Naschrift Rudy Kousbroek

Nederlandse taalkundigen onderscheiden zich door een hevige preoccupatie met bevoegdheid; veel tijd wordt besteed aan het bevestigen van de eigen wetenschappelijke competentie en het discrediteren (cq belasteren) van iedereen die het niet met hen eens is; daarbij gaat het niet alleen om leken, maar ook om vakgenoten. Alleen al daaraan en aan zo'n vergelijking met longziektes is te zien dat Stroop geen benul heeft van de epistemologische problemen verbonden aan het vaststellen van de waarheid van beweringen over taal.

Een spectaculair voorbeeld van zulk onbenul is de proclamatie van Hans Hulshof in een recente publicatie, luidend: ,,De top vijf van misvattingen over taal zien er zo uit: (1) Wie aan de spelling komt, komt aan de taal; (2) Iedereen gebruikt taal en kan er dus over oordelen; (3) Een onwelgevallige nieuwvorming is geen Nederlands; (4) Verandering in de taal is taalverarming of taalverloedering; (5) Er moet gedecreteerd worden wat goed Nederlands is.''

Voor zover professor Hulshof hier niet in gevecht is met arbitraire definities gaat het om stellingen waarvoor ieder bewijs ontbreekt.