Werken voor mensen in bijstand niet lonend

Mensen die vanuit de bijstand een baan met minimumloon aanvaarden, gaan er nog steeds financieel op achteruit. Dit doet zich vooral voor bij alleenstaande ouders, zo blijkt uit gegevens die minister De Geus (Sociale Zaken) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het besteedbare inkomen van een alleenstaande ouder daalt met 811 euro per jaar, in 2004 loopt dit bedrag op naar 941 euro. Een kostwinner met kinderen gaat er 657 euro op achteruit als die een baan aanvaardt op minimumniveau. Het kleinst is de inkomensdaling van een alleenstaande: 54 euro.

De achteruitgang in het besteedbare inkomen doordat de uitkeringsgerechtigde een baan accepteert heet `armoedeval'. Hij wordt veroorzaakt doordat allerlei gunstige regelingen voor werklozen, zoals bijzondere bijstand of korting voor openbaar vervoer en recreatie, komen te vervallen.

De armoedeval wordt al jaren gezien als een sterke ontmoediging om te gaan werken. Toenmalig minister De Vries (Sociale Zaken) kondigde begin 2000 een ambitieus plan aan om de armoedeval geheel weg te werken, maar het probleem bestaat nog steeds.

In 2003 is de armoedeval voor alleenstaanden zonder kinderen wel belangrijk gedaald, zo schrijft De Geus. In 2002 bedroeg deze nog 264 euro. Volgens De Geus zal deze groep er in 2004 op vooruit gaan. Door beperking van de bijzondere bijstand en het effect van lagere belastingen en premies, zullen zij jaarlijks 438 euro meer kunnen besteden dan in 2003. Kostwinners met kinderen verliezen minder, maar de armoedeval blijft voor hen bestaan: 461 euro.