Jenufa zweeft als heilige tussen aarde en hemel

Zó onwaarschijnlijk erg, zelfs té verschrikkelijk is het verhaal van Janáceks opera Jenufa, dat het werk de afgelopen decennia alleen bij de Nederlandse Opera was te zien en niet in kleinere theaters. Jenufa is geen prettig avondje uit en heeft weinig aantrekkingskracht op de gemiddelde operaliefhebber. Alleen al daarom is het bijzonder dat Opera Zuid een nieuwe productie brengt van het hartverscheurende werk. Na de première, zaterdag in Maastricht, voert een tournee behalve naar zuidelijke steden ook naar Rotterdam en Utrecht en zelfs naar Groningen.

Janácek stapelt in Jenufa leed op leed op leed. Mooi is Jenufa, tot haar afgewezen minnaar Laca haar gezicht met een mes verminkt. Jenufa's pleegmoeder verbiedt een huwelijk met Steva, de vader van haar ongeboren kind, die haar uiteindelijk in de steek laat. Als Jenufa's zoontje is geboren, wordt het door haar pleegmoeder stiekem verdronken. Op de dag van Jenufa's huwelijk met Laca, de man die haar verminkte, wordt het lijkje gevonden en bekent haar pleegmoeder de moord. Die zou Jenufa bevrijden van een ongewenst kind dat maar beter af is bij God dan bij zijn moeder. Zelfs dan nog neemt Jenufa haar pleegmoeder in bescherming tegen de wraakzuchtige buitenwereld.

Mike Ashman, de Engelse artistiek leider van Opera Zuid, verplaatst Jenufa van een 19de-eeuws Oost-Europees dorp met een molen naar een fabriekje in een Engels dorp rond 1950. De situering van het verhaal op de grens van het folkloristische platteland en de industrialiserende wereld blijft voelbaar. De machines zijn hier beplakt met typisch Engels behangpapier in bessensapkleur. De vrouw en de dochter van de burgemeester kleden zich naar Amerikaanse mode.

Voor een Nederlands publiek is deze verplaatsing zinloze onzin. Ashmans obsessie met klasseverschillen en decoratiedrang in het provinciaalse Engeland is nogal particulier en maakt in de eerste akte het begrip voor het operaverhaal onnodig moeilijk. Maar wanneer men niet kijkt naar decor en verdere uitbeelding, neemt Janácek zelf de voorstelling over en beleeft men muzikaal een bijzondere avond.

Het voortreffelijke spelen van het Limburgs Symphonie Orkest is de grootste verrassing van deze Jenufa. Ed Spanjaard, sinds 2001 de Limburgse chef-dirigent, heeft het orkest enkele niveaus omhooggekrikt met enkele opvallend ambitieuze projecten. In september leidde hij in het festival Musica Sacra het LSO in een adembenemend prachtige versie van Schuberts Winterreise van dirigent en componist Hans Zender. En vorig jaar dirigeerde hij in Maastricht een concertante uitvoering van Debussy's veeleisende opera Pelléas et Mélisande. Dat bracht Spanjaard verdere erkenning in Frankrijk, waar hij ook vaak het Ensemble Intercontemporain leidde. Volgend jaar zal Spanjaard in Lyon Pelléas et Mélisande dirigeren in een enscenering van Peter Stein.

Spanjaard, die ook bij het Koninklijk Concertgebouworkest enkele malen met succes optrad, levert nu met zijn Limburgse orkest zijn eerste Janácek-opera in glanzende vorm af. Het indringende van het drama ligt in Janáceks muziek en in zijn `taal-melodie', hier met grote overtuigingskracht vertolkt in een grote variëteit aan contrastrijke klankkleuren tussen hysterie en verheven berusting. Vooral waar het schrijnende leed de toeschouwer een schram op de ziel bezorgt, weet Spanjaard in de onwerkelijk lichte, beklemmend-lyrische en de gevoelige intieme passages sterk te ontroeren.

De vocale uitvoering staat op een goed peil. De Amerikaanse sopraan Carol Yahr geeft treffend gestalte aan de deerniswekkend verwrongen starheid in het denken en handelen van de pleegmoeder. Alan Oke is een Steva die zijn voortdurende gedraai vooral acterend wel kan waarmaken. Als zijn gefrustreerde rivaal Laca is Adrian Thompson een tenor van ingehouden lichte Italiaanse snit. De sympathieke grootmoeder van Annett Andriesen is het enige verstandige en echt menselijke personage op het podium: ze zwijgt meestal, ze relativeert en troost Steva: ook hij verloor zijn kind, al wilde hij er eerst niets van weten.

Het is jammer dat Miranda van Kralingen wegens rugproblemen de titelrol afzegde; ze zou na Gré Brouwenstijn in 1960 de eerste Nederlands vertolkster van Jenufa zijn geweest.

De rol wordt nu gezongen door de Britse sopraan Anne Williams-King. Met haar lange blonde haren heeft ze een etherische schoonheid, ze zingt prachtig en doorleefd, maar ze onthoudt zich na haar verminking steeds meer van uiterlijk expressionisme. Jenufa is met haar uitstraling van louter goedertierenheid en onnavolgbare vergevingsgezindheid dan ook onrealistisch. Ze zweeft tussen hemel en aarde ver boven de wereldse werkelijkheid. Ze is een heilige, ze spiegelt zich mystiek aan Maria, die ook haar zoon verloor, ze is een mater dolorosa, een moeder van smarten.

Voorstelling: Jenufa van L. Janácek door Opera Zuid, Zuidelijk Theaterkoor en Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Ed Spanjaard. Toneelbeeld: Gideon Davey; regie: Mike Ashman. Gezien: 22/11 Theater aan het Vrijthof Maastricht. Tournee t/m 13/12. Inl. (043) 3210166; office@operazuid.nl.