De tijd sarren

Beeldend kunstenaar On Kawara besloot veertig jaar geleden om zijn leven te wijden aan één groot tijdskunstwerk in vele duizenden afleveringen. Ooit zal de tijd het winnen.

Zou On Kawara een beetje een prettig leven leiden? Die vraagt dringt zich op iedere keer als er een nieuwe tentoonstelling van hem te zien is. Op dit moment is dat in het Museum Kurhaus Kleve – geen enerverende gebeurtenis, op het eerste gezicht. Er hangen 38 zogenaamde Date Paintings, schilderijen waarop Kawara in kale witte letters op een donkere achtergrond slechts de datum afbeeldt waarop hij het doek maakte. Er staan ook zes zelfgemaakte dozen, krantenpagina met datumaanduiding op de bodem, waarin hij die schilderijen opbergt. Verder liggen er 135 telegrammen die hij stuurde naar collega's en bekenden, steevast met de tekst `I AM STILL ALIVE ON KAWARA' en een reeks boeken waarin hij alle jaartallen uittypte van een miljoen jaar in het verleden tot een miljoen jaar in de toekomst. De toeschouwer die onbekend met Kawara's oeuvre het museum betreedt, zal denken met de uitstalling van een manische boekhouder te maken te hebben, of met een kalenderfetisjist. Toch is het geheel een goed overzicht van Kawara's oeuvre. Al bijna veertig jaar doet de Japans-Amerikaanse kunstenaar nauwelijks iets anders dan Date Paintings schilderen, kranten kopen, jaartallen opschrijven en telegrammen en ansichtkaarten versturen. Zijn enige onderwerp is de tijd. Kawara is dus niet zozeer een boekhouder, maar een gevangene van zijn eigen oeuvre – van de tijd. Zijn kunst bestaat uit de streepjes die hij iedere dag in de muur kerft.

Maar Kawara (1932, Aichi-ken, Japan) lijkt tevreden met zijn gevangenschap. Hij doet geen enkele poging uit zijn zelfgekozen artistieke opsluiting te breken. Sterker nog: Kawara verschuilt zich obsessief achter zijn werk. Foto's van de kunstenaar bestaan niet, interviews geeft hij niet, en hij weigert meestal bij de openingen van zijn eigen exposities te verschijnen. Wel belooft hij soms die tentoonstellingen te bezoeken en dan een nieuw werk mee te nemen, zodat de caissières van het Museum Kurhaus nu al wekenlang reikhalzend zitten uit te kijken naar een zeventigjarige Japanner met een schilderijtje onder zijn arm. Zolang Kawara niet opduikt, zitten zij gevangen in een vooruitzicht.

Maar de overige toeschouwers?

Die hebben het niet makkelijk. Het bekijken van Kawara's werk vertoont verrassend veel overeenkomsten met het kijken naar groeiend gras, of het aanschouwen van de tien kilometer schaatsen op televisie – met het verschil dat dat toch een stuk spannender is. Tegelijk zit in die traagheid en obsessie ook een vreemd soort romantiek, net zoals in zoveel kunst van zijn generatie.

On Kawara is een typische vertegenwoordiger van de eerste generatie conceptuele kunstenaars, die begonnen in het midden van de jaren zestig. Ze hadden genoeg van het kunstwerk als concreet object, wilden zich afzetten tegen het traditionele schilderij of het klassieke beeld, en baseerden hun werk vaak op een groot idee dat zij tot leidraad van hun oeuvre maakten. Zo bestaat het werk van Richard Long al decennialang uit de documentatie en stenen die hij verzamelt op zijn wandelingen door verlaten gebieden. Carl Andre bouwde faam op door zijn beelden te reduceren tot reeksen metalen vloertegels, en Robert Ryman maakt al meer dan veertig jaar alleen maar witte schilderijen. Zulke sobere, kale concepten zijn voor het oog tamelijk saai, en ontlenen hun spanning vooral aan het besef dat de kunstenaar zijn idee al decennia uitvoert, consequent, onverstoorbaar en vol toewijding. Als een monnik, inderdaad.

