Dyslexie 1

Allereerst wil ik Leo Blomert complimenteren met het wetenschappelijk rapport dat als grondslag dient voor het CVZ-advies om dyslexietherapieën te vergoeden (`Het vermogen tot liplezen', W&O, 18 oktober 2003). Ook logopedisten hebben enkele jaren geleden bij de toenmalige Minister Borst aangedrongen dyslexietherapieën te laten vergoeden door de Zorgverzekeraars. Helaas eveneens zonder resultaat.

Wat betreft het artikel : voor mij was het geen `eye opener' te lezen dat de psycho-linguïstische therapie van het Amsterdamse IWAL-instituut helemaal gebaseerd is op de fonologie. Het gebruik maken van liplezen bij de behandeling van dyslexie was voor mij evenmin nieuw. Logopedisten werken al jaren op die wijze bij de behandeling van dyslectische kinderen. Zij houden zich bij uitstek bezig met de auditieve en mondmotorische aspecten van spraak en taal.

Klanken omzetten in letters, waar dyslectici zo'n moeite mee hebben, kun je op verschillende manieren aanleren. Een methode die in dit verband (liplezen) zeker vermeld moet worden is, `Wie proeft er letters mee?' van Cock Legen Eijgenraam. Deze methode begint met de spraakbewegingspatronen van onze taal in al hun verscheidenheid opnieuw, maar bewust, correct aan te leren.

Als remedial teacher en logopedist werk ik dikwijls met de methode `sensorische integratie'. Dat wil zeggen: schakel zoveel mogelijk zintuigen in (oren, ogen, mond en handen) bij de behandeling van dyslexie. Ik maak dan ook behalve van mondbeelden en klanken gebruik van tactiele vaardigheden zoals letters laten voelen.