Een rechtse revolutie onder vuur

In Amerika sloten na 11 september de rijen zich rond George Bush. Maar na die patriottische golf is er nu een hausse te zien aan kritische pamfletten en boeken. Het razen en tieren tegen Bush bereikt nieuwe toonhoogten, maar zakelijke kritiek is er ook. Een tournee langs schappen vol ernstige polemiek en schril `stand-up-criticism'.

Een man met een door woede verduisterd gelaat slaat hard op een houten bureau. Niet één keer, maar wel vijf, tien, misschien vijftien keer. Er is niet veel plaats voor. Het werkoppervlak ligt bezaaid met boeken, stapels papier en gele Post-it-briefjes met nummers van mensen die hij moet terugbellen. ,,Dammit, dammit, dammit'', zegt hij met een blik naar zijn lege computerscherm. In een telefoon, die eindeloos `in de wacht' heeft gestaan, roept hij: ,,Chris, ze hebben de website geruïneerd. Dat kan geen toeval zijn, net nu ik op National Public Radio ben geweest en we in The New York Times een advertentie hebben die naar de site verwijst.''

David Corn is ervan overtuigd dat aanhangers van president Bush de website (bushlies.com) hebben gehackt waarop zijn boek (The Lies of George W. Bush. Mastering the Politics of Deception) wordt aangeprezen. De chef van de politieke redactie van het kleine, progressieve weekblad The Nation raast met drie telefoons in de hand door zijn kantoortje opzij van het Hooggerechtshof op Capitol Hill.

Na drie kwartier tieren en hameren op ieder horizontaal oppervlak, gaat Corn opeens zitten op de minst volgestouwde stoel. Heel even, zegt hij, straks moet hij weer naar een televisiestudio. Boeken zijn nieuws in Amerika, en big business als je het goed aanpakt. En als je website niet wordt leeggehaald op de dag dat je hoopte door te breken.

Corns boek is er een uit een stapeltje van de laatste weken waarin ongezouten kritiek wordt gegeven op het beleid en de methodes van president Bush. Dat is een nieuw verschijnsel. Vorig jaar was er alleen Michael Moore's Stupid White Men, het best verkochte non-fictieboek van het jaar. Deze maand is de Robin Hood-achtige cineast terug in de boekwinkel met Dude, Where's My Country?, een satirische aanklacht tegen de roof van het land door George Bush. Maar Moore heeft nu concurrentie van een serieuzer slag Bush-kritische boeken. Sterker nog, die boeken worden niet alleen uitgegeven, ze staan ook op de bestsellerlijsten. De schrijvers reizen het land rond om het publiek op radio en tv en in volle boekwinkels te vertellen over hun kant van de waarheid.

Politieke boeken waren in Amerika al langer goed voor miljoenenomzetten, maar de afgelopen jaren waren het op een witte raaf als Moore na – conservatieven die boeken met vrachtwagens tegelijk verkochten nadat zij via talkradio en eigen televisieprogramma's hun naam bekend hadden gemaakt. Zij waren de herauten van de conservatieve revolutie die in de jaren negentig hun aanhang verbreedden door stem te geven aan de woede en walging van een deel van het Amerikaanse volk jegens de Clintons. Deze boeken worden nog steeds bij stapels verkocht, maar zij hebben voor het eerst concurrentie van de overkant.

De Monica Lewinsky-affaire (1998) en de eruit voortvloeiende beschuldiging wegens hoogverraad van de president bood de juriste Ann Coulter de springplank voor haar eerste bestseller (High Crimes and Misdemeanors. The Case Against Bill Clinton). Sindsdien heeft zij een hoofdrol gespeeld in de permanente aanval op `het liberale establishment' in de media en de politiek. Bernard Goldbergs Bias. A CBS Insider Exposes How the Media Distort the News gaf meer gespecialiseerd voedsel aan die stelling. Zij vonden begin dit jaar een eerste tegenpool in Eric Altermans What Liberal Media?. Hij vocht met argumenten en cijfers de stelling aan dat de media in de greep zouden zijn van links. Oud-CBS-tv-maker Goldberg heeft deze week weer plaatsgenomen achter de kassa met een nieuw boek over de verborgen linksheid van de media (Arrogance. Rescuing America from the Elite Media). Coulters volgende boeken (Slander. Liberal lies about the American Right en Treason. Liberal Treachery From the Cold War to the War on Terrorism) maakten haar tot prominent vuurspuwer richting alles wat niet anti-abortus, pro-Bush, anti-milieu en pro-belastingverlaging is. In dezelfde categorie opereren Fox tv-gastheren als Sean Hannity (Let Freedom Ring) en Bill O'Reilly (The O'Reilly Factor. The spin stops here). Van O'Reilly's laatste boek (Who's Looking Out for You?) zijn in een paar weken meer dan 800.000 gebonden exemplaren gedrukt.