De slimste

Het curieuze is alleen dat veel van de vroege conceptkunstenaars niet goed raad weten met de typische kunstenaarsromantiek die deze toewijding en consequentie meebrengen. Juist die romantiek, dat beeld van het uitzonderlijke individu dat in `verlichte' staat kunstwerken schept, was het beeld waar ze oorspronkelijk zo tegen ageerden. Dat blijkt nu een vreemde gewaarwording: ze hebben hun concept in de hand en hun bedoelingen ook - maar met de romantiek van het jaar in jaar uit doorwerken aan hun idee, weten ze geen raad. Wat dat betreft lijkt Kawara achteraf de slimste van het stel. In zijn oeuvre zit de tijd al ingebakken. Dat is extra vermetel omdat iedere beeldende kunstenaar – de goede tenminste – op een gegeven moment in zijn carrière moment stuit op de moeizame verhouding die beeldende kunst en tijd met elkaar hebben. Kunstvormen als film, toneel en literatuur bestaan bij gratie van de tijd, ontvouwen zich in de tijd, maar beeldende kunst en tijd zijn voortdurend bezig elkaar tegen te werken. Ze lijken zelfs tegengesteld aan elkaar; een beeldend kunstwerk zet de tijd nu eenmaal stil. Een schilder of installatiemaker mag dan nog zoveel uren in zijn werk stoppen, schaven en schrappen wat hij kan, het resultaat is in principe altijd iets dat vast staat, hetzelfde blijft. Daarmee lijkt een beeldend kunstwerk de tijd te ontkennen, of in ieder geval als onderwerp uit te sluiten.

Waarschijnlijk besefte On Kawara al vroeg dat een kunstenaar die de tijd wil tonen of voelbaar wil maken, verder moet gaan dan het scheppen van losse, stilstaande kunstwerken over tijd. Zo'n kunstenaar moet met de tijd meevloeien, het liefst zo lang mogelijk. En dat doet Kawara door ooit, ergens in 1963, te besluiten dat hij zich de rest van zijn leven zal wijden aan dit ene grote tijdskunstwerk in vele duizenden afleveringen. Ik vind dat nog steeds een prachtig beeld: Kawara die besluit in zijn werk niet langer tegen de tijd op te boksen, haar niet langer te weerstaan door haar stil te zetten, maar mee gaat drijven met de tijd, als een zwemmer die in een gestaag kabbelende rivier duikt om daar de rest van z'n leven in te blijven drijven. Dat is precies wat Kawara deed toen hij zijn eerste Date Painting maakte en begon met het versturen van zijn ansichtkaarten en telegrammen.

Hoe bijzonder een dergelijk besluit is, valt af te leiden uit het aantal navolgers dat Kawara heeft gekregen. Die bestaan, maar het zijn er niet veel, want het vergt een curieuze combinatie van moed en boekhoudersmentaliteit om tot het besluit te komen de rest van je leven in het teken van een groot `tijdskunstwerk' te stellen. In ieder geval deed Roman Opalka het, toen hij in 1965 besloot op zijn schilderijen te gaan `tellen'. Op zijn eerste schilderij in dat jaar begon hij, linksboven in kleine, kriebelige tekens, de cijfers vanaf 1 te schilderen, net zo lang tot het doek vol was. Daarna pakte hij een volgend doek en telde daarop door – en zo verder, tot op de dag van vandaag. Op de laatste Biennale van Venetië waren Opalka's recente doeken te zien, waarop hij bijna de 4.000.000 had bereikt. Op exposities van zijn doeken draait meestal een band waarop de toeschouwer Opalka de bewuste cijfers hoort voorlezen en daarnaast exposeert hij er foto's bij van zijn eigen gezicht – al tellend en cijferend is Opalka een oude man geworden.

Ook in Nederland werken twee kunstenaars op soortgelijke wijze. Onlangs werd in deze krant een uitgebreid stuk gewijd aan Marcel van Eeden, die sinds 1993 alleen nog maar tekeningen maakt naar foto's van voor 1965, zijn geboortejaar. Sinds 2001 zelfs volgens het strakke regime van minstens een per dag. Ook dat is een mooi idee, al is het maar omdat Van Eeden tegen de stroom van de tijd in tracht te zwemmen. Door het maken van die tekeningen van voor zijn geboorte eigent hij zich zoveel mogelijk beelden toe uit een tijd dat hij er zelf nog niet was, maar die, door ze te tekenen, toch langzaam van hem worden. Iets soortgelijks, maar dan naar de toekomst doet Philip Akkerman, die sinds 1981 alleen maar zelfportretten schildert en tekent. Telkens weer zijn eigen gezicht, telkens op een andere manier, met andere kleuren in een andere stijl, waarmee hij een spoor van zijn eigen kop trekt in het verleden.

