Karabach: nieuwe kansen

Minister De Hoop Scheffer probeerde vorige week in Armenië en Azerbajdzjan schot te brengen in de `ingevroren oorlog' om Nagorny Karabach.

,,Nieuwe president, nieuwe kansen'' was het motto waarmee vorige week minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer als voorzitter van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) naar de Kaukasus toog om in Armenië en Azerbajdzjan te proberen schot te krijgen in een van die `ingevroren' oorlogen waar de Kaukasus zo goed in is: het conflict om Nagorny Karabach, de enclave in Azerbajdzjan die door de Karabach-Armeniërs in een bloedige oorlog tussen 1988 en 1994 op de Azeri is veroverd. Sinds 1994 heerst er een gewapende vrede: Karabach heeft zich tot republiek uitgeroepen die door niemand wordt erkend; de Armeniërs houden buiten de enclave nòg zestien procent van het gebied van Azerbajdzjan bezet en hebben één miljoen Azeri op de vlucht gedreven. Al jaren zit het overleg, gevoerd via de Minsk-groep – bemiddelaars uit elf landen – muurvast. De Armeniërs eisen dat Karabach zich hoe dan ook mag losmaken van Azerbajdzjan. De Azeri eisen dat Karabach hoe dan ook, eventueel met véél autonomie, binnen Azerbajdzjan blijft.

Om het conflict hangt een sluier van onoplosbaarheid. De Hoop Scheffer is echter optimistisch: nieuwe president, nieuwe kansen. Die nieuwe president is Ilham Aliyev, versgekozen in frauduleuze en met geweld afgesloten verkiezingen in Azerbajdzjan. De vraag op de bliksemreis van De Hoop Scheffer naar Jerevan en Baku is of Aliyev, zoon van de doodzieke Heydar Aliyev, die zijn land meer dan dertig jaar met harde hand heeft geregeerd, soepeler is dan zijn vader. De vraag is ook of de Armeniërs het window of opportunity zien, de kans op een doorbraak, waar de OVSE op hoopt.

In Jerevan praat de minister met Robert Kotsjarian, president van Armenië, zelf oud-leider van de Karabach-Armeniërs. De president uitte zich ,,terughoudend'', zo meldt De Hoop Scheffer na afloop. ,,Hij vindt het vroeg in de dag. Hij heeft geen haast. Ik heb hem gezegd dat hij moet oppassen dat hij het tij niet moet laten verlopen. Als Aliyev zijn positie verstevigt zijn er straks wel twee nodig om de zaak op te lossen.''

Een van de grote problemen met die ingevroren oorlog, zegt Natalia Martirosian van de Armeense mensenrechtenorganisatie Helsinki's Citizen's Assembly, is dat de Armeense leiders vanuit een positie van kracht praten: ze hebben `gewonnen', ze hebben wat ze willen en ze zijn niet geneigd concessies te doen om van een ingevoren oorlog een blijvende vrede te maken. ,,Karabach is onze hersenschim. De politici zeggen: Karabach is van ons, punt uit. Maar de burger in Armenië denkt heel anders, die ziet dat de grenzen met Azerbajdzjan en Turkije dicht zitten, die kent ons isolement en onze verpaupering. De politici willen niet onderhandelen, maar de burger weet wel beter.'' Het tragische, zegt Martirosian, is dat de publieke opinie in Armenië geen druk kan uitoefenen. Radio en televisie zijn monopolies van de regering en kranten hebben geen invloed, want de Armeniërs zijn te arm voor kranten. ,,Onze publieke opinie bestaat alleen op keukenniveau.''