In de strijd om de eerste plaats op de New York Times-lijst van best verkochte non-fiction hardcover boeken, moet O'Reilly het, behalve tegen Michael Moore, nu ook opnemen tegen Al Franken, die al acht weken op de lijst staat met Lies and the Lying Liars Who Tell Them. A Fair and Balanced Look at the Right. Die titel geeft een aardig beeld van de finesse waarmee de satiricus Franken opereert. De slagzin `eerlijk en evenwichtig' is regelrecht gestolen van Fox News, Rupert Murdochs succesvolle 24-uurs nieuwszender, die zeer geliefd is in het Witte Huis. Franken heeft tijdens een gastdocentschap aan Harvards `Shorenstein centrum voor pers en politiek' een groep studenten bereid gevonden op vrijwillige basis zijn feiten na te trekken. Vervolgens heeft hij in zijn eigen, bij vlagen cabareteske stijl, beschreven wat er overblijft wanneer de claims van de O'Reilly's en de Coulters tegen het licht worden gehouden. Dat heeft tot nu toe veel wedergeroep opgeleverd, maar geen fundamentele ontzenuwingen.

De huidige oogst van Bush-kritische boeken is niet alleen opvallend door aantal en verkoopsuccessen, maar ook door de breedte. Het aanbod varieert van de persifleuze Moore, via de satirische Franken en de columnistische Molly Ivins (Bushwacked), naar de grondig geresearchde Lies van David Corn en de buitengewoon felle hoogleraar economie en New York Times-columnist Paul Krugman (The Great Unraveling), naar twee in wezen even kritische boeken die speciaal gaan over het buitenlands beleid van de regering-Bush: Rogue Nation. American Unilateralism and the Failure of Good Intentions van de Republikein Clyde Prestowitz en het net verschenen America Unbound. The Bush Revolution in Foreign Policy van Ivo Daalder en James Lindsay.

Wesley Clarks Winning Modern Wars. Iraq, Terrorism and the American Empire ziet er op het eerste gezicht uit als de memoires van een recent gepensioneerde generaal. Het is bij nader inzien vooral de getuigenis van een kersverse politicus en presidentskandidaat die, buiten het veld van meer ervaren Democraten om, een reservoir gematigd internationalistische burgers probeert te bereiken die moe zijn van de beroepspolitici uit beide kampen. Clark doet dat onder meer door de mentale en militair-strategische uitgangspunten van de regering-Bush aan te pakken.

Clark is zichzelf in dit pittige en serieuze boek. Dat wil zeggen een slimme, gewetensvolle man die weigert zich te beperken tot de militaire kanten van bijvoorbeeld de operatie-Kosovo, waar hij vroegtijdig voor pleitte en die onder zijn leiding als NAVO-commandant werd uitgevoerd. Het is geen meeslepend boek, behalve voor degenen die willen vaststellen of deze man het beste geheime wapen is waar de Democraten de zittende oorlogspresident mee kunnen verslaan. Een verschil is in ieder geval duidelijk: Clark heeft meningen, maar hij is ook in staat zijn eigen fouten te erkennen en er iets mee te doen.

Toen David Corn voorjaar 2002 via een agent de belangstelling voor zijn boek peilde, bleef het stil. Vorig najaar waren zes uitgevers bereid te bieden op het zelfde idee, terwijl zij meer kritische boeken in handen hadden. ,,De oorlog is de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen'', zegt Corn. ,,De uitgevers voelden de toenemende intensiteit bij de Bush-critici die werden gedreven door de overtuiging dat Bush niet eerlijk was geweest, terwijl hij het land meesleurde in politiek extreme beslissingen. Wie een eerlijk debat wilde, kreeg opzettelijk vervalste feiten. Dat bracht het hele patroon van bedrog steeds scherper in beeld.''

In zijn ruim 300 pagina's dikke boek gaat Corn met weinig bijvoeglijke naamwoorden en een veelheid aan feiten, cijfers en geciteerde documenten na welke door Bush en zijn omgeving gehanteerde argumenten standhouden. Corn vergelijkt wat Bush heeft gezegd over klimaatverandering, embryo-onderzoek en een raketschild met wat redelijkerwijze vaststaat in de wetenschappelijke wereld. Hij legt de voorspellingen van de president over hoe zijn belastingverlagingen zouden uitpakken naast wat de meest objectieve instanties hebben uitgerekend. De opeenvolgende argumenten voor de Irak-oorlog passeren de revue en bij wijze van nagekomen bericht voegt Corn toe: Bush herhaalt in toespraken dat hij meer geld voor lager en middelbaar onderwijs heeft uitgetrokken, ,,terwijl hij in werkelijkheid op dat onderwijs bezuinigingen ter waarde van een miljard vraagt.''

