Alledaags fundamentalisme

Afgelopen week is voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse snelverkeer een `flitspaal' opgeblazen. Een flitspaal is een vernuftige combinatie van een camera en een snelheidsmeter, waarmee mensen die te hard rijden worden betrapt. Vroeger – daar heb je het weer – werd zo'n ding kaltgestellt met een uzi of een kalashnikov.

Ik herinner me een vraaggesprek met iemand van de politie. 's Ochtends treffen we ze aan, doorzeefd, zei hij. Toen heb ik er een stukje over geschreven waarin ik een tekening van de destijds beroemde tekenaar David Low (1891-1963) heb beschreven. De voorstelling bestaat uit drie delen. Plaatje 1. Hitler en Mussolini rijden zorgeloos op een tandem door Europa. Plaatje 2. Ze komen aan een kruispunt. Het licht staat op rood. Ze zijn uit het zadel gesprongen, zitten geknield in dekking achter de tandem en legen hun machinegeweren op het obstakel. Plaatje 3. Ze rijden zorgeloos verder.

Dat maakte toen diepe indruk op me. Ik zal een jaar of tien zijn geweest. Ik knipte de tekening uit. bewaarde hem in mijn plakboek. Maar zoals het met plakboeken gaat, die raken bij verhuizingen verloren. Hoe dat mogelijk is, begrijp ik niet. Juist plakboeken zouden het allerzorgvuldigst bewaard moeten worden. Hebt u een plakboek? Wees er zeer zuinig op. Plakboeken, dat zie je later pas, zijn met schaar en lijmpot gemaakte autobiografieën. Misschien komt het juist daardoor, dacht ik opeens, dat er zoveel zijn weggeraakt.

Terug tot het alledaagse fundamentalisme. Er zijn drie soorten: van bepaalde mensen in auto`s, bepaalde eigenaren van bepaalde honden, en de rokers. Fundamentalisten zijn mensen die hun eigen geloof hoger stellen dan de wet. De bepaalde automensen geloven in de god van de onbegrensde snelheid. Om die te eren hebben ze, zoals dat bij een geloof hoort, allerlei apparatuur. Radardingetjes in hun auto om bijtijds de vijand te ontdekken, verf om de lenzen van de flitspalen te besmeren, websites met informatie over snelheidscontroles, zodat ze de politie kunnen vernachelen, vuurwapens en nu ook blijkbaar springstoffen.

Dan heb je de fundamentalisten van de kynofilie. (Andere mensen dan de gewone hondenliefhebbers, zeg ik er voor alle zekerheid bij.) Deze extremisten zie ik iedere dag. Zoals ze dat bij de automensen doen, zo proberen de overheden de kyno's in een soort gareeltje te loodsen. Dit wordt opgevat als de combinatie van een belediging en een uitdaging. De overheid legt tegeltjes met onnozele teksten in de trottoirs. Plaatst tegenwoordig ook bordjes. Hond aan lijn. Verplicht. In de vroege morgen staat zo'n bordje muurvast aan een stalen paal met betonnen voet in de aarde van het parkje. Aan het einde van de middag is het bordje van de paal geschroefd, ligt in het gras. Parate overheid herstelt schade. Volgende dag: het bordje is omgedraaid, met titanenkracht. In het gras draaft een montere pitbull, in gezelschap van een vervaarlijk dier van een ander ras dat ook door Laurens Jan Brinkhorst niet meer gefokt mocht worden. Als de politie niet ophoudt met het herstellen van die bordjes, wordt er binnenkort een opgeblazen.

Ten slotte de rokers. Zielige mensen. Gehoorzaam. Laten zich door de teksten op hun pakjes dope schrik aanjagen. Leggen een kapitaal neer voor twintig sigaretten, terwijl ze beseffen dat met hun geld flitspalen worden gekocht die de volgende nacht door onbekende daders worden opgeblazen. Groepen in de trein samen, in de laatste stinkcoupé, om elkaar het tweedehands gif toe te blazen. Dan heeft de NS, nog vóór het algemene verbod van kracht wordt, de asbakjes vernageld zoals onze voorvaderen in de Gouden Eeuw het geschut van de Spanjolen vernagelden. Ze staan buiten in de kou nog een beetje te paffen. Dat laten ze zich allemaal overkomen. Doen niets terug. Van de alledaagse fundamentalisten zijn de rokers de gehoorzaamsten. Dat is niet alleen in Nederland het geval. Het gaat over de hele wereld.

Daaruit valt een les te trekken. Behandel de flitspaalopblazers en de kynomisten op dezelfde manier: hardnekkig, consequent, niet aflatend, met escalerende dwang. In Amerika mag je nergens harder rijden dan 60 of 65 mijl en iedereen doet het. Steek je in New York in een openbare ruimte driemaal achter elkaar een sigaret op, terwijl je je hond de vrije riem laat en je wordt drie keer betrapt: You're out! Sing Sing. Alleen de vuurwapens zijn daar nog een probleem. Verder is het een voorbeeld.