Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

De pensioencrisis en de werknemer: weg auto

De werknemers en werkgevers hebben er zin in. Na het geslaagde loonakkoord een pensioenakkoord met het kabinet, daarna komt de levensloopregeling aan bod. Of het kabinet wel extra geld wil storten.

De zon komt op, Nederland gaat aan de slag. Op de drempel van de voordeur komt de schok. De auto. Weg. Die van de buren ook. En hele straat, de hele stad, het hele land. Auto weg.

Op de dia van onderdirecteur C. van Ewijk van het Centraal Planbureau (CPB) zijn de vraag en het antwoord treffend simpel. Wat heeft de pensioenschok van de laatste drie jaar de werknemer gekost? Een auto. Besmuikt gelach in de zaal met ruim 500 deelnemers aan het jaarcongres van de pensioenfondsen die voor individuele ondernemingen (OPF) werken. Honderd man meer dan vorig jaar.

De pensioenwereld staat onder groeiende maatschappelijke druk om helder te communiceren met zijn begunstigden, maar zoveel helderheid als Van Ewijk geeft is wel even wennen. Nederland mag dan 455 miljard euro pensioengeld hebben gespaard, het pensioenbewustzijn van de doorsnee werknemer is gering. De baas heeft het voor zijn mensen toch goed geregeld?

Pensioen is wel de duurste secundaire arbeidsvoorwaarde, goed voor 14 procent van de loonsom, dat was drie jaar geleden nog 10 procent. Pensioen is wel het grootste financiële bezit van de meeste werknemers. En de (kosten van) pensioenen zijn voor het CPB een wezenlijke factor in de Nederlandse economie.

In de koerswinstrijke jaren negentig stimuleerden de premieverlagingen de welvaart, nu hebben de beursverliezen een tegenovergesteld effect. De sluipende beurskrach, de lage rente en de vergrijzingskosten jagen de pensioenpremies omhoog. Juist op het moment dat de werkloosheid is opgelopen en de winstmarges van het bedrijfsleven in de kreukelzone zitten.

Het akkoord over de nullijn voor de contractlonen in 2004 en 2005 biedt de pensioenfondsen wel enige lucht. Het scheelt hun zo'n 5 miljard euro. ,,Dat loonakkoord was absoluut nodig om een vlucht van werkgevers uit dure pensioenregelingen te voorkomen'', zei werkgeversvoorman J. Schraven, een van de andere sprekers gisteren.

De dure regelingen worden echter nog duurder. De geslagen bressen in de pensioenvermogens moeten worden gevuld. Dat betekent: hogere premies, versoberde pensioenregelingen, minder prijscompensatie (indexatie) voor gepensioneerden, of een combinatie.

Doordat de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) overschakelt op een nieuw controlekader moeten bovendien snel beslissingen worden genomen die verstrekkende gevolgen hebben. De hamvraag is: hoeveel zekerheid moet een pensioenregeling bieden? De werkgevers en werknemers, die samen de pensioenwereld besturen, kiezen voor een minimumoptie. Schraven noemde dat gisteren direct ook het maximaal haalbare. Werkgevers betalen grosso mode twee derde van de pensioenpremies, de werknemers de rest.

Schraven heeft bij de pensioenen de steun van in elk geval het CNV, zo werd duidelijk. VNO-NCW wil ook de collectieve basis van de pensioenen handhaven, maar werknemers wel meer verantwoordelijkheid en meer keuzes geven.

De eensgezindheid houdt echter op bij de keuzes die gemaakt moeten worden bij de levensloopregeling, de opvolger van VUT en prepensioen. Voor 1 april willen werkgevers, werknemers en kabinet een akkoord bereiken. CNV-voorzitter D. Terpstra maakte echter duidelijk dat hij een overgangsregeling wil voor 50-plussers (,,kost additioneel geld'') en dan aan een andere regeling denkt dan Schraven. Terpstra wil een collectieve, verplichte regeling met een waaier aan keuzemogelijkheden (zorg, scholing, sabbatical, deeltijdpensioen) voor bedrijfstakken en ondernemingen, Schraven wil individuele regelingen. Maar, voorspelde Schraven: ,,Wij vinden elkaar in het midden in een goede regeling die de overheid zal moeten accepteren, al kost 't wat meer geld''.

De sociale partners hebben er zin in. Wie moet de verantwoordelijkheid nemen voor de macro-economische gevolgen van de pensioenkeuzes die worden gemaakt, vroeg Van Ewijk zich af. Het kabinet? De pensioenfondsen zelf? Voor Terpstra kan er geen twijfel bestaan. ,,Moed en behoudzucht zijn nodig. Het goede moet blijven. Alleen de sociale partners en zij alleen zijn in staat het gewenste maatwerk te leveren en solidariteit in stand te houden.''