Hartpatiënten vaak verkeerd behandeld

De behandeling van hartpatiënten in Nederlandse ziekenhuizen voldoet niet aan de Europese richtlijnen. Daardoor overlijden meer patiënten dan nodig.

Dit blijkt uit een grootschalig onderzoek van de Europese vereniging van cardiologen, in samenwerking met de Nederlandse Hartstichting. In het onderzoek werd de toepassing van Europese richtlijnen voor het behandelen van hart- en vaatziekten geregistreerd in ziekenhuizen in Nederland en andere Europese landen. De richtlijnen zijn wetenschappelijk onderbouwd en door de beroepsgroep zelf opgesteld.

Bij patiënten met slagaderverkalking dienen bijvoorbeeld drie soorten medicijnen (een cholesterolverlager, een vaatverwijdend middel en aspirine) te worden gegeven. In de praktijk van Nederlandse ziekenhuizen blijkt dat de eerste twee bij slechts de helft tot tweederde van de patiënten worden toegediend. Bij ziekenhuisopname na hartinfarcten wordt bijvoorbeeld slechts 11 procent van de patiënten gedotterd, terwijl dit aantoonbaar de beste resultaten geeft. Bovendien blijkt dat bij de helft van de patiënten die wél worden gedotterd, dit vaak pas na anderhalf uur of langer na aankomst in het ziekenhuis gebeurt. De richtlijn schrijft voor dat behandeling binnen anderhalf uur betere resultaten geeft. Ook zouden cardiologen patiënten beter moeten adviseren over een gezonde levensstijl.

Cardiologen passen de richtlijnen niet goed toe omdat ze niet altijd op de hoogte zijn van wat de gewenste behandeling is, zegt voormalig voorzitter van de European Society of Cardiology, prof.dr. Maarten Simoons. ,,Wat cardiologen op de opleiding leren is vaak alweer verouderd op het moment dat ze het moeten toepassen.'' Soms zijn organisatorische of financiële problemen, of tijdgebrek de oorzaak van het onvoldoende behandelen. Soms betwijfelen cardiologen de juistheid van de richtlijnen.

Voorzitter prof.dr. Ernst van der Wall van de Nederlandse beroepsvereniging van cardiologen NVVC noemt de resultaten ,,opvallend''. ,,Doorgaans is Nederland gezagsgetrouwer aan de richtlijnen dan andere Europese landen.'' Hij zegt dat de vereniging er alles aan gaat doen om cardiologen ervan te overtuigen dat zij zich beter aan de richtlijnen moeten houden, mede vanuit juridisch oogpunt.

Volgens Simoons zijn de verschillen in behandeling tussen landen groot. Het aantal dotterbehandelingen per miljoen inwoners in Nederland is bijvoorbeeld de helft van het aantal in Duitsland en Frankrijk, maar weer het dubbele van het aantal in Groot-Brittannië. België heeft veruit de meeste pacemakers per miljoen inwoners.

Volgens Simoons houden andere beroepsgroepen zich in de praktijk waarschijnlijk net zo min aan hun wetenschappelijke richtlijnen. De cardiologen hebben hiernaar echter nu voor het eerst grootschalig Europees onderzoek gedaan.