Avontuur Liberia

MEEDOEN MET internationale vredesmissies is een kerntaak van het Nederlandse leger geworden. Sommigen vinden zelfs dat het op dit moment de hoofdtaak is. Als dat zo zou zijn, kan op Defensie nog wel wat worden bezuinigd. Die paar duizend militairen in het buitenland hoeven geen 7,3 miljard euro te kosten, de hoogte van de departementale begroting. Vredesmissies zijn belangrijk, maar de landsverdediging en andere taken zijn er ook nog. Dat laatste wordt wel eens vergeten bij de aandacht die uitgaat naar buitenlandse operaties. Los daarvan moet deelname aan vredesmissies van geval tot geval zorgvuldig worden beoordeeld op risico's, betrokkenheid van andere landen, mandaat en commandovoering en specifieke inzetbaarheid van troepen en materieel.

De gretigheid van achterliggende kabinetten om met vredesmissies mee te doen, heeft Nederland nog maar acht jaar geleden in grote problemen gebracht. Maar van de fouten van `Srebrenica' is geleerd. Sindsdien heeft Nederland een aantal missies met succes volbracht, tot en met deelname aan de internationale veiligheidsmacht in Afghanistan. Op dit moment zijn circa 2.200 Nederlandse militairen bij vredesoperaties in het buitenland betrokken: 1.100 op de Balkan, ruim duizend in Irak en nog enkele tientallen verspreid over Afghanistan en het Midden-Oosten. Defensie kan twee à drie missies tegelijk aan; daarboven wordt het budgettair en organisatorisch moeilijk.

Bezien in dit perspectief, en in dat van de zorgvuldige toetsing, is het de vraag of Nederland een bijdrage moet leveren aan de vredesmissie van de Verenigde Naties voor Liberia. Het antwoord luidt: neen – totdat duidelijk is welke grote westerse landen met voldoende militaire capaciteiten deelnemen. Onder andere China, Pakistan, Ierland, Namibië en Ethiopië hebben troepen toegezegd. Met alle respect: wat ervaring betreft zetten hun bijdragen geen zoden aan de dijk. Recente VN-missies in Afrika zouden te denken moeten geven. In Bunia in Congo liep het eerder dit jaar helemaal verkeerd af met een VN-operatie waarbij 840 onervaren Uruguayaanse soldaten waren betrokken. Zij werden met een onduidelijk mandaat letterlijk het oerwoud ingestuurd. In Ivoorkust daarentegen slaagde Frankrijk erin met een contingent hardvechtende légionnaires de politieke situatie te stabiliseren. De risico's worden aanzienlijk kleiner als Nederland in West-Afrika met of onder de Fransen, de Britten of de Amerikanen werkt.

Liberia heeft ontegenzeggelijk hulp van buitenaf nodig. De VN-Veiligheidsraad stemde onlangs in met het sturen van een vredesmacht van 15.000 man. Het kabinet had er goed aan gedaan een afwachtende houding aan te nemen en gelet op de chaos ter plekke niet te snel te zijn met het toezeggen van troepen en materieel onder onduidelijke omstandigheden. Met de operaties in Irak en Bosnië heeft Defensie de handen vol. Liberia als avontuur erbij is te veel.