Volharding

Het is verleidelijk om kunstenaars als Kawara, Opalka, Van Eeden en Akkerman vooral te bewonderen om de romantiek die hun werk aankleeft. Op Kawara's en Opalka's visueel weinig spectaculaire werk krijg je als toeschouwer makkelijk grip door de kunstenaars te beschouwen als monniken die in een zelfgecreëerde orde zijn getreden. Een deel van de waardering voor hun werk ontlenen deze kunstenaars ook zeker aan de volharding waarmee ze hun project volhouden. Iedere toeschouwer beseft wel hoe saai het na een jaar of vijftien moet zijn om weer een Date Painting te maken, of een getallenschilderij of de zoveelste afbeelding van je eigen kop - en dat in het besef dat je dat de rest van je leven moet blijven doen.

Toch doet die romantische visie tekort aan de tragiek van de vergeefsheid die in deze oeuvres zit opgesloten. Wat de genoemde kunstenaars ook doen, hoe hard ze ook werken en hoezeer ze hun leven ook aan hun kunst wijden – het zal nooit af zijn. Opalka noemt zijn project niet voor niets 1 tot : ooit komt er een moment dat hij een laatste getal op het doek zet, al dan niet in het besef dat er nooit meer een na zal komen. Ook Marcel van Eeden kan zich nooit alle foto's en beelden van voor zijn geboorte toeëigenen, en Philip Akkerman weet vast maar al te goed dat het aantal zelfportretten dat hij nog kan schilderen eindig is – in tegenstelling tot het aantal visies op hemzelf. En On Kawara... Kawara is de meest gedoemde van dit stel. Juist doordat hij zichzelf zo buiten de wereld heeft geplaatst, heeft hij de worsteling met de tijd in al die jaren op de spits gedreven. Sterker nog: zonder die afkeer van de buitenwereld zou zijn werk minder goed zijn. Door zichzelf en zijn werk zo onpersoonlijk mogelijk te maken, krijgt de tijd weinig kans hem mee te slepen. Zijn werk is nu nauwelijks aan visuele modes onderhevig (al zie je de lettertypes van de Date Paintings lichtjes veranderen) zijn portret kan niet verouderen, zijn uitspraken niet gedateerd raken. Zo biedt Kawara de tijd geen mogelijkheid om vat op hem te krijgen. Dat geeft zijn oeuvre iets heroïsch: hoe langer Kawara dit werk maakt, hoe minder passief hij meedrijft, hoe meer weerstand hij biedt, als de zwemmer die het gevoel heeft dat hij het water beheerst, in plaats van andersom – maar alleen zo lang hij leeft. Daarom zijn Kawara's I Am Still Alive-telegrammen ook zo bijzonder, en nemen ze zo'n cruciale plaats in in zijn oeuvre. Boven alles zijn deze telegrammen superieure verbeeldingen van existentiële ironie. Op het moment dat Kawara zijn tekst dicteert, aan een anonieme postbeambte in een onbekende stad, klopt de tekst – maar alleen op dat moment. Want altijd bestaat de kans dat hij de seconde na het uitspreken van die woorden ter aarde stort, of na het verlaten van het postkantoor onder een tram loopt of een vliegtuig op zijn hoofd krijgt. De ontvanger die het telegram uren later in zijn brievenbus vindt, weet dan ook nooit zeker of de tekst inmiddels een leugen is.

Op een kale, systematische, bijna saaie manier gaat Kawara een Sisyfus-strijd aan. Dat is het bewonderenswaardige aan zijn oeuvre. Hij daagt de tijd uit, sart haar om zijn greep op hem te verstevigen. En tot nu toe heeft Kawara die strijd niet verloren. Maar ooit zal Kawara een laatste Date Painting schilderen, en misschien is dat op de laatste dag van zijn leven. Af en toe geeft de tijd hem zelfs al een waarschuwing. Zo moest Kawara, ongetwijfeld tot zijn eigen verbazing, een paar jaar geleden constateren dat de tijd hem een hak had gezet: telegrambestellingen waren ouderwets geworden. On Kawara was still alive, maar de manier waarop hij dat decennia lang aan de wereld kenbaar had gemaakt, was hem uit handen geslagen. Dat vind ik een diep ontroerend idee.

On Kawara: `Consciousness. Meditation. Watcher on the Hills'. Museum Kurhaus Tiergartenstrasse 41, Kleef. T/m 11 januari. Di t/m za 11-17u. Zon- en feestdagen 10-17u. Gesloten op 24, 25, en 31 december en 1 januari. Inl.: www.museumkurhaus.de

Het kijken naar dit werk is als het kijken naar groeiend gras

On Kawara lijkt tevreden met zijn artistieke gevangenschap