In een slothoofdstuk vraagt Corn zich af waarom het George W. Bush is gelukt ongeschonden weg te komen met de waslijst aan verfraaiingen, verzinsels en onwaarheden die hij eerder heeft geïnventariseerd. Zijn analyse luidt: Bush heeft als `meester van de lage verwachtingen' met geluk en behendigheid geprofiteerd van de beroepsopvatting van de Amerikaanse pers dat de feiten zo letterlijk mogelijk moeten worden gerapporteerd, zeker als ze afkomstig zijn uit de mond van de president, ook als zij weten dat de `nieuwsfeiten' bestaan uit onware beweringen.

Nu de verdoving van `9/11' raakt uitgewerkt en Irak niet het succes is dat was voorspeld, zoeken meer journalisten contra-expertise, meent Corn. ,,De werkloosheid en de zeer reële gevaren op veel buitenlandse fronten maken dat men behoefte heeft aan een president die geloofwaardig is als een rots. Bush voerde campagne als de man die integriteit zou terugbrengen in het Witte Huis. Maar zowel zijn belastingverlagingspolitiek als zijn Irak-oorlog is op onwaarheid gebaseerd. Dat roept steeds meer reacties op.

Dat het zo lang heeft geduurd voor woorden en daden van de regering-Bush aan kritiek onderhevig zijn geraakt, is een raadsel voor Paul Krugman. Toen The New York Times hem begin 2000 aanzocht als rubriekschrijver hoopte men een gedegen econoom aan het meningen-palet toe te voegen. De hoogleraar uit Princeton ontpopte zich als buitenstaander par excellence, in zowel de politieke als de mediawereld van Washington. Een buitenstaander die genadeloos kijkt naar de verstrengeling van particulier geld en politieke macht.

In The Great Unraveling laat Krugman weinig heel van de drogredenen waarmee campagne voerende politici graag een sluitend wereldbeeld suggereren, en evenmin van de pers die dat door de vingers ziet omdat men niet te veel wil afwijken van het gemiddelde denken in de hoofdstad. Nadat George W. Bush het Witte Huis heeft betreden wordt hij het onderwerp van de röntgenpraktijken van Krugman. De toevallige columnist groeit, zeker in het door angst en ontzag verdoofde klimaat van na 11 september 2001, uit tot vrijwel de enige oppositie die het land bezit. Dat bezorgt Krugman de naam een rabiate Bush basher te zijn. Zelf vindt hij dat hij doet wat de pers nalaat: verbanden leggen en de verhalen vergelijken met de feiten.

Het 400 pagina's dikke boek kijkt zonder ontzag naar de motieven van Alan Greenspan, de president van de Federal Reserve Board, die eerst werd bewonderd om de Clinton-boom, maar later zijn economische inzichten bijstelde om zijn nieuwe heer te behagen. Schrijvend over de verhouding tussen het grote geld en de regering-Bush, is Krugman op zijn hardst. Het Enron-schandaal geeft hem aanwijzingen te over om ook de Californische elektriciteitscrisis uit te leggen hij was een van de eersten die de energiehandelaren als hoofddaders aanwees, met de regering-Bush als gedogende medeplichtige. Die visie is inmiddels nauwelijks meer omstreden.

In een recent vraaggesprek met Publishers Weekly erkent Krugman dat zijn niet aflatende felheid tegen de regering-Bush voortkomt uit grote zorg over de Amerikaanse democratie. De Republikeinen gaan er zijns inziens niet meer vanuit dat zij en de Democraten om de beurt regeren. ,,Zij beschouwen zichzelf als de rechtmatige regeerders.'' Het zijn volgens Krugman revolutionairen die als het er op aankomt de legitimiteit van het huidige politieke systeem ontkennen.

Clyde Prestowitz werkte voor president Reagan als toponderhandelaar voor buitenlandse handelsbetrekkingen. Hij staat bekend als conservatief, maar in zijn boek met de beladen titel Rogue Nation (een term die meestal wordt bewaard voor landen op de As van het Kwaad) ontwikkelt hij een analyse van het beleid van de regering-Bush waar Democraten weinig op af te dingen hebben.

Het buitenlandse beleid van de neo-conservatieven, waarvan de preventieve aanval op Irak het schoolvoorbeeld is, noemt hij `niet conservatief, eerder radicaal, egoïstisch en ondoordacht'. Prestowitz zegt op het kantoor van het Economic Policy Institute in Washington, waarvan hij directeur is: ,,Voor de verkiezingen van 2000 kenden we het neoconservatisme als een romantische notie. De aanslagen van 11 september 2001 en de religieuze reactie daarop van Bush hebben de neoconservatieven de kans gegeven hun idee door te drukken dat Amerika de macht en de plicht heeft zijn model aan de wereld op te leggen. Ik hoop dat dát idee, in elk geval tot de verkiezingen van 2004 dood is.''

