Studiehuis achteraf

SCHOLEN EN UNIVERSITEITEN zijn moe van de revoluties die door een coalitie van onderwijskundigen, ambtenaren en een vrijwel unanieme Kamer werden opgelegd. Maatschappijverandering door middel van het onderwijs is uit de mode. Zelfs PvdA-leider Bos pleit bij nader inzien voor matiging. Onderwijsvernieuwing is ouderwets geworden. Deze week neemt de Tweede Kamer waarschijnlijk afscheid van de uitwassen van de hervorming die ze zes jaar geleden nog door de hoogste klassen van de middelbare scholen had gejaagd: het zogenoemde studiehuis. De verplichte lespakketten worden over de hele linie lichter. Dat is deels een noodzakelijke correctie, maar deels ook jammer. Het gaat te ver om te snijden in de exacte lespakketten voor de bèta-richting natuur en techniek. Die sluiten al slecht aan op exacte en technische studierichtingen aan universiteit en hogeschool. Waarom dan ineens zo'n grote stap terug? Juist een minister die de revolutie nu heeft afgezworen, zou moeten hechten aan geleidelijke verandering. Tegelijk bleek de totstandkoming van het studiehuis zelf een staaltje mislukte politieke besluitvorming, waaruit nog generaties hervormers lering kunnen trekken.

In de blauwdruk werd geen rekening gehouden met de dagelijkse praktijk op scholen, en met de zwakheden van de mens zelf. Het project kreeg in de wisselwerking tussen politiek en onderwijsveld een eigen dynamiek, waaraan achteraf iedere regie lijkt te hebben ontbroken. Een rector die op zijn eigen school wilde experimenteren met zelfstandig leren werd op het ministerie uitgenodigd om alle scholen in het hele land daarin mee te nemen. De hoogste klassen moesten computer-montessori's worden. Tegelijk met de invoering van de nieuwe methode moest het lespakket worden verzwaard, want leerlingen zouden te vaak in waardeloze ,,pretpakketten'' eindexamen doen. Lerarenorganisaties lobbyden om hun vak in het verplichte pakket te laten, waardoor er uiteindelijk veertien verplichte eindexamenvakken op elkaar werden gestapeld. Dit nieuwe mammoetplan moest binnen twee jaar worden uitgevoerd met een minimaal budget en bij een groeiend tekort aan leraren.

Het lijkt achteraf geen wonder dat de zaak snel spaak liep. Leerlingen kregen niet alleen een zwaarder pakket, de lesmethode was ook veel omslachtiger dan vroeger. Wie kon volstaan met een kwartiertje leren uit een globaal geschiedenisboek, moest voortaan urenlang ploeteren aan onderzoekscripties en verslagen over deelonderwerpen, als de ouders het werk al niet deden. Zelfs de computer kon de onzelfstandigheid van veel leerlingen niet verhelpen. Voor uitgevers was het een feest, want de nieuwe studiehuis-leerboeken – voorzover op tijd leverbaar – werden duurder, dikker en zwaarder met plaatjes en lange teksten, zelfs voor de abstracte vakken.

In 1999 demonstreerden woedende scholieren in Den Haag tegen de studieverzwaring. Er dreigde een echte revolutie van onderop. De wal heeft het schip gekeerd – sindsdien is Den Haag ontnuchterd. Het aantal verplichte examenvakken en werkstukken is al teruggebracht en deze week praat de Kamer over verlichting van het vakkenpakket per 2007. Typische alfa's kunnen dan weer zonder tobben een middelbareschooldiploma halen. Maar dat het positieve resultaat van het studiehuis, de verbetering van het bèta onderwijs, nu door de minister eveneens dreigt te worden teruggenomen, is meer dan jammer.