De Poolse diplomaat Andrzej Kasprzyk vertegenwoordigt de Minsk-groep in de regio. Hij is de spil van het onderhandelingsproces. Hij ziet De Hoop Scheffers window of opportunity wel zitten: ,,Beide landen zien Karabach wel degelijk als hun grootste probleem. Armenië kan wel doen alsof de oplossing uit Baku moet komen, maar ook Kotsjarian weet dat een situatie van `geen oorlog, geen vrede' gevaarlijk is. Al was het maar omdat deze oorlog de weg naar Europa blokkeert. Het conflict is een steen om de nek van de economie. Beide landen moeten concessies doen. De veiligheidssituatie is voor allebei een probleem, leger en veiligheid slokken veel geld op. Armenië weet: een oplossing betekent open grenzen, investeringen en hulp. En Azerbajzdjan weet: een oplossing betekent een terugkeer van vluchtelingen en teruggave van bezet gebied.''

Een van de hoofdpersonen in het conflict is de president van Karabach, die niet-erkende republiek. Arkadi Goekasian is naar Jerevan gekomen om met De Hoop Scheffer te praten. Een iele kettingroker met een bril en een snorretje en een heel rood hoofd, niet de vechtjas die je zou verwachten bij een van de leiders van een succesvolle oorlog. Ziet hij nieuwe kansen? ,,Ja en nee. Ja omdat Aliyev niet belast is het problemen uit het verleden. Hij is jong en heeft potentie. Nee omdat hij nog niets heeft laten zien en nog niet stevig in het zadel zit.'' De Azeri, vindt Goekasian, moeten ons direct bij het overleg betrekken, dat hebben ze steeds geweigerd, ,,maar elk vredesproces in de wereld toont aan dat je zonder direct overleg geen oplossing krijgt''. De Azeri praten ook steeds over de teruggave van bezet gebied, maar, aldus Goekasian, ,,je kunt het territoriale element niet losmaken van de andere thema`s, de veiligheidssituatie, de vluchtelingen, de status.'' Dat hij vanuit een machtspositie praat, wil de president van Karabach niet horen: ,,Onder de status quo lijden de Armeniërs het meest. Wij kunnen geen internationale hulp krijgen omdat we niet worden erkend. De status quo is een wapenstilstand – het doel is echter vrede.'' Alleen, zo voegt hij er haastig aan toe, ,,de onafhankelijkheid kunnen we niet opgeven, als ik dat zou doen, zou ik morgen geen president meer zijn.''

Hij doet zijn beklag, de president van de niet-bestaande staat. ,,Als een zoon het huis uit wil zal de vader alles doen om hem om te praten, hij zal hem vertellen hoe goed hij is en hoe goed het thuis is. De Azeri zouden ons elke dag moeten vertellen hoeveel ze van ons houden, ze zouden ons gouden bergen moeten beloven, zwarte kaviaar bij het ontbijt! Maar wat doen ze? Ze voeren oorlog. Waar moeten we ons optimisme vandaan halen? Die onafhankelijkheid geven we niet op. Toen hun tanks tien kilometer van onze hoofdstad stonden en ze ons elke dag bombardeerden hebben we een jaar zonder water geleefd, zonder stroom, zonder gas, zonder brood. Maar we hebben het gered. Je moet vechten om te kunnen leven.''

Baku, een dag later. Ilham Aliyev, de winnaar van de frauduleuze verkiezingen van een week eerder, heeft een tête-à-tête met de OVSE-voorzitter en zet zich vervolgens tegenover diens delegatie. Een grote, zware man met vochtige bolle ogen en een snor en een onderkin. ,,Ik weet dat mensen lijden. Ik weet ook dat Armenië niet om een oorlog verlegen zit'', zegt de president-van-de-nieuwe-kansen – een opmerking die in Baku nooit eerder is gemaakt. Maar concessies, of nieuwe voorstellen, daarover zegt Aliyev jr. nog niets, deze middag in Baku.

En dat tête-à-tête? Zei Ilham Aliyev meer in dat gesprek onder vier ogen dan voor de camera's van zijn eigen televisie? De Hoop Scheffer: ,,Hij is me meegevallen. Hij was gematigder dan zijn omgeving. Alles hangt af van de vraag wie hij als medewerkers kiest. Als dat de oude medewerkers zijn, verandert er niets. Maar hij was naar Armenië toe milder dan de andere gesprekspartners hier.'' Nieuwe president, nieuwe kansen dus.