`Samengaan VVD en D66 onvermijdelijk'

Vertrekkend VVD-voorzitter Eenhoorn pleit voor een bundeling van de liberale krachten in één partij. Daarbij moet ruimte blijven bestaan voor verschillende stromingen.

,,Wat mij betreft zou de toenadering tot D66 wel wat sneller kunnen'', zegt Bas Eenhoorn (57), die bijna vertrekt als voorzitter van de VVD. De lijstverbinding die VVD en D66 als de partijcongressen instemmen aangaan voor de Europese verkiezingen is nog een ,,technische aangelegenheid'', maar wat de VVD-voorzitter betreft de ,,opmaat'' van een fusie van de twee liberale politieke partijen.

,,Het voornaamste beletsel is het grote verschil in krachtsverhouding tussen VVD en D66. Het is niet goed als een fusie op een overname lijkt. Dat zou ook erg inspelen op het Calimero-complex van D66'ers.''

Inhoudelijk ziet Eenhoorn geen bezwaren: ,,Hetzelfde gedachtengoed, we zitten in één kabinet en in één fractie in het Europarlement. We zijn allebei voor meer directe democratie en voor de gekozen burgemeester.''

Voornaamste voorwaarde voor een fusie, meent de VVD-voorzitter, ,,is dat VVD en D66 elkaar de ruimte geven en niet voortdurend elkaar de maat nemen''. Eenhoorn pleit voor één grote liberale partij, waarbinnen ruimte is voor verschillende standpunten. ,,Kenmerk van het liberalisme is dat je ruimte laat voor het bestaan van verschillende groeperingen en stromingen. Je hoeft niet allen hetzelfde standpunt te hebben.''

Die ruimte voor meningsverschil, daar heeft Eenhoorn sinds het begin van zijn voorzitterschap in 1999 ook binnen de VVD voor gepleit. Vaak is hem dat niet in dank afgenomen. ,,De neiging op de vierkante kilometer van de Haagse politiek om de partijvoorzitter niet serieus te nemen, heeft me altijd bedrukt. De voorzitter is er alleen voor intern gedoe, denkt men dan. Maar je bent toch zeker voorzitter van een politieke vereniging het gaat om politiek! En dan was mijn positie nog overzichtelijk, omdat ik geen politieke ambitie had en geen enkel belang bij het doen van politieke uitspraken. Ik hoop dat mijn opvolger wat meer onafhankelijkheid krijgt om te zeggen wat hij ervan vindt, ook op de vierkante kilometer.''

Die opvolger zal eind november het roer overnemen na te zijn gekozen in een stemming per telefoon en internet onder alle 48.000 VVD-leden, in plaats van zoals vroeger in beperkte kring te zijn aangewezen. Want er is, na het electoraal debacle van mei 2002, ook in de VVD veel veranderd. Er is meer ledendemocratie gekomen, en meer discussie in de partij. De veranderingen zijn onder Eenhoorns leiding doorgevoerd. Terecht, meent hij achteraf te hebben aangetoond, heeft hij op 16 mei 2002 zijn functie niet neergelegd, hoewel sommigen ook hem toen de schuld voor de verkiezingsnederlaag gaven.

In de campagne was Eenhoorn eind 2001 in aanvaring gekomen met lijsttrekker Dijkstal, wiens afstandelijke stijl en omzichtig taalgebruik hij kritiseerde, omdat de VVD ten onder ging in de door Pim Fortuyn beheerste campagne. ,,Maar de problemen waren eerder begonnen'', vertelt Eenhoorn. ,,We hadden afgesproken dat we in september de campagne zouden starten, maar Dijkstal wilde niets doen. Hij wees op opiniepeilingen waarin hij als de meest vertrouwde politicus werd aangewezen. Dat was ook zeer begrijpelijk.''

Niets doen, dat was Dijkstals recept. En als hij al het woord nam, ,,dan ging het steeds om mogelijkheden in plaats van wenselijkheden'', zegt Eenhoorn. Toen Fortuyn eenmaal aan de winnende hand was, bleek het te laat de voornemens omtrent heldere, taboedoorbrekende campagnetaal alsnog ten uitvoer te brengen. Een van Eenhoorns laatste aansporingen daartoe, de oproep tot `Jip en Janneke-taal' wekte vooral hilariteit.

Eenhoorn kan er achteraf ook wel om lachen: ,,Dat soort uitvergrotingen in de media ontstaan vooral als de politiek zelf geen heldere statements afgeeft. Dan concentreert de pers zich op ruzie en gedonder, terwijl aan de andere kant de politici verkrampt aan de eenheid willen vasthouden. Maar je hoeft niet benauwd te zijn om tegenstellingen te laten zien, dat hoeft niet tot een rellerige sfeer te leiden.'' Tegenwoordig discussieert de partijraad van de VVD fel over Europa en referendum, zonder dat het veel opzien baart.

Dat de VVD in januari 2003 maar vier zetels wist terug te halen van het debacle van 2002, was ook voor Eenhoorn een grote teleurstelling. Waarom wordt de VVD steeds maar niet de eerste of tweede partij van het land? Eenhoorn: ,,We doen nog steeds niet consequent wat een marktonderzoek ons in 2001 aanraadde: tamboereren op duidelijke standpunten. Het is soms nog te veel enerzijds, anderzijds.''

En je moet natuurlijk een lijsttrekker hebben die zo'n benadering kan belichamen. Dijkstal, constateert Eenhoorn, ,,was op dat moment niet de goede man op de goede plek, omdat hij niet het gevecht aanging''. Bij Gerrit Zalm vulden bij de campagne voor 2003 ,,inhoud en uitstraling elkaar niet goed aan. Je moet natuurlijk in aanmerking nemen dat die campagne in korte tijd uit de grond moest worden gestampt, en dat Zalm fantastisch groeide tijdens de campagne. Dat was heel knap.''

Met de vraag wie de volgende keer de VVD-kar gaat trekken, wil Eenhoorn zich niet bemoeien: ,,Dat moeten Zalm (vice-premier, red) en Jozias van Aartsen (VVD-fractievoorzitter, red.) onderling professioneel regelen. Zoals het nu is, kan het wel even blijven. Maar er zijn meer kandidaten denkbaar.''

Maar een andere reden van de VVD relatief klein blijft, is toch ook dat ,,er weinig ruimte is voor minderheidsstandpunten'', meent Eenhoorn. ,,Van VVD'ers wordt nog steeds verwacht dat zij zich conformeren aan het na discussie aanvaarde partijstandpunt. En de leiding van een partij is verplicht om de verwaterde standpunten uit een regeerakkoord te verdedigen. Dan wordt het wel erg vaag allemaal. Dat is jammer en pleit voor meer breed opgezette politieke partijen, waarin wel ruimte is voor minderheidsstandpunten. Ik denk dat we onvermijdelijk afstevenen op een wijziging van het kiesstelsel of fusies van politieke partijen.''