Inburgeraars worden het bos ingestuurd

Als het kabinet zijn zin krijgt verliezen gemeenten de regie over het inburgeringstraject. Dat zou niet alleen een stap terug in de tijd zijn, maar ook regelrechte kapitaalvernietiging, vindt Pierre Heijnen.

Dat moet toch niemand willen: terug naar de jaren tachtig, toen `nieuwkomers' zelf verantwoordelijk waren voor het vinden én volgen van taalcursussen die ze ook zelf moesten betalen. Toch dreigt dat wanneer de kabinetsplannen inzake inburgering, die op prinsjesdag bekend zijn gemaakt, doorgaan.

Naast forse bezuinigingen (in 2004 57 miljoen, eenderde van het totale budget), stelt het kabinet de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeraar centraal. Die moet zelf zijn programma – deels al in het land van herkomst – organiseren en bekostigen. Wie niet meewerkt of niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen, kan een boete of sancties verwachten. De gedwongen winkelnering bij het Regional Opleidings Centrum (ROC) verdwijnt en gemeenten voeren niet langer de regie over de inburgering.

De gemeente Den Haag heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in inburgering: de organisatie en structuur staan als een huis. Dit dreigt door de voornemens van het kabinet overboord gezet te worden. Daar zijn noch de inburgeraars noch de samenleving mee gediend. De gemeente moet de regie blijven houden. Meer keuzevrijheid voor de inburgeraar en het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid zijn overigens toe te juichen. Het afschaffen van de gedwongen winkelnering bij het ROC en een vorm van een eigen bijdrage voor de inburgering passen daar goed bij. Maar ik zie niet in wat er beter zal gaan als tegen de nieuwkomer wordt gezegd: ,,Hier is een lijst met aanbieders van cursussen, we horen het wel als u klaar bent.'' En de kosten volledig door nieuwkomers laten betalen, lijkt ondoenlijk. We hebben het al gauw over 6.000 euro.

Per jaar melden zich in Den Haag 2.800 mensen voor een inburgeringsonderzoek. De centrale, verplichte, aanmelding biedt de garantie dat iedereen zich meldt voor de inburgering. Via vraaggesprekken en toetsen wordt met de nieuwkomer een passend traject vastgesteld dat rekening houdt met mogelijkheden en omstandigheden van de persoon. Dat is ook noodzakelijk omdat een groot deel van hen een zeer laag opleidingsniveau heeft of zelfs analfabeet is. De gemeente koopt de trajecten in die de nieuwkomer kan volgen, zodat er zicht en controle is op de kwaliteit van het aanbod. Op basis van de resultaten kan de gemeente de aanbieder aanspreken op de geleverde kwaliteit. Voor iemand die geen vergelijkingsmateriaal voorhanden heeft, is dat ondoenlijk.

Den Haag heeft dit jaar een aantal inburgeringstrajecten via een aanbestedingsprocedure in de markt geplaatst. In eerste instantie meldden zich 67 organisaties. Uiteindelijk bleven er na screening door de gemeente twee over die in staat waren een voldoende aanbod te leveren. De vraag is hoe die 2.800 nieuwkomers, wanneer zij van diezelfde 67 bedrijven een folder krijgen toegestuurd, daaruit een verantwoorde keuze zouden moeten maken. Een ander punt is de trajectbegeleiding, die de gemeente in de afgelopen jaren zorgvuldig heeft opgebouwd. Dit werd in 1998 bij het aanvaarden van de Wet Inburgering Nieuwkomers nog gezien als een verplicht onderdeel van de inburgering. Nu lijkt de minister dit meer als een vorm van `pamperen' te beschouwen. Maar het werkt: dankzij de persoonlijke begeleiding, sturing en motivering van nieuwkomers is in Den Haag bijvoorbeeld het uitvalpercentage onder de nieuwkomers gedaald van 12 procent in 1998 naar 5 procent in 2003 en het verzuim van 25 procent naar 12 procent in dezelfde periode.

Door de regierol van de gemeente kunnen bovendien middelen voor inburgering en voor reïntegratie gebundeld en daarmee efficiënter en effectiever worden ingezet. Met toenemend succes wordt inburgering in Den Haag gekoppeld aan arbeidsoriëntatie en opvoedingsondersteuning. Er worden duale trajecten ingezet, gericht op een snelle arbeidsparticipatie. In de installatietechniek bijvoorbeeld loopt een succesvol project waarover ook de werkgevers zeer enthousiast zijn. Ook voor de mensen die hier al langer zijn, worden in toenemende mate programma's georganiseerd. En last but not least: Den Haag is ook bezig met de voorbereiding van een experiment om gezinsvormers en -herenigers al in Turkije een inburgeringscursus aan te bieden.

Doel van het integratiebeleid in de komende jaren is, zo schrijft de minister in haar brief, gedeeld burgerschap. Dat is mooi. Maar het opheffen van de belangrijke gemeentelijke infrastructuur, die nieuwkomers in staat stelt de verantwoordelijkheid voor hun inburgering op zich te nemen en hen daarbij waar nodig te helpen, zal daaraan niet bijdragen. Toch dwingt de minister met haar plannen de gemeenten tot afbreuk van deze infrastructuur, waarin de afgelopen jaren zoveel is geïnvesteerd. Dit is niets minder dan kapitaalvernietiging.

De Haagse aanpak van de inburgering werkt goed; de resultaten worden steeds beter. Dat is in het belang van de mensen, maar ook van de samenleving. Ik kan niet anders dan concluderen dat de voorstellen van de minister een stap terug in de tijd en ondoordacht zijn. Ik denk dat de gemeentelijke regie op de inburgering onontbeerlijk is en blijft voor een effectieve en efficiënte organisatie van de inburgering. De inburgeraar een donker bos insturen draagt hieraan niet bij.

Pierre Heijnen is wethouder integratie van Den Haag.