De imperiale ambities van de huidige machthebbers in Washington lijken een logisch gevolg van de enorme verschillen in militaire slagkracht, meent Prestowitz. Europa heeft zich comfortabel laten beschermen zonder de eigen defensie echt ter hand te nemen. Amerika heeft dat anderzijds ook niet toegelaten. ,,Beide partijen hebben er een dubbele standaard op na gehouden.'' Daar komt men niet makkelijk van af in het huidige klimaat van Amerikaanse hooghartigheid, die volgens Prestowitz eerder een bedreiging dan een steunpilaar van de vrede is.

Aan het andere eind van het argumentatie-spectrum opereert Michael Moore, met gigantisch commercieel succes. De cineast die een Oscar won voor zijn actie-documentaire tegen de wapenlobby (`Bowling for Columbine') heeft in een paar weken tijd bijna een miljoen exemplaren verkocht van zijn nieuwste aanval op George W. Bush. In Hey, Dude, Where's my country? gaat hij frontaal in op het regeringsbeleid sinds de aanslagen van 11 september 2001. Van de vrije aftocht uit de VS van de Bin Laden-familie direct na de aanslagen tot en met de eerbiedige behandeling die de president van de meeste Amerikaanse media heeft ontvangen, loopt hij de afgelopen twee jaar door. Hij doet dat in zijn brutaal-hilarische stijl. Dit boek is een pamflet, maar in een vraaggesprek met Publishers Weekly houdt hij staande dat hij klemmende vragen stelt die een burger in een democratie aan zijn leiders mag stellen.

Of deze golf aan boeken die Bush en zijn medestanders met een onwelwillend oog tegen het licht houden het begin van een echt debat over waarden en politieke oplossingen inluidt, weet nog niemand. Voorlopig is er nog vooral sprake van schelden over de schutting. Maar dat is een vooruitgang vergeleken bij twee jaar verdwaasd zwijgen. Democratische presidentskandidaten als Howard Dean en Wesley Clark hebben een belangrijke rol bij het mobiliseren van verschillende vormen van verontwaardiging.

De nu uitkomende boeken met Bush-kritiek, hoe hard soms ook hun toon, hebben één ding met elkaar gemeen: zij gaan meer over het beleid dan over de man. Dat is een verbetering vergeleken met de Lewinsky-periode. Deze nieuwste boeken zijn een aanzet tot het formuleren van een Democratisch alternatief. Want de meeste Democraten zijn het er wel over eens dat dat alternatief ontbreekt. Het gevoel te worden overtroefd door de conservatieve denktanks, in samenwerking met geestverwante kanonnen in de media, leefde al ten tijde van Al Gore's presidentskandidatuur.

Niet voor niets verkent dezelfde ex-vice-president of hij een niet-rechtse 24-uurs tv-nieuwszender in het leven kan roepen. Om dezelfde reden heeft John Podesta, oud-stafchef van president Clinton, het Center for American Progress opgericht, dat een ideeënfabriek moet worden die het American Enterprise Institute, The Heritage Foundation, het Cato Institute en al die andere conservatieve denktanks in vuurkracht kan evenaren.

Een rijtje boeken, variërend van komisch tot gedegen, die president Bush aan flarden analyseren betekent nog geen begin van een Democratische ideologie voor de 21ste eeuw. Roosevelts New Deal en Johnsons Great Society zijn de symbolisch nog steeds meest aansprekende idealen waar Democraten elkaar op vinden. Alleen ontbreekt de praktische inhoud die in een sterk veranderde samenleving een natuurlijke meerderheid kan samenbinden.

De negen overgebleven presidentskandidaten vechten om de kandidatuur langs de lijn `meer of minder terugdraaien van de belastingverlagingen', `harder tegen de Irak-oorlog, of alleen kritiek op de afwerking'. Dat zijn door de Bush-revolutie gedefinieerde onderwerpen. Die liggen voor het eerst onder kritiek. Wat volgt zijn de conclusies: alle Democratische presidentskandidaten hebben een boek in de pen. Het wachten is op de nieuwe ideeën, en de man die ze tot leven brengt.

Wesley Clark: Winning Modern Wars. Iraq, Terrorism and the American Empire. PublicAffairs, 218 blz. €43,05

David Corn: The Lies of George W. Bush. Mastering the Politics of Deception. Crown, 320 blz. €26,40

Paul Krugman: The Great Unraveling. From Boom to Bust in Three Short Years. Penguin, 464 blz. €34,45

Michael Moore: Dude, Where's My Country? Allen Lane, 249 blz. €16,61

Clyde Prestowitz: Rogue Nation. American Unilateralism and the Failure of Good Intentions.

Basic Books, 336 blz. €28,15