Race tegen de klok in Russische kolenmijn

In een race tegen de klok vechten in de Zapadnaja-mijn in het Zuid-Russische Novosjachtynsk reddingsploegen zich door de laatste meters die hen scheiden van hun laatste dertien ingesloten collega`s. Ze waren vanochtend gevorderd tot een afstand van slechts zes meter van de kompels die sinds vorige week donderdag zijn ingesloten. De afgelopen vier dagen hebben ze een inmiddels 51 meter lange `tunnel van hoop' gegraven. Normaliter vereist zo'n tunnel een maand werk.

Die laatste meters vormen echter nog een enorme barrière: de reddingsploegen moeten door een rotswand, en kunnen wegens het instortingsgevaar slechts met primitieve middelen vooruit. Ze leggen zes meter lange metalen buizen en metalen rails in de gang om die te stutten. De hoop dat de ingesloten mijnwerkers nog levend kunnen worden geborgen, zoals eerder 33 anderen, slinkt met het uur.

Eenenzeventig kompels werkten donderdag op een diepte van achthonderd meter in de Zapadnaja-mijn toen zeshonderd meter boven hen een schachtwand brak onder de druk van een naast de wand gelegen ondergronds meer. De mijnwerkers trachtten barrières op te werpen voor het binnenstromende water, maar slaagden daar niet in. Tonnen rots, aarde en betonnen pijlers kwamen door de schacht naar beneden, maar het water kwam mee. Vijfentwintig mijnwerkers konden zich op eigen kracht redden. 46 anderen lukte dat niet.

Direct kwamen reddingspogingen op gang. Honderdzeventig vrachtwagens gooien met een snelheid van één vrachtwagenlading per minuut de schacht vol met rotsen, in de hoop de leegloop van het meer tot staan te brengen. Tegelijkertijd werd vanuit een naburige schacht een zestig meter lange gang gegraven in de richting van de ingesloten mijnwerkers. Zaterdag werden die pogingen met succes bekroond: 33 kompels werden, vermoeid en uitgeput maar in de meeste gevallen ongedeerd, naar de oppervlakte gehaald.

Dertien anderen kwamen niet naar boven. Zij waren donderdag van hun lotgenoten gescheiden toen die vluchtten voor het water. Onder hen bevond zich de directeur van de mijn, Vasili Avdejev, die pas woensdag was benoemd en die donderdag zijn eerste inspectie uitvoerde in de mijn toen het ongeluk met het ondergrondse meer zich voordeed.

Of de dertien nog leven, is niet duidelijk. Levenstekenen zijn de afgelopen dagen niet gehoord. De reddingsploegen graven zich in een richting die door de zaterdag geredde mijnwerkers is aangewezen. De temperatuur op achthonderd meter diepte is tussen 20 en 24 graden. Maar door de verdamping van het naar beneden gestroomde water – er stroomde de afgelopen dagen elk uur 22.000 kubieke meter water uit het meer de mijn in – kan kou toch een groot probleem zijn. De reddingsploegen hopen dat de dertien zich in een luchtzak in veiligheid hebben kunnen brengen. Hoe groot die luchtzak is, weet niemand. Het lekken van water lijkt tot staan te zijn gebracht.

Buiten de mijn wachten de familieleden van de ingesloten kompels. De Zapadnaja-mijn had al lang gesloten moeten worden: de mijn is gevaarlijk en bovendien onrendabel. Maar in Novosjachtynsk is verder geen werk. Er is de mijn, en verder is er niets. ,,Wat doe ik met mijn kinderen? Hij is onze broodwinner'', mompelt een huilende vrouw.