Lease-flaters zonder daders

Toezichthouder AFM is uiterst kritisch over de aanbieders van aandelenleaseproducten. Er zijn grote fouten gemaakt, maar over de identiteit van de daders geen woord. `Iedereen kan hieruit lezen wat hij wil'.

Tussen de regels door waarschuwt minister Zalm van Financiën er al voor. ,,De AFM heeft mij verzekerd dat zij in de rapportage, met inachtneming van de wettelijke geheimhoudingsplicht, maximale openheid van zaken geeft'', schrijft de bewindsman aan de Tweede Kamer. Zijn brieft begeleidt het rapport van de financiële toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) dat gisteren aan het parlement is gestuurd.

Aan de conclusies ligt het niet, want die zijn duidelijk genoeg. Aanbieders van aandelen op krediet hebben grote fouten begaan, zo blijkt uit het rapport. Het begon al met de misleidende reclame of met het telefonisch benaderen van argeloze klanten. En wanneer er een contract werd afgesloten bleek de bank of verzekeraar weinig of niets van de cliënt te weten, hoewel het om zeer risicovolle producten gaat en de financiële draagkracht bij de aanbieder bekend had moeten zijn.

Veel mensen wisten niet eens dat zij met geleend geld belegden en de financiële verplichtingen die zij hadden werden niet door de bank in de gaten gehouden, zo gaat AFM verder.

Daaraan kan nog worden toegevoegd dat de transacties tegen een onjuiste prijs werden afgerekend en dat klachtenprocedures ontbreken, dan is de conclusie duidelijk: de AFM is uiterst kritisch over de aanbieders van aandelenlease die op het hoogtepunt maar liefst 700.000 contracten hadden uitstaan met een waarde van 6,5 miljard euro.

Ondanks de duidelijke conclusies is het rapport in de woorden van oud-ombudsman M. Oosting tegelijk ook een ,,onduidelijk en ongelukkig'' rapport. Oosting is door Zalm als voorzitter van de geschillencommissie aangesteld en bekijkt momenteel of bemiddeling tussen aanbieders en boze klanten mogelijk is waardoor talloze juridische procedures voorkomen kunnen worden.

,,AFM spreekt bijvoorbeeld steeds van één of meer aanbieders die in de fout zijn gegaan. Dat kan er dan één zijn, het kan ook de hele branche zijn. Iedereen kan hieruit lezen wat hij wil''. Marktleider in leaseproducten was Legio Lease, maar ook grote verzekeraars als ING, Aegon en Fortis boden dergelijke producten aan.

Oosting zou met zijn commissie graag de versie van AFM willen inzien waarin de aanbieders wel met naam en toenaam worden genoemd. ,,Maar dat zal niet gebeuren, want de geheimhoudingsplicht van AFM zorgt er zelfs voor dat de minister van Financiën geen inzage krijgt. Misschien is dat maatschappelijk onwenselijk en voor de aanbieders kan dit zelf ook ongelukkig zijn: het beeld kan ontstaan dat zij allemaal in de beklaagdenbank zitten, terwijl dat niet zo hoeft te zijn.''

De Stichting Leaseverlies, die 80.000 boze klanten van marktleider Legio Lease vertegenwoordigt ziet het rapport als een duidelijke steun in de rug. ,,De conclusies van AFM steunen ons: de falende zorgplicht en de misleidende reclames vormen de kern van de bodemprocedure die wij zijn gestart. Die worden beide nu door de toezichthouder genoemd. AFM mag dan geen namen van overtreders noemen, maar wij gaan er vanuit dat Dexia [huidig eigenaar van Legio Lease] hier bij hoort'', zegt een woordvoerder van de Stichting.

Dexia, dat in 2000 de lease-activiteiten van Aegon overnam, voelt zich niet aangesproken door het rapport. ,,Niets kan worden herleid tot één of meer aanbieders en minister Zalm stelt zelfs in zijn brief aan de Kamer dat dit onderzoek geen rol kan spelen bij de rechter'', aldus een woordvoerder van Dexia dat 60 procent van de leasemarkt in hand had.

Die rechter kan buitenspel blijven wanneer de geschillencommissie van Oosting met een succesvolle bemiddeling komt. Vermoedelijk nog dit jaar beslist hij of een bemiddelingsrol überhaupt kansrijk is.

Mocht dat niet zo zijn dan zullen talloze juridische procedures in gang worden gezet. Dan zal ook pas duidelijk worden welke aanbieders daadwerkelijk een plaatsje verdienen in de beklaagdenbank. Dat er alle reden is voor een beklaagdenbank heeft AFM in elk geval duidelijk gemaakt.