moet ik voortaan schatje gaan zeggen omdat ik altijd al liefje gebruik?

,,In Grimm zitten maar vier velletjes dialoog en daar ben ik trots op. Zwijgend filmen wilde ik. Als ik eenmaal dialogen begin te schrijven zit de muze zó naast me, dat was bijna té makkelijk. Ik wilde terug naar het visuele. De allernoodzakelijkste woorden heb ik overgehouden. `Hou op.' `Kijk uit.' `Rennen.' Ik wilde een rock&rollfilm maken en daar heb ik de kracht van mijn dialogen aan opgeofferd.''

Door een Spaanse film te maken omzeilde Van Warmerdam de kwestie van zijn eigen clichés. Maar het lijkt even alsof hij met weer andere clichés in de knoei komt. De bediende, een zwijgzame, geblokte man die doet denken aan Erich von Stroheim in Sunset Boulevard, haalt op een avond sambaballen tevoorschijn om muziek te maken.

Een butler in Spanje die zijn sambaballen tevoorschijn haalt? Is dat geen al te flauwe grap? Kun je als buitenlander überhaupt spelen met de clichés van een ander land zonder flauw te worden? Heeft de Guardia Civil in Grimm dezelfde lading als een postbode in De Noorderlingen? Zijn sambaballen het Spaanse equivalent van paardenworstjes?

Huh, zegt Van Warmerdam verbouwereerd: ,,Sambaballen associeer ik helemaal niet met Spanje. Die komen toch uit Zuid-Amerika? De bediende hoort bij het onbestemd enge van het huis. En dat hij blij is als hij 's avonds van zijn meester de sambaballen mag pakken, dat heeft iets kinderlijks. Ha, ik mag weer met de sambaballen!''

Achtervolgingen

Hij heeft er lang over nagedacht voor hij Grimm schreef. Kleine Teun was aan 26 landen verkocht en hij dacht, nu kan ik meer spektakel en achtervolgingen in mijn volgende film stoppen. ,,En naar het buitenland gaan. Dat was een test. Je moet uitkijken dat je niet terechtkomt in het soort Eurofilms waar ik zo'n hekel aan heb. Films waarbij je voortdurend denkt: waar zijn we nou? Ik zou graag een film maken met Christopher Walken, maar waar moet die zich afspelen? Welke taal spreekt hij dan? Voor zo'n film moet je echt een goede sleutel vinden.''

Geen misverstand: het Spanje van Grimm is geen onbestemde Eurozone. Van Warmerdam kent het land, komt er al jaren. ,,Vijftien jaar geleden zag ik voor het eerst bij Almería de verlaten dorpjes die als decor voor westerns hadden gediend en toen dacht ik al: wat zou ik hier graag draaien.'' De film eindigt in zo'n westerndorpje.

Na zijn debuutfilm Abel (1986) ging het hele gezin een tijdlang logeren in het huis van een kennis in de buurt van Alicante. ,,We kwamen in het donker aan. Toen we de volgende dag wakker werden en de luiken opendeden, zagen we voor ons een soort dodenvallei. Geen teken van leven, alleen maar rotsen en stof. Annet zag het rottend lijk van een hond liggen en zei: hier blijven we niet. De volgende nacht was het gaan regenen en toen we de luiken weer openden, stond de hele vallei in bloei.''

Rotsen, stof en dode hond komen allemaal terug in Grimm. ,,Voor Nederlanders is Spanje het symbool van de onbezorgde zonnigheid, vakantie en strand. Mijn Spanje is donker. Voor mij heeft het associaties met de Inquisitie, Velasquez, Franco, de wurgpaal. Je ziet er niks van in de film, maar dat zit er wel achter. Het is een onderkoelde ballade geworden van een broertje en een zusje. En ze komen er niet eens gelouterd uit.''

Al die jaren Grimm hebben hem zo afgemat, dat hij nu even werkeloos thuisblijft. Maar zijn gedachten gaan al naar de volgende film. Ober. ,,Over een slecht restaurant met zigeunerschnitzels en zo. Dat wordt'', hoopt hij, ,,een spontane film, die snel tot stand kan komen, en waarin ik mijn beste krachten weer botvier in de dialogen. Ik wil ermee terugkeren naar een primair gevoel van plezier.''

Hij ziet in elk geval al het aquarium voor zich dat over de hele lengte van het restaurant loopt. En de klokkentoren met een sociaal-realistisch beeld van een arbeider die met een enorme hamer de uren slaat. Hij heeft, zoals hij dat noemt, een fijne sleutel voor het scenario gevonden. ,,En dan gaat het vanzelf buitelen.''

`Grimm' is vanaf 4 december te zien in de bioscoop